In de sloten en grachten gingen we: "Ruigt" draaien. Deze sloten en grachten waren onder water bijna dicht gegroeid met allerlei waterplanten. Vooral met waterpest. Met een schepnetje had men weinig succes. Daarom werd er in die sloten alleen maar:"Ruigt gedraaid". Hiervoor werd een dikke tak gezocht, liefst met nog wat uitsteeksels van oude takjes er aan. Die tak werd dan in die dichte begroeing van waterplanten gestoken en paar maal rond gedraaid en dan uit het water getrokken. Op de slootkant werd dan goed nagekeken wat er allemaal tussen die waterplanten mee omhoog gekomen was. Vooral naar salamanders zochten we, want die hadden onze speciale belangstelling en werden thuis in het aquarium gezet. De viskesfreters en torren werden in een glazen pot mee naar school genomen voor de frater, die ons tijdens de natuurkundeles vertelde hoe deze waterdiertjes allemaal heetten en hoe nuttig ze waren.
rògveld roggeveld rògzaajer zelfstandig naamwoord
Damen Handschrift (1916) - "rogzaaier - een oud mager paard" ròjbraoke radbraken
ròjmaoker
ròk rok
rökske rokje
rokt As ie rokt, ròkt ie van de wèès uitdr. Et rokt er - het is er niet pluis 2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'rooke', met vocaalkrimping ròkt werkwoordsvorm; persoonsvorm raakt
2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'raoke', met vocaalkrimping rökt ruikt tegenwoordige tijd sing. 2e + 3e pers. van 'rèùke', met vocaalkrimping rolle werkwoord, zwak rollen
In de sloten en grachten gingen we: "Ruigt" draaien. Deze sloten en grachten waren onder water bijna dicht gegroeid met allerlei waterplanten. Vooral met waterpest. Met een schepnetje had men weinig succes. Daarom werd er in die sloten alleen maar:"Ruigt gedraaid". Hiervoor werd een dikke tak gezocht, liefst met nog wat uitsteeksels van oude takjes er aan. Die tak werd dan in die dichte begroeing van waterplanten gestoken en paar maal rond gedraaid en dan uit het water getrokken. Op de slootkant werd dan goed nagekeken wat er allemaal tussen die waterplanten mee omhoog gekomen was. Vooral naar salamanders zochten we, want die hadden onze speciale belangstelling en werden thuis in het aquarium gezet. De viskesfreters en torren werden in een glazen pot mee naar school genomen voor de frater, die ons tijdens de natuurkundeles vertelde hoe deze waterdiertjes allemaal heetten en hoe nuttig ze waren.
rògveld roggeveld rògzaajer zelfstandig naamwoord
Damen Handschrift (1916) - "rogzaaier - een oud mager paard" ròjbraoke radbraken
ròjmaoker
ròk rok
rökske rokje
rokt As ie rokt, ròkt ie van de wèès uitdr. Et rokt er - het is er niet pluis 2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'rooke', met vocaalkrimping ròkt werkwoordsvorm; persoonsvorm raakt
2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'raoke', met vocaalkrimping rökt ruikt tegenwoordige tijd sing. 2e + 3e pers. van 'rèùke', met vocaalkrimping rolle werkwoord, zwak rollen
leugenaar
Mandos - Brabantse Spreekwoorden (2003) - tis ene leugenèèr dieter wè afdoe ('76) - gezegd als men vindt dat iemand overdrijft, of bij twijfel aan de echtheid van zijn verhaal. Henk van Rijen - leugebist, liegebist
lèùk, lökske luik leune werkwoord, zwak leunen lêûper, lôoperke zelfstandig naamwoord vogelkooitje van klein formaat, dienend om een gevangen vogeltje stiekem te vervoeren (bijvoorbeeld onder de jas)
lêûpes lopens
'Dreigend onweer boven de Hudson' - schilderij, 19e eeuw; kunstenaar onbekend lèùplocht zware bewolking
lèùpôog luiper, gluiper(d) lèùs, löske zelfstandig naamwoord luis
als metafoor voor armoede
andere metaforen
leut plezier, koffie
Kaart uit: A.A. Weijnen, Onderzoek naar de dialectgrenzen in Noord-Brabant; 1937
Str. leut (2:54) leute
leutere leutere - leuterde - geleuterd 1. plassen, wateren (inz. in de broek)
3. Andere betekenissen
leuterèèr
leuw, luwke leeuw
leuwèèrk, leuwerik leeuwerik
Dörom roep ik al de vinke, leuwerikke, wielewaole, meeze, kneuters, naachtegaolen, al wè hier in Brabant piept, al wè neuriet, kwaokt en kriept, om mar hardop mee te zingen, blij te zijn en rond te springen in den lieven Heer z'n boome
lijk den leuwerik fladdere, zeile, vliege naor 't luilekkerlaand, smelten in den zonnebraand
lèùzepadje scheiding in het hoofdhaar - Stadsnieuws Tilburg, rubriek Tilburgs huukske; 2006 e.v. - Ons moeder kamde bij mèn en schôon rèècht lèüzepadje (140107) - Paul Spapens et al; Goedgetòld, diksjenèèr van de Tilburgse taol (2004) - scheiding in het haar lèùzetèùmel
lewaaj , lawaaj lawaai
OP DIEET Men vrouw zeej "Ak jouw liet betije dan aate,wèl vier sneeje op. Lèt tòch 'n bietje op oe èège, ge hèt tòch al zonnen dikke kòp." Ik krèèg smèèrges naa nòg mar tweej sneekes. Êen, dun beleej meej dreuge ham. 't Aander moet ik mar besmèère meej van dieje zuure Prèùmezjam. Smiddags krèèg ik aanderhalven èèrpel meej unne flinke scheut lawaai. Den êenen dag 'n maoger lèpke. Den aanderen dag 'n harde aaj.
niets, helemal geen; 'òf niks' (èn niks) dient ter versterking van een ontkenning
slijpen slèèpe - slêep - gesleepe