v è tlòkzelfstandig naamwoord
vetlok
v ervunaam
v erkorting van vervoedering
v öllekeszelfstandig naamwoord
Restant van de vuilnisbelt langs de Ley in Tilburg Zuid; foto - WTT 2009 Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
vaajegbijwoord
flauw van smaak
vaajembijwoord
vaastnaam
vast
naam
2. bijwoord
3. idioom vast geld = vast loon (in tegenstelling tot stukloon)
vaastezelfstandig naamwoord
de vastentijd
zelfstandig naamwoord
2. werkwoord, zwak vasten
vaasteghèdzelfstandig naamwoord
zekerheid; vast werk
vaastegheizelfstandig naamwoord
zekerheid; vast werk
vaastetrommeltjewerkwoord
vaastzette vastzetten, hier in de betekenis: arresteren en opsluiten
vaawewerkwoord
vouwen
vaazelzelfstandig naamwoord
vrouwelijk geslachtsdeel alleen aangetroffen in een opgave van het WBD, namelijk:
vadderzelfstandig naamwoord
vader
vagzelfstandig naamwoord
slecht vrouwspersoon
valzelfstandig naamwoord
val, valreep [?]
valdôod-puntjeszelfstandig naamwoord
in: boord meej valdôod-puntjes uitdrukking: gesteven boord waarvan de boordpunten omgevouwen zijn (destijds mode).
vallewerkwoord
vallen valle - viel - gevalle
valsbijwoord
vals, boos
valsmaokewerkwoord
boos maken
vanvoorzetsel
van
naam
zelfstandig naamwoord
van die kom sabijwoord
gedeeltelijk Frans: comme ça.
Koffiemok - te koop (december 2021) bij Ollie's & Brandstore, Tuinstraat 106, Tilburg
vanaachterebijwoord
vanaafvoorzetsel
vanaf
vandelantèèreuitdrukking uit het Frans 'ventre à terre' met de buik over de grond, bijvoorbeeld van te zwaar belaste trekdieren
vandeurbijwoord
vandoor
vanèègesbijwoord
vanzelf, natuurlijk
vangzelfstandig naamwoord
molenaarsterm; zware houten hoepel die rond het vangewiel sluit om de gang van een molen te stuiten
zelfstandig naamwoord
vangevangen Verouderde verleden tijd
- Dialectenquête 1887 Willems - vange - vong - gevange
- ...hij vong échte vliegen mee 'n leeren lepke, aon 't end van 'n haandig stökske... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Den jongen dokter; feuilleton in 3 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 22-4-1939 8-5-1939)
- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 66 08 19 - Nou, dan vongen ze me nòòt.
- Elie van Schilt - In de bossen vongen we ok nog sallemanders, die zaten er toen nog zat; (Uit: Tilburg waor zen oe bossen; CuBra ca. 2000)
- Elie van Schilt - Wij as kender vongen er stekelbaorskes mee un schepnetje, unne stok daoraon un draoike van naoigaoren, unne kurk mee un kiepeveer as dobber en un angeltje gebogen van un knopspeld, daor vongen wij baorskes mee. (Uit: Ut knaol; CuBra, ca. 2000)
- Asser geslaon wier, vong hij aaltij de irste klappen op. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
- Daor vongen ze mèn dus nie meej. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
- Monter, mar toch meej tegenzin, vongen we de terugtocht aon. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
Uitdrukkingen
Andere betekenissen
vankzelfstandig naamwoord
vansgelèèkebijwoord
van hetzelfde; insgelijks
vanweegesvoorzetsel
vanwege, vanzelf
vaolnaam
vaal
vaonzelfstandig naamwoord
vaandel
nachthemd, onderhemd
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
vaorewerkwoord
vaor, vaorde, gevaore
naam
E en gemis voelen
Figuurlijk: l open, gaan, ergens mee rondlopen
varen, van een boot
vaortzelfstandig naamwoord
1. heimwee, verlangen naar vroeger;
uitdr. vaort/vòrt hèbbe - heimwee hebben; Int begien haj veul vort.
2. vaart, snelheid
zelfstandig naamwoord
vaart, heimwee, snelheid
vaoszelfstandig naamwoord
vaas, vaasje
vastbijwoord
vastelaovendvastenavond
vasteldagzelfstandig naamwoord
vastendag
vastenaovendzelfstandig naamwoord
vastenavond

zelfstandig naamwoord
vastentèèd vastentijd
vastetrommeltjzelfstandig naamwoord
vastentrommeltje
vasthaawewerkwoord
vasthaawe hiel vaast vastgehaawe vasthouden
vatzelfstandig naamwoord
zelfstandig naamwoord
graanmaat (anno 1572), gelijk aan 14,6 liter
vattewerkwoord
vatte - viet - gevat ie steeds kort
vattesgerêedbijwoord
klaar om te pakken, bij de hand. onder handbereik
vèdderbijwoord
verder
vèdderèstbijwoord
voor de (verdere) rest
veebonknaam
vèèchtewerkwoord
vechten vèèchte - vocht - gevochte èè steeds lang
telwoord
vèèf vijf
Kaart uit: A.A. Weijnen, Onderzoek naar de dialectgrenzen in Noord-Brabant; 1937
vèègzelfstandig naamwoord
1. vijg vijg, zowel voor de vrucht van de vijgeboom als van de dadelpalm , ook 'smèrlap of 'veègedaal' genoemd
2. veeg
werkwoord
vèège vegen
vêegbijwoord
veeg, hachelijk, netelig, gevaarlijk
vèègedaalzelfstandig naamwoord
vijg, zowel voor de vrucht van de dadelpalm als van de vijgeboom, ook smèrlap genoemd
vèègselzelfstandig naamwoord
veegsel
Veejendeejzelfstandig naamwoord
Warenhuis Vroom & Dreesmann
vèèlzelfstandig naamwoord
vijl, vijltje
vèèlewerkwoord
vijlen
vèèlegbijwoord
veilig
vèènewerkwoord
vinden vèène - von / vonde - gevonde met vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij vènt
- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - (blz. 73) ik vèèner niks aon / ik vin der niks aon
- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - Dees straot tèène zuldet wèl vèène. - Aan het eind van deze straat zul je het wel vinden.
- Kees en Bart (krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935) - veine: Dè vein ik ôok; ge veindt; veiner; nergens te veinen.
- Cees Robben - hum vèèn ik mar unne aorige... (19860328)
- Cees Robben - Hoe hedde gij t toch kunne vèine..? (19561222)
- Kernkamp, Bezorging Dialectenquête 1879 - vêne (ê als in Frans même)
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - kundem nie vèène? hij wont de straot tèène
- Stadsnieuws - Hij zòcht ooveral mar hij kos et nie vèène. (100310)
- WBD - III.1.4:47 'vinden' = bevinden, menen
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VIJNEN - vinden, Frans trouver
- J.H. Hoeufft; Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - VIJNNEN, voor vinnen, vinden, is hier algemeen onder de lanslieden.
- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - st.ww.tr. 'vijnnen, vijnden' - vinden
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - GEVONNEN: 3e hoofdvorm van 'vijnen'
- WNT - VINDEN, vinnen; in dial. VIJNDEN
vèènerzelfstandig naamwoord
vinder
vèèrzelfstandig naamwoord
veer, veertje
Uitdrukkingen
Aanvullende bronnen
vèèrdegnaam
vèèrewerkwoord
vèèregewerkwoord
Ill. Rolf Janssen Ill. Tijs Dorenbosch
vèèrekezelfstandig naamwoord
varken
zelfstandig naamwoord
WBD - vèrke, Hasselt: vèèreke; kuus; Hasselt krolstèrt'
Uitdrukkingen en gezegdes
- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - en vèèreke meej nen baord is zèlde van goejen aord.
- Cees Robben - [uitdrukking] Goed vur t vèèreke volop spek... Goed vur de meense.. mistal drek...
- Zegsman Hans Hessels; Uit het geheugen van Hans Hessels, 2022 - Et wòrt goej weer, de vèèrekes niese Plagerig tegen iemand gezegd als die zojuist geniest heeft
- Pierre van Beek - ieder vèèreke heej mar êen frutblaos (gez.)
- Pierre van Beek - en blènd vèèreke vènt ok nog wel is enen eekel' (Tilburgse Taalplastiek 136)
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - as de vèèrekes niese, krèègeme goej weer (- Gezegde: als er iem. niest)
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - nòr et vèèreke gòn kèèke - na sluitingstijd in de keuken van het café een borreltje drinken
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - ge kunt vur zon stukske wòrst gin heel vèèreke kôope
- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Ge snijt gin twee ruggen öt êen vèèreke (geen dubbel profijt)
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - 'et komt vanzelf trug', zi den boer, èn hij gaaf zen vèèrekes spèk ('72)
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - 'we zulle dè vèèreke wèl waase, zi den boer, èn hij douwde den doomienee in de mistput
Pissebed
Overdrachtelijk
Over de varkensslacht
Over varkensvlees
Schilderij: Barant Fabritius - 17de eeuw - Varkensslager aan het werk en kind met varkensblaas
vèèrekesbèèvertzelfstandig naamwoord
vèèrekesèèrpelzelfstandig naamwoord
vèèrekesgatzelfstandig naamwoord
varkensgat, achterwerk van een varken
vèèrekesknöstzelfstandig naamwoord
scheldwoord voor een dikkop, een eigenwijzerik
Afbeelding uit: Rijke oogst van schrale grond , tentoonstellingscatalogus Noordbrabants Museum, 1991 Onbekende illustrator - bron: Geheugen van Nederland
vèèrekeskôojzelfstandig naamwoord
Onbekende schilder - collectie Rijksmuseum
vèèrekeskòpzelfstandig naamwoord
varkenskop kop van het varken 1 als bestanddeel van gerechten
Schilderij van Johannes Hari - Nachtkwartier te Molodetschno uit de terugtocht van Napoleon uit Rusland (1812-1820) & detail 2 in vergelijking met het uiterlijk van een mens
3 als offergave aan kerk of kapel; met name in Vlaanderen
- Jeanne Defoer in Brabantsche Folklore, 1927 - Op Sint Antoniusdag te Zetrud-Lumay (een gebruik dat, sedert een vijftigtal jaren verdwenen is). - Jaarlijks op den feestdag van den H. Antonius (17 Januari) brachten de inwoners van Zetrud een grooten varkenskop naar de kapel van O. L. Vrouw van Goeden bijstand. Iederen Zaterdag gedurende den Winter verkocht de koster aan den meestbiedende hetgeen er in den loop van de week geofferd werd [in de vorm van levende dieren of vleeswaren]. Een varkenskop werd gewoonlijk aan 8, soms ook aan 13 sollen verkocht ; ook waren het meestal de inwoners zelf die terugkochten hetgeen zij geofferd hadden, toch gebeurde het wel eens dat een vreemdeling er mede vandoor ging. De heer pastoor gebruikte de opbrengst van dezen verkoop om HH. Missen ter eere van Sint Antonius op te dragen. ln deze kapel bezit men relikwieën van den H. Antonius abt.
- R. van Weddingen, in Brabantsche Folklore, 192, Een folkloristische kijk op de Allerheiligen Kapel te Diest DE H. ANTONIUS abt is weer een lievelingsheilige der landelijke bevolking. Beter gekend als Antonius met zijn verken staat hij [in de kapel in Diest] afgebeeld in monnikspij met een boek in de hand en vergezeld van een zwijn met een bel om den hals. Wordt heden ten dage nog druk gediend tegen alle kwalen en ziekten onder de varkens . Tot voor enkele jaren werd in de Kapel, ter eere van dezen heilige, vele levende biggen en varkenskoppen geofferd.
- Fr. Hendrickx, in: Brabantsche folklore, jrg. 1931- Een derde Heilige, die eveneens eertijds [in de kerk van Melkwezer] veel meer gevierd werd dan nu, is de H. Antonius Abt (feest 17 Januari), wiens modern beeld in de kerk bestaat. Alhoewel we weten, dat er tijdens pastoor Janssens nog een hoogmis gecelebreerd werd « met zeven heeren », kwam er toch nooit veel volk, uitgenomen van Orsmaal. Nog steeds wordt het volgende gebruik in eere gehouden : stukken van het varken, vooral koppen, worden mee naar de kerk gebracht en na de mis bij opbod verkocht. Men brengt zooveel niet meer mede als vroeger doch meestal offert nu de kooper, na betaald te hebben, den kop in kwestie en deze wordt dan opnieuw opgeroepen. Aldus wordt eenzelfde kop meermaals verkocht. De opbrengst is voor den pastoor, die er soms een mis voor leest.
- A. Vanderstiche, - De Kerk van St.-Genesius-Rode; in: Brabantsche folklore, jrg. 1932 - Tot voor eenige jaren bestond het gebruik te Rode, na de hoogmis nevens de kerkdeur, sommige zaken te verkoopen, waarvan de opbrengst geofferd werd om een genezing te bekomen, tot dankbetuiging voor allerlei zaken, enz. Varkenskop, hesp, kiek, konijnof ander gedierte werd te koop aangeboden. Indien het bod te laag scheen, kocht de voorsteller zijn offer zelf af en schonk daarna de som aan den gekozen heilige der kerk. De veldwachter gelastte zich meerendeels met dit werk.
Varkenskop (mogelijk geprepareerd) achter een vensterraam in de Poststraat; Tilburg 2014. Foto: Ed Schilders
vèèrekeslompzelfstandig naamwoord
zeer lomp
vèèrekesmèrtzelfstandig naamwoord
varkensmarkt
vèèrekesmeulezelfstandig naamwoord
vèèrekespotjezelfstandig naamwoord
varkenspootje
vèèrekesringzelfstandig naamwoord
Uithangbord van de thuisbasis van carnavalsvereniging De vèrrekesstaawers - foto CuBra 2021.
vèèrekesstaawerzelfstandig naamwoord
varkenshoeder; naam van een carnavalsvereniging in Tilburg
vèèrekesstèrtzelfstandig naamwoord
varkensstraat
Een varkensvanger; foto: Katholieke Illustratie, ca. 1930
vèèrekesvangerzelfstandig naamwoord
varkensvanger
vèèrekesvruutzelfstandig naamwoord
varkensvroet, vroet = smuit ook scheldwoord m.b.t. een gezicht
vèèrevewerkwoord
verven
Het zogenaamde stukverven - foto uit: Jan Commandeur e.a., Ge waart mar arbeider ; 1981
vèèreverzelfstandig naamwoord
vèèrszelfstandig naamwoord
vaars, jonge koe
vèèrskalfzelfstandig naamwoord
Lakenverver in de 18e eeuw
vèèrvewerkwoord
verven
Het zogenaamde stukverven - foto uit: Jan Commandeur e.a., Ge waart mar arbeider ; 1981
vèèrzezelfstandig naamwoord
kalveren
vèèverzelfstandig naamwoord
vijver
vèfdetelwoord
vijfde
Vèfhèùzetoponiem Vijfhuizen (Tilburg Noord, Heikant)
vèftientelwoord
vijftien
vekaansiezelfstandig naamwoord
vakantie
vekeerdombijwoord
vèlzelfstandig naamwoord
vel, met name in de leerlooierij; zachte huid van een vrucht, ook schèl, schil of hèùd genoemd
zelfstandig naamwoord
Afjacht
vèldzelfstandig naamwoord
veld
vèldewerkwoord
vijlt, vijlde tegenwoordige tijd, sing., resp. verleden tijd van 'vèèle', met vocaalkrimping
vèldwaachterzelfstandig naamwoord
veldwachter
vèllezelfstandig naamwoord
vel, met name in de leerlooierij; zachte huid van een vrucht, ook schèl, schil of hèùd genoemd
zelfstandig naamwoord
Afjacht
vèllegbijwoord
veilig
vèlleghèdzelfstandig naamwoord
veiligheid
Vellen bloten - Kasper Luyken
vèllekezelfstandig naamwoord
vel, met name in de leerlooierij; zachte huid van een vrucht, ook schèl, schil of hèùd genoemd
zelfstandig naamwoord
Afjacht
vèllekesblôoterijzelfstandig naamwoord
velletjesbloterij, vellen bloten
Frans Verbunt (1996) - plaats waar huiden ontdaan worden van vleesresten en vliezen Vellen bloten - foto: Regionaal Archief Tilburg
vèlligbijwoord
veilig
vèllingzelfstandig naamwoord
velg (van een wiel)
vèltwerkwoord
vijlt, vijlde tegenwoordige tijd, sing., resp. verleden tijd van 'vèèle', met vocaalkrimping
vèltjezelfstandig naamwoord
vijl, vijltje
zelfstandig naamwoord
vijltje Ill. Kaart Diederik Zijnen
Vèntoponiem Het Ven tegenwoordig het Piusplein
venaachtbijwoord
vannacht
venaagtbijwoord
vannacht
venaovendbijwoord
vanavond
vendaogbijwoord
vandaag
vènderzelfstandig naamwoord
vinder
venèègesbijwoord
vanzelf, van eigen(s)
Chlidonias niger - wikipedia
venèènegnaam
vènkraajzelfstandig naamwoord
vènsterzelfstandig naamwoord
venster, luik uit Franse fenêtre
Uitdrukkingen
Samenstellingen
vèntwerkwoord
2e + 3e persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd van 'vèène', met vocaalkrimping gij, hij, zij vènt
zelfstandig naamwoord
verwerkwoord
voorvoegsel
veraanderewerkwoord
veranderen
veraasewerkwoord
verrassen
veraawerewerkwoord
verouderen
veraffronteerewerkwoord
beledigen, krenkend behandelen vernederlandsing door toevoeging van 'ver-' aan het Franse 'affronter' (beledigen)
veraltereerdnaam
vernederlandsing door toevoeging van 'ver-' aan het Franse 'altérer' (verbleken, bederven)
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
verassereerewerkwoord
verzekeren vernederlandsing door toevoeging van 'ver-' aan het Franse ' assurer' (verzekeren)
voltooid deelwoord
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
verastereerewerkwoord
verzekeren vernederlandsing door toevoeging van 'ver-' aan het Franse ' assurer' (verzekeren)
voltooid deelwoord
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
verballemondewerkwoord
verwaarlozen, verslonzen, kapot maken Etymologie
- Hans Heestermans, Onze Taal, jaargang 1996 - Het is zoveel als wat gewestelijk ook wel wordt aangeduid met verrinneweren. Kapotmaken dus. Maar verbalemonden is sterker dan verrinneweren. Het heeft het aspect in zich van verwoesting en moedwilligheid. [...] De herkomst van verbalemonden [...] is interessant. Vanaf de Middeleeuwen tot in de 19de eeuw werd het gebruikt voor als voogd het goed van een onmondig kind verkwisten. Die betekenis laat al zien hoe het woord is gevormd. Het is opgebouwd uit ver-, zoals in verfransen, Frans worden, zich aanpassen aan de Franse levensstijl, en balmond of baalmond. Maar wat is een balmond? Dat is een slechte voogd. In een ver verleden bestond er een woord bal dat slecht betekende. Denk maar aan baldadig, een slechte daad doende, aan balorig, slecht willende horen en derhalve tegendraads, en aan balsturig, slecht te sturen en dus ongezeglijk. Het woord mond staat voor voogd. We zien het nog terug in het Duitse Vormund, dat ook voogd betekent.
- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - Ge moet oew nuuw fiets nie verballemonde
- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "hij ziet er zoo verbellemond uit - afgetakeld"
- A.J.A.C. van Delft - "Men mag goeie spullen niet verbellemonte." Dit is: Men mag goed huisraad of gereedschap niet verwaarlozen en er slordig mee omgaan. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 109; 13 april 1929)
- Cees Robben - Heddum nie verbellemont... (19570119)
- WBD - III.3.1:209 'verballemonden', 'verkwisten, verbrassen, opmaken, vergooien' = verkwisten
- verballemónde - verballemóndde - verballemónd
- WBD - III.1.4:14 'verbalemonden' = veronachtzamen
- WBD - III.1.4.340 'verbalemonden' = het lelijk laten liggen
- WBD - III.1.4:372 verbalemonden' = verkeerd handelen
- WBD - III.4.4:319 'verbalemonden = vernielen
- A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - verbellemonte, verballemonde - laten vervallen, ruïneren
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - 'verballemònte' ww. - verwaarlozen, verslonzen
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERBALEMONDEN - kleederen of andere dingen schenden en bederven
- J.H. Hoeufft; Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - VERBAALMONDEN, voor veronachtzamen. Baalmond = slechte voogd.
- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - VERBELLEMONDEN (verbèllemonde) ov. ww - verwaarlozen.
- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.tr. 'verbellemonden' - slecht beheren, verwaarlozen, verslonzen
verbaolzelfstandig naamwoord
verbaal (proces-verbaal)
verbaozewerkwoord
verbazen
verbèllemondewerkwoord
verwaarlozen, verslonzen, kapot maken Etymologie
- Hans Heestermans, Onze Taal, jaargang 1996 - Het is zoveel als wat gewestelijk ook wel wordt aangeduid met verrinneweren. Kapotmaken dus. Maar verbalemonden is sterker dan verrinneweren. Het heeft het aspect in zich van verwoesting en moedwilligheid. [...] De herkomst van verbalemonden [...] is interessant. Vanaf de Middeleeuwen tot in de 19de eeuw werd het gebruikt voor als voogd het goed van een onmondig kind verkwisten. Die betekenis laat al zien hoe het woord is gevormd. Het is opgebouwd uit ver-, zoals in verfransen, Frans worden, zich aanpassen aan de Franse levensstijl, en balmond of baalmond. Maar wat is een balmond? Dat is een slechte voogd. In een ver verleden bestond er een woord bal dat slecht betekende. Denk maar aan baldadig, een slechte daad doende, aan balorig, slecht willende horen en derhalve tegendraads, en aan balsturig, slecht te sturen en dus ongezeglijk. Het woord mond staat voor voogd. We zien het nog terug in het Duitse Vormund, dat ook voogd betekent.
- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - Ge moet oew nuuw fiets nie verballemonde
- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "hij ziet er zoo verbellemond uit - afgetakeld"
- A.J.A.C. van Delft - "Men mag goeie spullen niet verbellemonte." Dit is: Men mag goed huisraad of gereedschap niet verwaarlozen en er slordig mee omgaan. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 109; 13 april 1929)
- Cees Robben - Heddum nie verbellemont... (19570119)
- WBD - III.3.1:209 'verballemonden', 'verkwisten, verbrassen, opmaken, vergooien' = verkwisten
- verballemónde - verballemóndde - verballemónd
- WBD - III.1.4:14 'verbalemonden' = veronachtzamen
- WBD - III.1.4.340 'verbalemonden' = het lelijk laten liggen
- WBD - III.1.4:372 verbalemonden' = verkeerd handelen
- WBD - III.4.4:319 'verbalemonden = vernielen
- A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - verbellemonte, verballemonde - laten vervallen, ruïneren
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - 'verballemònte' ww. - verwaarlozen, verslonzen
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERBALEMONDEN - kleederen of andere dingen schenden en bederven
- J.H. Hoeufft; Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - VERBAALMONDEN, voor veronachtzamen. Baalmond = slechte voogd.
- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - VERBELLEMONDEN (verbèllemonde) ov. ww - verwaarlozen.
- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.tr. 'verbellemonden' - slecht beheren, verwaarlozen, verslonzen
verbèllemontewerkwoord
verwaarlozen, verslonzen, kapot maken Etymologie
- Hans Heestermans, Onze Taal, jaargang 1996 - Het is zoveel als wat gewestelijk ook wel wordt aangeduid met verrinneweren. Kapotmaken dus. Maar verbalemonden is sterker dan verrinneweren. Het heeft het aspect in zich van verwoesting en moedwilligheid. [...] De herkomst van verbalemonden [...] is interessant. Vanaf de Middeleeuwen tot in de 19de eeuw werd het gebruikt voor als voogd het goed van een onmondig kind verkwisten. Die betekenis laat al zien hoe het woord is gevormd. Het is opgebouwd uit ver-, zoals in verfransen, Frans worden, zich aanpassen aan de Franse levensstijl, en balmond of baalmond. Maar wat is een balmond? Dat is een slechte voogd. In een ver verleden bestond er een woord bal dat slecht betekende. Denk maar aan baldadig, een slechte daad doende, aan balorig, slecht willende horen en derhalve tegendraads, en aan balsturig, slecht te sturen en dus ongezeglijk. Het woord mond staat voor voogd. We zien het nog terug in het Duitse Vormund, dat ook voogd betekent.
- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - Ge moet oew nuuw fiets nie verballemonde
- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "hij ziet er zoo verbellemond uit - afgetakeld"
- A.J.A.C. van Delft - "Men mag goeie spullen niet verbellemonte." Dit is: Men mag goed huisraad of gereedschap niet verwaarlozen en er slordig mee omgaan. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 109; 13 april 1929)
- Cees Robben - Heddum nie verbellemont... (19570119)
- WBD - III.3.1:209 'verballemonden', 'verkwisten, verbrassen, opmaken, vergooien' = verkwisten
- verballemónde - verballemóndde - verballemónd
- WBD - III.1.4:14 'verbalemonden' = veronachtzamen
- WBD - III.1.4.340 'verbalemonden' = het lelijk laten liggen
- WBD - III.1.4:372 verbalemonden' = verkeerd handelen
- WBD - III.4.4:319 'verbalemonden = vernielen
- A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - verbellemonte, verballemonde - laten vervallen, ruïneren
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - 'verballemònte' ww. - verwaarlozen, verslonzen
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERBALEMONDEN - kleederen of andere dingen schenden en bederven
- J.H. Hoeufft; Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - VERBAALMONDEN, voor veronachtzamen. Baalmond = slechte voogd.
- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - VERBELLEMONDEN (verbèllemonde) ov. ww - verwaarlozen.
- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.tr. 'verbellemonden' - slecht beheren, verwaarlozen, verslonzen
verbèrregewerkwoord
verbergen
verbeurewerkwoord
verbeuren, verliezen
verbiejewerkwoord
verbieden
verbildewerkwoord
verbeelden, voorstellen
verbildingzelfstandig naamwoord
verblèèfzelfstandig naamwoord
verblijf
verblêekewerkwoord
bleek worden vocaalkrimping - verblikt, verblikte, verblikt
verbliktnaam
verbleekt
verbòltjezelfstandig naamwoord
verbaal (proces-verbaal)
zelfstandig naamwoord
verbaaltje (klein proces-verbaal)
verbraandewerkwoord
verbranden
verbrassewerkwoord
verbrassen
werkwoord
verdaampe verdampen
verdeelewerkwoord
verdelen
verdeesdnaam
verdeezemebastaardvloek een van de vele varianten op 'verdoeme'; vergelijk verdorie, verdikkeme, etc.
vèrdersbijwoord
verder
verdèstruueerewerkwoord
vernederlandsing door toevoeging van 'ver-' aan waarschijnlijk een Frans werkwoord; vergelijk: destructie, vernieling
verdiepzelfstandig naamwoord
verdieping
verdiepingzelfstandig naamwoord
verdieping
verdiffendeerewerkwoord
verweren, verdedigen vernederlandsing door toevoeging van 'ver-' aan het Franse werkwoord 'défenser', verdedigen
verdimdbastaardvloek verdomme, verdomd, verdoemd
verdimmesbastaardvloek; verdommes; verdommen; verdoemen
En et weeverke daocht: wè doe ik er mee,
verdoenwerkwoord
verdoen, verdi(n), verdaon onnodig verbruiken wederkerende vorm: zenèège verdoen = zich ophangen
verdomdbijwoord
vloekwoord, van 'verdoemd'
verdôovewerkwoord
verdoven verdôove, verdôofde - verdôofd; geen vocaalkrimping
verdouwewerkwoord
verdouwen, verduwen; opeten, schransen
verdrèèvewerkwoord
verdrijven
verdrêûgdnaam
naam
verduldig geduldig e igenlijk geen dialect, maar in de gesproken taal langer in gebruik gebleven dan in de Standaardtaal
verdwèènewerkwoord
verdwijnen verdwèène - verdwêen - verdweene in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij verdwènt
verèèremoejewerkwoord
in armoede geraken, verarmen, ergens moe van worden
verèèzewerkwoord
verrijzen
Sticker van een Tilburgse carnavalsvereniging. Maart 2019. Foto CuBra.
verèkkesbijwoord
buitengewoon, buitensporig, vervloekt, heel erg; eigenlijk: te ver uitgerekt
verèktbijwoord
buitengewoon, buitensporig, vervloekt, heel erg; eigenlijk: te ver uitgerekt
verèstertbijwoord
vergallietoeterzelfstandig naamwoord
bespotting de etymologie is niet duidelijk bekend
vergaonwerkwoord
vergaan vergaon - verging - vergaon (geen vocaalkrimping)
vergèèrewerkwoord
vergaren, verzamelen geen vocaalkrimping
vergeetewerkwoord
vergeten vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij vergit
vergeetmutszelfstandig naamwoord
vergeetachtig persoon
vergèrderzelfstandig naamwoord
vergaarder, verzamelaar
vergiesewerkwoord
zich vergissen vergiese - vergieste - vergiest
vergimdbijwoord
bestaardvloeken; van vergeven, vergeef me; zwakker dan verdimme 1. vergimd
2. vergimme
bijwoord
3. vergimmes(e)
vergimmebijwoord
bestaardvloeken; van vergeven, vergeef me; zwakker dan verdimme 1. vergimd
2. vergimme
bijwoord
3. vergimmes(e)
vergimmesbijwoord
bestaardvloeken; van vergeven, vergeef me; zwakker dan verdimme 1. vergimd
2. vergimme
bijwoord
3. vergimmes(e)
vergoejewerkwoord
vergoeden korte oe
vergôojewerkwoord
vergooien
vergrôotewerkwoord
vergroten in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij vergrot
verhaolzelfstandig naamwoord
verhaal
verhapzakkewerkwoord
verhèsteringzelfstandig naamwoord
verhèùzewerkwoord
verhuizen geen vocaalkrimping
verhòltjezelfstandig naamwoord
verhaal
zelfstandig naamwoord
verhonskontewerkwoord
verinneweerewerkwoord
vernederlandsing door toevoeging van 'ver-' aan het Franse werkwoord 'ru ïner', kapotmaken; mogelijk ook contaminatie van 'verwoesten' en 'ruïneren'
- Van Dale - VERRINNEWEREN (volkstaal, contaminatie van vernielen en rinneweren, een verbastering van ruïneren), vernielen
- WNT - lemma VERINNEWEEREN en verruïneeren - bedr. zw. ww. Van ruïneeren met ver- (V). Vnl. in dial. en dan in verbasterden vorm aangetroffen, waarbij wisseling van de n /w optreedt en de u vrijwel door alle vocalen kan worden vervangen: veranneweeren, vere(n)neweeren, verinneweeren, verieneweeren, verhenneweeren, veringeneeren, veronneweeren, verunneweeren.
- Kees en Bart (krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935) - verrinneweerd
- Jan Jaansen (pseudoniem van Piet Heerkens svd) 'Oome Teun als opvoeder; feuilleton in 6 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 2-3-1940 6-4-1940 - Hij keek 'ns naor de groote boone, die lillijk verinneweerd waren...
- Cees Robben - Ge verinneweeret... Willem (19561208) - Cees Robben - Zwaor verinneweert ... (19570119) - Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 57 11 22 - Toen ik nog ne klène snotneus was / Zee 's moeder duuzend keren: / "Zeg menneke, gij meugt hier nie / de boel verrinneweren."
- Stadsnieuws - Die haogelbui heej hil mene tèùn verrinneweerd (240609)
- Tony Ansems, Gewoon mijn èège zijn; van de cd Tilburgse Liekes American Style 2; 2009 - Mee een hart det gij flink verinneweert het...
- Enquête over Je favoriete Tilburgse woord op Facebookpagina Je bent een echte Tilburger als... maart 2013 -
- WBD - III.1.4:339 'verruïneren' = verbruien
- WBD - III.4.4:319 'verrinneweren' = vernielen
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - verrinneweere ww - vernielen, beschadigen
- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - VERRINUEREN ov. ww - ruïneren, vernielen, verwaarlozen.
- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.tr. - verruïneren, vernielen, stukmaken
- Leo Goemans, Leuvens taaleigen (1936) - VERRUÏNEEREN - Frans: ruiner
- Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERRENNEWEEREN- ten onder brengen, arm maken; Frans ruiner
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - RENNUEEREN, WENNEWEEREN (zachte e) - ruineeren, in den grond helpen
verjòrdagzelfstandig naamwoord
verjaardag
verkaansiezelfstandig naamwoord
vakantie
vèrkezelfstandig naamwoord
veer, veertje
Uitdrukkingen
Aanvullende bronnen
zelfstandig naamwoord
veertje
verkeerdzegswijze verkeerd geboren zijn, gezegd van meisjes die zich als een jongen gedragen Ons moeder heej aatij gezeej: Gij bènt en kwòjonge! Gij zèèt verkeerd geboore! zisse dan! [- Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels, 2015]
verkètzelfstandig naamwoord
vork
- WTT 2019 - Algemeen wordt aangenomen dat het woord de verbastering is van het Franse 'fourchette', de verkleinde vorm van 'fourche', een riek of ander steekwerktuig met twee tanden, dat op zijn beurt weer is afgeleid van het Latijnse furca . Dat is niet onjuist maar het kan beter. Op gezag van professor Weijnen schrijft Cor Swanenberg in Levende aandacht (1993): ' Overigens moet ik [...] melden dat professor Weijnen mij ooit op de vingers tikte toen ik beweerde dat 'verkèt' van het Franse fourchette kwam. Hij leerde ons dat de vorm fursjet van het Franse fourchette komt dat teruggaat op een verkleiningsvorm van het Latijnse furca . Die Latijnse ‑k‑ wordt in het grootste deel van de Franse dialecten ‑sj‑ maar blijft in Picardië ‑k‑. Dus is, om het zuiver te stellen, verkèt een leenwoord uit het Picardisch en is het niet geheel juist te zeggen dat fourchette aan verkèt ten grondslag ligt. Dit gaat wel op voor het eveneens (ook rond Tilburg) voorkomende dialectwoord fursjet .) Uit: Cor Swanenberg, Levende Aandacht, opstellen voor Cornelis Verhoeven (1993).
- N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "vurket - vork"
- A.J.A.C. van Delft - "Vat is 'ne verkèt om te vuulen of de èrepels gaor zèn." Dit is: Neem eens een vork om te voelen of de aardappels gaar zijn. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 109; 13 april 1929)
- Pierre van Beek Nu we toch over Frans gesproken hebben, schiet ons nog een aardig woord te binnen, dat men boven de Moerdijk wel niet zal kennen, namelijk "verket". Het is afkomstig van het Franse woord "fourchette", dat o.a. "vork" (om mee te eten) betekent, in welke zin het dan ook in Tilburg gebruikt wordt. (Tilburgse taalplastiek 12 Nieuwe Tilburgse Courant dinsdag 25 april 1950)
- Pierre van Beek - "Gif me ies unne verket". - Geef mij eens een vork (van het Franse fourchet [sic, RED.]). (Nwe. Tilb. Courant; Typisch Tilburgs afl. XI; 10 jan. 1958)
- Cees Robben - Legt oew mis en oew verket/ op oew bordje... (19611221)
- Hier ist deftig Lewieke, ge it hier mee un mis en unne vekèt, en nie mee oe tien geboije... (Hein Quinten, Tilburgse spreuken; ca. 1990)
- Piet van Beers Wèèkkraantfist: Mar....alles wè ik kreeg vurgezet, aat ik meej ene leepel, en mis, of ene verkèt. (Het zeventiende boekje, 2010)
- Iets dè waar blève hangen öt de tèèd dè de Fraanse et hier veur et zeggen han, denk ik, net as desse enne vörk verket noemden. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
- Èmme kreege sondaags ok dikkels Soupe à la giestèèr. In goei Tilbörgs: Soep van giestere. Meej dikke fèrmesèllie. Die soep konde eete meej ene verkèt. (Ed Schilders; Wè zeetie?; Website Brabants Dagblad Tilburg Plus; 2009) - ...ok de Fraanse keuke waar toen in Tilburg hêel gewôon, al wast mar dètter op èlleke tòffel unne verkèt laag. (Ed Schilders; Wè zeetie?; website Brabants Dagblad Tilburg Plus 2009)
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - verkèt èn leepel slaope (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1971) variant: vieren-virtege: figuur waarin twee mensen in bed kunnen liggen - Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - verkèt zelfstandig naamwoord - tafelvork
- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - VORKET (verkét) m - vork om te eten; uit Frans: fourchette, maar (onder invloed van 'lepel?) mannelijk. Ook wel: ket.
- WNT - VORKET, verket, forket, ferket; vorchet, versjet, forsjèt, fersjèt, fesèt
- J.H. Hoeufft; Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - FORKET is hier zeer gemeen eene etensvork.
- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zelfstandig naamwoord mannelijk 'verket' - eetvork
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - FORKET znw.o. + mannelijk (soms v.) - tafelvork, Frans: fourchette; VERKET znw.o (klemtoon op ket) - tafelvork
- A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - verket, vringket, frienket, ket - vork
- WBD - III.2.1:58 'vorket'
verklaorewerkwoord
verklaren
verklèènewerkwoord
verkleinen vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij verklènt
verkoevereerewerkwoord
opknappen na ziekte, herstellen
- P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk: uit het Oudfranse 'recouvrer'; al in Middelnederlands 'vercoevereren' (1339) van co(e)vereren [herwinnen]
- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - Hij is aardig gekoevereerd (of: verkoevereerd)
- Er beter op geworden, vooruitgegaan (vooral in zaken). (A.J.A.C. van Delft; 1961; in: Nieuwe Tilburgse Courant, Bekoring van dialect; Typische zegswijzen uit onze streek; uit de volksmond opgetekend)
- Cees Robben - Goed verkoevereerd (19570706)
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - promotie maken, vooruitgaan (Fr. recouvrir)
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - 'Wè heur-k, zèè de verkoevereerd?'
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - opknappen van een ziekte, herstellen
- WBD - III.4.4:323 'verkoevereren' = vorderen
- Stadsnieuws - verkoevereere: Et gao zuutjesaon, mar hij verkoevereert tòch. (110707)
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - verkoevereere ww - erop vooruitgaan
- A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - verkeuveren, verkoeveren - van een ziekte herstellen
- WNT - VERKOEVEREEREN - l) zich herstellen van; 2) terugkrijgen,terugwinnen; 3) verkrijgen, verwerven; 4) er op vooruitgaan
vèrkôopzelfstandig naamwoord
verkoop
verkôopewerkwoord
verkopen verkôope - verkòcht - verkòcht in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij verkopt
verkwaanselewerkwoord
verkwèènewerkwoord
verleejezelfstandig naamwoord
het verleden
naam
bijvoeglijk naamwoord verleden
verlètzelfstandig naamwoord
behoefte, gebrek
verliezewerkwoord
verliezen
verloofdbij woord verloofd
verlôopenaam
verlòsserzelfstandig naamwoord
verlosser
verlutzelfstandig naamwoord
vermaajdnaam
van 'made'
vermaokzelfstandig naamwoord
vermaak
vermaokewerkwoord
vermaken
vermaonewerkwoord
vermanen vermaone - vermònde - vermònd ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij vermònt
vermijewerkwoord
vermijden
vermoorewerkwoord
vermoorden
VERMOOREN - vermoorden
verneepenaam
klein van omvang
verneukewerkwoord
belazeren, bedotten, beetnemen verneuke - vernukte - vernukt, met vocaalkrimping; ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij vernukt
vernuktwerkwoord
vernuuwewerkwoord
vernieuwen korte uu
verongelukkewerkwoord
onopzettelijk iets beschadigen, breken, kapotmaken
veròrdeneerewerkwoord
uit Frans: 'ordonner'; opdracht geven, bepalen, voorschrijven, bevelen uitdelen
Pierre van Beek typoscript Archief Pierre van Beek
verrapzakkewerkwoord
verhapzakken, meepikken, verhapsukken
vèrregnaam
bijwoord
vaardig, gereed, klaar
Toen Baokel in de Peel nog lang geen "Baokel" hiette, en d'eerste kerk in 't dörp al op begos te schieten,
naam
"Wel gatjevergimme, die kraai krijgt et verrig,
vèrreghèdzelfstandig naamwoord
vaardigheid, bedrevenheid
vèrrekèèkerzelfstandig naamwoord
verrekijker Figuurlijk gebruik
vèrrevewerkwoord
verven
Het zogenaamde stukverven - foto uit: Jan Commandeur e.a., Ge waart mar arbeider ; 1981
vèrrigbijwoord
vaardig, gereed, klaar
Toen Baokel in de Peel nog lang geen "Baokel" hiette, en d'eerste kerk in 't dörp al op begos te schieten,
naam
"Wel gatjevergimme, die kraai krijgt et verrig,
verrinneweerewerkwoord
vernederlandsing door toevoeging van 'ver-' aan het Franse werkwoord 'ru ïner', kapotmaken; mogelijk ook contaminatie van 'verwoesten' en 'ruïneren'
- Van Dale - VERRINNEWEREN (volkstaal, contaminatie van vernielen en rinneweren, een verbastering van ruïneren), vernielen
- WNT - lemma VERINNEWEEREN en verruïneeren - bedr. zw. ww. Van ruïneeren met ver- (V). Vnl. in dial. en dan in verbasterden vorm aangetroffen, waarbij wisseling van de n /w optreedt en de u vrijwel door alle vocalen kan worden vervangen: veranneweeren, vere(n)neweeren, verinneweeren, verieneweeren, verhenneweeren, veringeneeren, veronneweeren, verunneweeren.
- Kees en Bart (krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935) - verrinneweerd
- Jan Jaansen (pseudoniem van Piet Heerkens svd) 'Oome Teun als opvoeder; feuilleton in 6 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 2-3-1940 6-4-1940 - Hij keek 'ns naor de groote boone, die lillijk verinneweerd waren...
- Cees Robben - Ge verinneweeret... Willem (19561208) - Cees Robben - Zwaor verinneweert ... (19570119) - Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 57 11 22 - Toen ik nog ne klène snotneus was / Zee 's moeder duuzend keren: / "Zeg menneke, gij meugt hier nie / de boel verrinneweren."
- Stadsnieuws - Die haogelbui heej hil mene tèùn verrinneweerd (240609)
- Tony Ansems, Gewoon mijn èège zijn; van de cd Tilburgse Liekes American Style 2; 2009 - Mee een hart det gij flink verinneweert het...
- Enquête over Je favoriete Tilburgse woord op Facebookpagina Je bent een echte Tilburger als... maart 2013 -
- WBD - III.1.4:339 'verruïneren' = verbruien
- WBD - III.4.4:319 'verrinneweren' = vernielen
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - verrinneweere ww - vernielen, beschadigen
- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - VERRINUEREN ov. ww - ruïneren, vernielen, verwaarlozen.
- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.tr. - verruïneren, vernielen, stukmaken
- Leo Goemans, Leuvens taaleigen (1936) - VERRUÏNEEREN - Frans: ruiner
- Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERRENNEWEEREN- ten onder brengen, arm maken; Frans ruiner
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - RENNUEEREN, WENNEWEEREN (zachte e) - ruineeren, in den grond helpen
versaokewerkwoord
verzaken, 'saoke'
ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimpings gij/hij versòkt
verschaajezelfstandig naamwoord
het verscheiden, het overlijden
2. bijvoeglijk naamwoord verscheidene, verschillende
verschaajnezelfstandig naamwoord
het verscheiden, het overlijden
2. bijvoeglijk naamwoord verscheidene, verschillende
verschaorewerkwoord
verscharen, verplaatsen
brengen. Zie SCHAAR (bij Verster)
verschietewerkwoord
verschiete - verschôot - verschoote
intransitief a) (ver)schrikken, ontstellen, b) van kleur veranderen, verkleuren, verbleken.
- J.H. Hoeufft; Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - VERSCHIETEN, voor verschrikken
- K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - VERSCHIETEN - verschrikken. Zie Kiliaen -
- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - VERSCHIETEN l) ov. ww - voorschieten; 2) onov. ww - van kleur veranderen, zijn kleur verliezen; 3) onov. ww - schrikken (en van kleur veranderen?): oew, ik verschoo:t toch.
- WBD - III.1.3.16 'verschoten' = versleten; ook 'kaal'
- WBD - III.1.4:293 'verschieten' = schrikken
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERSCHIETEN (met zijn en hebben) - plotseling ontstellen of ontroeren, 'tzij van verrassing of verwondering, 'tzij van vrees of angst
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - verschiete ww - schrikken
- A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - verschiete - schrikken = verschieten 'van kleur verbleken'
- WNT - VERSCHIETEN (I) - 10) ontsteld doen raken van schrik; hevig schrikken; 11) terugschrikken, terugdeinzen voor iets afschrikwekkends; 13) opkijken van; 14) (van de gelaatskleur) snel, plotseling wegtrekken; enz.
- WNT - deel XX II, kolom 25, betekenis 27) in de verbinding 'zijn oogen verschieten' = even inslapen, een licht kort slaapje doen.
verschillewerkwoord
verschil uitmaken, hier vooral in de betekenis 'het zal mij een zorg zijn'
verschôonzelfstandig naamwoord
schone kleren, inz. ondergoed
verschôonewerkwoord
verschonen
verschôoningzelfstandig naamwoord
verschoning
bijwoord
verschôore verscholen, verborgen [?]
verschòttezelfstandig naamwoord
verschotten, verbruikt [?]
verschraolewerkwoord
verschralen verschraole - verschròlde - verschròld ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij verschròlt
verschreepeldverschrompeld uit Middelnederlands schrepel, mager, dor, vermagerd, verdord - Cees Robben - ...n verschrepeld blad (1959)
verschrèppelewerkwoord
verslabakkewerkwoord
verwaarlozen de etymologie is nog niet duidelijk
verslaonwerkwoord
verslaan
verslèètewerkwoord
verslijten
verslèndewerkwoord
verslinden
versmòrtbijwoord
versnijewerkwoord
versnijden versnije - versneej - versneeje
versnutselewerkwoord
de etymologie is niet opgehelderd
verspeulewerkwoord
verspelen, kwijtraken vocaalkrimping in tegenwoordige tijd, verleden tijd, en voltooid deelwoord
verspraajewerkwoord
verspreiden
verstaandzelfstandig naamwoord
verstand
Uitdrukkingen
verstaandegnaam
verstandig
verstaonwerkwoord
verstaan, begrijpen verstaon - verston(d) - verstaon in tegenwoordige tijd vocaalkrimping in meervoud: wij/göllie/zullie verstòn
verstêenewerkwoord
verstenen
verstèùkewerkwoord
verstuiken verstèùke - verstökte - verstökt ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: hij verstökt
verstouwewerkwoord
verstouwen
verstukkewerkwoord
verstuiken verstèùke - verstökte - verstökt ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: hij verstökt
vertèèrewerkwoord
verteren
verteeveejewerkwoord
aan televisie verslaafd raken of worden
vertèrderzelfstandig naamwoord
verteerder
vertèsselzelfstandig naamwoord
vertelsel, verhaal
vervatzelfstandig naamwoord
vervat, reserve
vervattewerkwoord
anders (vast)pakken
verveelewerkwoord
vervelen Dialectenquête 1887 Willems - verveele - vervilde - vervild vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij vervilt
verwèèrewerkwoord
verwarren
verwèètewerkwoord
verwijten verwèète - verwêet verweete; in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij verwèt
verwòchtewerkwoord
verwachten
verwòchtingzelfstandig naamwoord
verwachting
verwòndnaam
verwaand
verzaokewerkwoord
verzaken
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
verzeejvoltooid deelwoord van verzègge verzegd, beloofd
verzèùmewerkwoord
verzuimen vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij verzömt
verzèùpewerkwoord
verzuipen verzèùpe - verzôop - verzoope in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij verzöpt
verzuukewerkwoord
verzoeken, uitnodigen verzuuke - verzòcht - verzòcht k orte uu
vèstzelfstandig naamwoord
vest ook mannelijk aangetroffen:
▼vist
vètzelfstandig naamwoord
vet
vètgatzelfstandig naamwoord
vèthòlzelfstandig naamwoord
1. functie in weverij
► "vetzakken" of
► "vetkezen"
► "vetkezen" gegeven. (Nieuwe Tilburgsche Courant - zaterdag 1 februari 1930 Van vroeger dagen 151: Folklore en Ambacht 1)
1.1. vèthol = vètbòl - Karel de Beer - draadmaker in het spinproces van een textielfabriek. Het woord vèthòl werd ook gebruikt als scheldnaam voor een politieagent en schijnt oorspronkelijk te komen van vètbòl. Dit waren vettige, aan elkaar geplakte draadjes die werden opgeveegd op de fabrieksvloer en waarvan bolletjes werden gedraaid, die werden gebruikt om de kachel aan te maken. Degenen in de fabriek die dit moesten doen werden door de anderen minachtend vètbòl genoemd, omdat dit veegwerk niet hoog werd aangeslagen. (Tilburgs bijnamenboek, 2000) 2. politieagent
Spotnamen voor een politieagent - uit De Tijd - 3 mei 1968
vèthöllekezelfstandig naamwoord
fabrieksjongen voor het vuilste werk verkleinwoord van 'vèthòl', met umlaut
vèthoorentjezelfstandig naamwoord
bepaald schoenmakersattribuut
vetielzelfstandig naamwoord
ventiel
vètkaoizelfstandig naamwoord
vetkaai
vètkeesnaam
vetkees, draadmaker in de textiel
vètkèùfzelfstandig naamwoord
vètlèèrnaam
vetleder
Uitdrukkingen In combinatie met 'medòllie'
vètlèmkezelfstandig naamwoord
vetlampje, olielampje
vètpanzelfstandig naamwoord
vetpan, pan waarin vlees en vet werden opgediend om te 'soppen'
vètsmèlterzelfstandig naamwoord
vètwaajerzelfstandig naamwoord
iemand die koeien vetmest
Naar het begin van de pagina Inhoud Woordenboek Tilburgse Taal CuBra Home
vètzaknaam
DRAADMAKERSLIEDJE 't Is koud, de sneeuw daalt neder, In die schoonheid en pracht der natuur. Die sneeuwtjes vliegen als vlokjes, En, o wat draaien die molentjes schoon. Die spilletjes piepen als muisjes Als men daar geen olie aan doet. Pleizier, pleizier, wij zijn die vetzakken, Pleizier, pleizier, wij zijn die vetzakken van pleizier.
vètzakkerijnaam
DRAADMAKERSLIEDJE 't Is koud, de sneeuw daalt neder, In die schoonheid en pracht der natuur. Die sneeuwtjes vliegen als vlokjes, En, o wat draaien die molentjes schoon. Die spilletjes piepen als muisjes Als men daar geen olie aan doet. Pleizier, pleizier, wij zijn die vetzakken, Pleizier, pleizier, wij zijn die vetzakken van pleizier.
veugeltjenaam
vogeltje
veugeltjesboerzelfstandig naamwoord
vogeltjesboer
veugeltjesprutterzelfstandig naamwoord
veulbijwoord
veel, teveel van telwoord
bijwoord
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - 'veul kaod ' - heel kwaad
- Kees en Bart (krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935) - 'veuls te hoog'
- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - 'Vastenaovend wordt nie veu(l) mir gevierd.' (blz. 94)
- Cees Robben - En naa nie veul zegge.. of t gaot-er-op..! (19650924) - Cees Robben - Dan lèèkenet veul meer... (19651203)
- Cees Robben - We hebben n haoven mee waoter dr in.../ Mee zaand... en veul aauw ijzer... (19540515) - Cees Robben - Ge wit toch (...) dek veul van oe haauw... (19820122) - Cees Robben - Veul..? Twee haore op oewe kop des wèènig.. Mar twee haore in de soep.. Des veul... (19630816)
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - veul? wès veul? Twee haoren op oewe kôp is wèèneg, mar twee haoren in oew soep is veul
- Stadsnieuws - Veul? Wès veul? Twee haoren op oewe kòp is wèèneg, mar twee haoren in oew soep is veul...
- De Wijs - k Zôt wel wille koôpe, mar ik heb veuls te veul te wènig in mn portmonnee (10-02-1963)
- Pierre van Beek - Hij zeeter nie veul; hij zeeter ginnen êene - hij is zwijgzaam, gesloten
- Kernkamp - Bezorging Dialectenquête 1879 - ge haadt al nie veul - gij hadt reeds niet veel
- Hessels 2020 - Bij het opmerken van een man met een forse, dikke vrouw: - die spult gèèren in en grôote zaol! of: - die heej gèère veul! of: - die zok saoves wèl es ötgepakt wille zien! (Zegsman dhr. Hessels (1931-2006).
Aanvullende bronnen
telwoord
vèùlzelfstandig naamwoord
vuil, vies; gierig, en trappen van vergelijking
zelfstandig naamwoord
.- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Tis vèùl, zi den èùl, èn hij bekeek zen jong.
- Theo de Wijs; schriftelijke mededeling aan Cees Robben, menne verloofde blèft den hille aovond in zn vuil zitte (17-08-1964) - Theo de Wijs; schriftelijke mededeling aan Cees Robben, Mar boer, wè hedde toch schôôn dochters. - Van mn kèr aaf meej diejen vuilen praot. (10-02-1963)- Frans Verbunt (1996) - veul laojde óp en kèèr
- Cees Robben - Die blèèft den hille aovend mar in zn vuil zitte... (19641023)
- WBD - vuil, vèùl - nageboorte van de koe; kalfsvlies
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - den dieje is te vööl om wè wèg te geeve - ... te gierig om ...
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - vööl plöddeke - geniepig (vies) vrouwspersoon
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - vööle peer - gierig iemand
- Frans Verbunt (1996) - in zen vèùl lôope - zijn werkkleren nog aanhebben
- Frans Verbunt (1996) - daor zèèk ene vèùle in - daar ben ik handig in
- WBD - (Hasselt) nageboorte van een varken
- WBD - vèùl aaj - bebroed bevrucht ei (van een kip)
- Gezegde: Pierre van Beek - Hij heej hil wè waoter vèùlgemòkt. - hij heeft in zijn leven 'de zaak aardig versierd'. (Tilburgse Taalplastiek 153)
- Mandos, Brabantse Spreekwoorden - 2003 - et vèùl gao vur den bissem (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1965) - humoristische opmerking als men iemand voor laat gaan
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - 'de vùil vèèf' - bep. werkmanshuisjes
- WBD - (III.2.1:317) vèùl - stof
- WBD - (III.1.2:267) 'vuil' = etter
- WBD - (III.1.4:442) 'vuil' = onfatsoenlijk ook 'vies'
- WBD - (III.4.4:236) 'vuil' = troebel
- WBD - (III.4.4:321) 'vuilmaken,'bevuilen' = idem
gierig
veulderhaandnaam
veelderhande, allerhande
veulezelfstandig naamwoord
veulen, ook genoemd: 'vulle', 'völle' of 'poeleke' (tot 1 jaar)
zelfstandig naamwoord
vèùlpraotzelfstandig naamwoord
veulpròtsnaam
veelprater, praatjesmaker
veultijbijwoord
dikwijls
veurbijwoord
bijwoord
voor Waorveur moete vurkoome?
zelfstandig naamwoord
vuraawer, vuraauwer voorouder
viegielantzelfstandig naamwoord
vierbôomerzelfstandig naamwoord
vierewerkwoord
vieren; verwennen
soms vocaalkrimping: gij viert, en verleden tijd vierde(n) lange ie, behalve in tegenwoordige tijd bij gij (viert) en in verleden tijd (vierde(n))
vierèlzelfstandig naamwoord
lengtemaat, vier el
2. In het bijz. a. Als aanduiding van een bep. maat. α. Als lengtemaat: een vierde deel van een el, een kwart-el. Een verrel fluweel, V. DALE [1898 ᬶ]. HAGERS, Handelslex. [1919].Een vierel lint, Driem. Bl. 22, 28 [Utr., 1927]. β. Als gewichtsmaat: een vierde deel van een pond. ZWIERS [1920]. HAGERS, Handelslex. [1919]. γ. Als inhoudsmaat. LAURMAN 73 [1822].Een verrel boter, 11/2 H.G., (ook) een vaatje van 80 pond, V. DALE [1898 ᬶ]. Ze (t.w. de dokters) voeren Meestal niets uit voor 't geld. 'k Gaf kroonen en voor niets! ik gaf Veeleer ze aan Gerrit-buur voor 't verreltje' ouden wijn, SCHIMMEL, Dram. P. 2, 67 [1850]. δ. Als oppervlakte- of landmaat.
vierkaantnaam
vierkant; eigenwijs
Aanvullende bronnen
vierkaantegnaam
naam
Stond et ze nie aon wèk ammòl zi, dan wier ik vierkaantig opgevat en in zon kiest geflikkerd. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007) vierschaftskeeper - (vierschafskeeper ?) zelfstandig naamwoord - stofnaam (textiel)
viertstelwoord
viervoetsbijwoord
vieskontzelfstandig naamwoord
vietvatte
vietempeutussenwerpsel
schiet eens op! Verbastering van Franse 'vite un peu'
viezentierewerkwoord
visiteren, bezoeken; uit Frans 'visiter' via Nederlands 'visiteren' nog geen Tilburgse bewijsplaats
vingerzelfstandig naamwoord
vinger
Ill. Thomé - vingerhoedskruid - digitalis purpurea
vingeroedzelfstandig naamwoord
vingerhoed
Tekening van Carel Fabritius - Vink - 17de eeuw
vinkeslagzelfstandig naamwoord
het slaan van een vink; knip om vinken te vangen
zelfstandig naamwoord
vinnegnaam
venijnig
virkezelfstandig naamwoord
veer, veertje
Uitdrukkingen
Aanvullende bronnen
zelfstandig naamwoord
veertje
virpontzelfstandig naamwoord
veerpont
virteguuregebèdzelfstandig naamwoord
veertig-uren-gebed
virtientelwoord
veertien
viszelfstandig naamwoord
vis
visjezelfstandig naamwoord
vestje
visjeszakzelfstandig naamwoord
vestzak(je)
visjeszèkskezelfstandig naamwoord
vestzak(je)
viskesfrèèterzelfstandig naamwoord
visjesvreter; larve van libelle
viskörrefzelfstandig naamwoord
viskorf van de ambulante visverkoper
Foto: Regionaal Archief Tilburg
vismèrtzelfstandig naamwoord
vismarkt Audio-opname 1978 - èn toen zèèk zogenaamd bij Jaones Lôos òn de gang gegaon, dè was op de Vismèrt, et Willemsplein èn de was ene grôote gròssier (- Interview met dhr. Bertens; transcriptie Hans Hessels 2013) Afbeelding uit: Kroniek van de Kempen
visroejzelfstandig naamwoord
vishengel
vissersmiszelfstandig naamwoord
vistzelfstandig naamwoord
vest
▲vèst
vlaajewerkwoord
vleien
vlaartjezelfstandig naamwoord
lefdoekje, pochet, fuit het Franse 'foulard', hals- of zakdoek
vlaggewerkwoord
vlaggen
zelfstandig naamwoord
vlagzèès vlagzeis
vlakzelfstandig naamwoord
druk
HTW 'vlak hèn' uitgelaten, druk zijn
bijwoord
vlakweg direct, zonder omhaal Ze hield nie van omwegen en deurom vroeg ze vlakweg aon Annekes... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 25-2-1939 18-4-1939)
vlamzelfstandig naamwoord
hartstocht
vlangzelfstandig naamwoord
volant (onderdeel van een textielmachine)
VlaondereToponiem Vlaanderen
vleenaam
verleden vleeje mònd, vlee week
bijwoord
In de vlee week, zèk op rès gewist mee den ootobus. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) dès naa ammol lang geleeje/ dè noeme ze «de vleeje tèèd» (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Moederdag) Klèèn Luuske van ons taante Fien/ is fleeje mònd getrouwd... (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Pertrètjes kèeke) 'ze Miel hee vleeje week gezee/ Ik gao nie mee naor Willem II" (Gieleke wsch. pseudoniem van Michel van de Ven (Lechim) ongedateerd knipsel uit onbekende bron; ca. 1960-1980)
Fleeweek zaat ie nòg int kefeej. uitdr. fleeweek from - de voor-vorige week
Audio-opname 1978 - dès vleej jaor fèfteg jaor gewòrre mar ze hèbben et nie gevierd want ik hèb et toevalleg nòg òn de pòrtier vleej week gevraoge. (- Interview met dhr. Bertens; transcriptie Hans Hessels 2013)
vlèèchtewerkwoord
vlechten
vleejnaam
verleden vleeje mònd, vlee week
bijwoord
In de vlee week, zèk op rès gewist mee den ootobus. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) dès naa ammol lang geleeje/ dè noeme ze «de vleeje tèèd» (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Moederdag) Klèèn Luuske van ons taante Fien/ is fleeje mònd getrouwd... (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Pertrètjes kèeke) 'ze Miel hee vleeje week gezee/ Ik gao nie mee naor Willem II" (Gieleke wsch. pseudoniem van Michel van de Ven (Lechim) ongedateerd knipsel uit onbekende bron; ca. 1960-1980)
Fleeweek zaat ie nòg int kefeej. uitdr. fleeweek from - de voor-vorige week
Audio-opname 1978 - dès vleej jaor fèfteg jaor gewòrre mar ze hèbben et nie gevierd want ik hèb et toevalleg nòg òn de pòrtier vleej week gevraoge. (- Interview met dhr. Bertens; transcriptie Hans Hessels 2013)
vlêeszelfstandig naamwoord
vlees
Etym. wg. fleiska, D. Fleisch, N. vlees, T. vlêes
vlêeskaantzelfstandig naamwoord
vlêeskèrszelfstandig naamwoord
vlêeskousezelfstandig naamwoord
lichtgekleurde, dunne kousen [?]
vlêesmiszelfstandig naamwoord
vleesmes
vlêeswèèrkzelfstandig naamwoord
vlees ...in en köpke soep han ze wèl zin./ daor zaat wèl veul gruun èn peekes/ mar hèèl wèènig vlèèswèèrk in. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Et is mar hoeget zègt )
vlêezewerkwoord
vlezen
vlèggeskezelfstandig naamwoord
vlaggetje
vlègskezelfstandig naamwoord
vlaggetje
vlèmkezelfstandig naamwoord
vlammetje
vleugelzelfstandig naamwoord
vleugel
Ill. Rolf Janssen
vliegzelfstandig naamwoord
vlieg ...zoo taai as vliegen op de stroop! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 25-2-1939 18-4-1939)
vliegewerkwoord
vliegekaastzelfstandig naamwoord
vliegkappezelfstandig naamwoord
zusters met witte vleugelachtige kap Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - de vliegkappe = zusters van een bep. congregatie (blz. 98)
vliegmesjienzelfstandig naamwoord
vliegtuig
vliegnètzelfstandig naamwoord
Ill.: Naumann; vlierscheut - turdus pilaris
vlierscheutzelfstandig naamwoord
Vliervlam
vliervlamzelfstandig naamwoord
vliervlinder vD. vliervlinder - vlinder met zwavelgele vleugels met bruine buitenrand, waarvan de rups op de vlier leeft (Ourapteryx sambucaria)
vlieszelfstandig naamwoord
vlies (zie ook: vlim)
vlijszelfstandig naamwoord
vlimzelfstandig naamwoord
vliesje tussen vruchtvlees en pit bij een appel, ook genoemd: vlies, blees, bliske, blieske
vlirmèùszelfstandig naamwoord
vleermuis
vloebazelfstandig naamwoord
MT- Informant Ad Vinken; watermuurverf uit WO II: 'vloejbah'
SJAREL. Toen heb ik er hil m'n huis mee gevloebahd. 't Was percies of hil m'n huis opnuuw behangen was. Echte crème-kleur! Echt modern! (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg , 19 januari 1945)
vloejkezelfstandig naamwoord
vloekewerkwoord
vloeken
Pierre van Beek Zo hoorden wij dezer dagen van iemand, die om zijn vloeken een twijfelachtige reputatie geniet, zeggen, dat hij "vloekt in de ere-afdeling". Een gedachtenassociatie met de vele zangverenigingen en harmonieën, die onze stad telt, is zeker niet vreemd aan het ontstaan van deze uitdrukking. (Tilburgse taalplastiek 7 Nieuwe Tilburgse Courant zaterdag 18 maart 1950)
vloerzelfstandig naamwoord
1. vloer
2. Velours, de stofnaam
► http://www.cubra.nl/auteurs/henkvanrijswijk/textielschool.htm - J.T. Bonthond, Woordenboek voor de manufacturier (1947) Velours. Weefsel met een pluche-achtig haardek, dat op verschillende manieren kan worden verkregen (ruwen, doorsnijden van poollussen e, d.). a. Staande velours heeft een rechtopstaand fluweelachtig haardek, door ruwen en velouteeren verkregen. b. Streekvelours heeft een in één richting liggend haardek. De apprêtuur is: vollen, ruwen en strijken. Velours wordt voor overjassen, gordijnen en decoratiedoeleinden gebruikt. - H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: Maonnaacht, 1932 - 't Olling *) laand leej omgetooverd [*) -noot van Sterneberg bij dit woord: geheele]/ zoft in zulvervloer *) gestraol. [*) -noot van Sterneberg bij dit woord: zilverfluweel...] (Herinneringen aan zijn opleiding aan de Hogere Textielschool - 1 september 1950 tot en met juli 1954),
vlòkkieneejzelfstandig naamwoord
vlökskezelfstandig naamwoord
vlokje
vlòmszelfstandig naamwoord
vlaams
vlôogverleden tijd van 'vliege' vloog Ill. Rolf Janssen
vlôojzelfstandig naamwoord
vlo
Uitdrukkingen
- Piet Heerkens - Twee die saomen slaopen, eten,/ worren deur dezelfde vlooi' gebeten. (Uit: Brabant, Brabantse spreuken, 1941)
- Pierre van Beek "Wie bij den hond slaopt, krijgt vlooien" is ons equivalent voor "Wie met pek omgaat, wordt er door besmet." (Tilburgse taalplastiek 11 Nieuwe Tilburgse Courant maandag 17 april 1950)
- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - -gezegde Wie bè den hónd slòpt, krèègt vlôoje.
- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - -gezegde Hoe kòlder/ gròtter hond, hoe meer vlôoje.
- Pierre van Beek -gezegde ópsteuven as ene zak vlôoje - wegrennen, in allerijl
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ópsteuven as ene zak vól vlôoje ('72) - naar alle kanten wegvliegen
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ge vèndt allicht en vlôoj in en schoojershèm (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1969) - je had kunnen weten wat je te wachten stond; maak dus achteraf geen aanmerkingen.
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - vur êen vlôoj hoefde nie hil oewen bèùk kepòt te krabbe
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - zenèège vuulen as en vlôoj tusse twee naogels
zelfstandig naamwoord
Aanvullende bronnen
vlôojezelfstandig naamwoord
vlo
Uitdrukkingen
- Piet Heerkens - Twee die saomen slaopen, eten,/ worren deur dezelfde vlooi' gebeten. (Uit: Brabant, Brabantse spreuken, 1941)
- Pierre van Beek "Wie bij den hond slaopt, krijgt vlooien" is ons equivalent voor "Wie met pek omgaat, wordt er door besmet." (Tilburgse taalplastiek 11 Nieuwe Tilburgse Courant maandag 17 april 1950)
- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - -gezegde Wie bè den hónd slòpt, krèègt vlôoje.
- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - -gezegde Hoe kòlder/ gròtter hond, hoe meer vlôoje.
- Pierre van Beek -gezegde ópsteuven as ene zak vlôoje - wegrennen, in allerijl
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ópsteuven as ene zak vól vlôoje ('72) - naar alle kanten wegvliegen
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ge vèndt allicht en vlôoj in en schoojershèm (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1969) - je had kunnen weten wat je te wachten stond; maak dus achteraf geen aanmerkingen.
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - vur êen vlôoj hoefde nie hil oewen bèùk kepòt te krabbe
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - zenèège vuulen as en vlôoj tusse twee naogels
zelfstandig naamwoord
Aanvullende bronnen
werkwoord
vlooien, vlooien vangen In de dooddoener
vlôojkezelfstandig naamwoord
vlo
Uitdrukkingen
- Piet Heerkens - Twee die saomen slaopen, eten,/ worren deur dezelfde vlooi' gebeten. (Uit: Brabant, Brabantse spreuken, 1941)
- Pierre van Beek "Wie bij den hond slaopt, krijgt vlooien" is ons equivalent voor "Wie met pek omgaat, wordt er door besmet." (Tilburgse taalplastiek 11 Nieuwe Tilburgse Courant maandag 17 april 1950)
- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - -gezegde Wie bè den hónd slòpt, krèègt vlôoje.
- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - -gezegde Hoe kòlder/ gròtter hond, hoe meer vlôoje.
- Pierre van Beek -gezegde ópsteuven as ene zak vlôoje - wegrennen, in allerijl
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ópsteuven as ene zak vól vlôoje ('72) - naar alle kanten wegvliegen
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ge vèndt allicht en vlôoj in en schoojershèm (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1969) - je had kunnen weten wat je te wachten stond; maak dus achteraf geen aanmerkingen.
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - vur êen vlôoj hoefde nie hil oewen bèùk kepòt te krabbe
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - zenèège vuulen as en vlôoj tusse twee naogels
zelfstandig naamwoord
Aanvullende bronnen
vlòtnaam
vlugnaam
vlug Pierre van Beek - Hij is nie van de vlugste - (eufemistisch) hij is een slomerik Pierre van Beek - vlugge jóng - vogeltjes die tegen het uitvliegen zijn (= bijna uitvliegen) Pierre van Beek - vlug zèèn - goed ter been zijn (bijvoorbeeld van een bejaarde)
vluggernaam
vlug Pierre van Beek - Hij is nie van de vlugste - (eufemistisch) hij is een slomerik Pierre van Beek - vlugge jóng - vogeltjes die tegen het uitvliegen zijn (= bijna uitvliegen) Pierre van Beek - vlug zèèn - goed ter been zijn (bijvoorbeeld van een bejaarde)
vlugstnaam
vlug Pierre van Beek - Hij is nie van de vlugste - (eufemistisch) hij is een slomerik Pierre van Beek - vlugge jóng - vogeltjes die tegen het uitvliegen zijn (= bijna uitvliegen) Pierre van Beek - vlug zèèn - goed ter been zijn (bijvoorbeeld van een bejaarde)
vluukskezelfstandig naamwoord
vloekje
vochtzelfstandig naamwoord
vocht sap van een vrucht persoonsvorm vocht verleden tijd van 'vèèchte'
voeballezelfstandig naamwoord
voetballen het voetballen, voetbalwedstrijden in ouder Tilburgs is het woord mannelijk in de uitspraak verdwijnt soms de t: voebal
voedvrouwzelfstandig naamwoord
vroedvrouw
voejerzelfstandig naamwoord
voer, vooral voor dieren
Pierre van Beek -gezegde - voejer zuuke vur aandermans geèt - werken voor een ander
voejerewerkwoord
voeren, voederen steeds korte oe
voejerkezelfstandig naamwoord
maaltijd
Uit: Flora Batava 2 , Jan Kops (1807)
voejerwikkezelfstandig naamwoord
voederwikke (Vicia sativa), een familie van klimplanten; ook smalle wikke genoemd
voerverleden tijd van vaore, dat ook zwak vervoegd wordt (vaorde).
voermanzelfstandig naamwoord
voerman korte oe ?
voermannewerkwoord
voetzelfstandig naamwoord
voet, lichaamsdeel trippetrap van kendervuutjes... (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, Naachtegaol, 1941)
uitdr. - vur de voet: ge moet ze vur de voet vatte = niet uitzoeken; vgl. v. Dale: voor de voet iets weggeven of verkopen = zonder te keuren of uit te zoeken: voetstoots.
lengtemaat = 0,287 m, verdeeld in 10 duim à 2,87 cm; 20 voet = 1 roede (van 5,75 m) (in Tilburg in gebruik vóór de invoering v.h.Ned. Metriek Stelsel, 1820) voet van een plattebuiskachel - Cees Robben - De kender zaten op den voet/ Meej baai dr vuutjes... (19601111) bij het paard
voetballezelfstandig naamwoord
voetballen het voetballen, voetbalwedstrijden in ouder Tilburgs is het woord mannelijk in de uitspraak verdwijnt soms de t: voebal
voetewerkwoord
voeten (kinderspel)
voeteerenwerkwoord
lopen
voetegetrapzelfstandig naamwoord
voetengetrap
vòjerzelfstandig naamwoord
vader
völderzelfstandig naamwoord
vuil, vies; gierig, en trappen van vergelijking
zelfstandig naamwoord
.- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Tis vèùl, zi den èùl, èn hij bekeek zen jong.
- Theo de Wijs; schriftelijke mededeling aan Cees Robben, menne verloofde blèft den hille aovond in zn vuil zitte (17-08-1964) - Theo de Wijs; schriftelijke mededeling aan Cees Robben, Mar boer, wè hedde toch schôôn dochters. - Van mn kèr aaf meej diejen vuilen praot. (10-02-1963)- Frans Verbunt (1996) - veul laojde óp en kèèr
- Cees Robben - Die blèèft den hille aovend mar in zn vuil zitte... (19641023)
- WBD - vuil, vèùl - nageboorte van de koe; kalfsvlies
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - den dieje is te vööl om wè wèg te geeve - ... te gierig om ...
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - vööl plöddeke - geniepig (vies) vrouwspersoon
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - vööle peer - gierig iemand
- Frans Verbunt (1996) - in zen vèùl lôope - zijn werkkleren nog aanhebben
- Frans Verbunt (1996) - daor zèèk ene vèùle in - daar ben ik handig in
- WBD - (Hasselt) nageboorte van een varken
- WBD - vèùl aaj - bebroed bevrucht ei (van een kip)
- Gezegde: Pierre van Beek - Hij heej hil wè waoter vèùlgemòkt. - hij heeft in zijn leven 'de zaak aardig versierd'. (Tilburgse Taalplastiek 153)
- Mandos, Brabantse Spreekwoorden - 2003 - et vèùl gao vur den bissem (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1965) - humoristische opmerking als men iemand voor laat gaan
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - 'de vùil vèèf' - bep. werkmanshuisjes
- WBD - (III.2.1:317) vèùl - stof
- WBD - (III.1.2:267) 'vuil' = etter
- WBD - (III.1.4:442) 'vuil' = onfatsoenlijk ook 'vies'
- WBD - (III.4.4:236) 'vuil' = troebel
- WBD - (III.4.4:321) 'vuilmaken,'bevuilen' = idem
gierig
naam
volderewerkwoord
vollen, van geweven stoffen; dikker maken, o.a. in een bad met zeep of volaarde
volderijzelfstandig naamwoord
vollerij, afdeling van de textielfabriek waar de wol gevold wordt
zelfstandig naamwoord
voldersbaos baas van de vollerij
volèèrdzelfstandig naamwoord
volaarde
bijwoord
volgesnaggeld De etymologie is nog onduidelijk.
vòlkzelfstandig naamwoord
volk, een bepaald soort mensen
naam
Uitdrukkingen
zelfstandig naamwoord
Aanvullende bronnen
völlakkerzelfstandig naamwoord
vuilak
völlezelfstandig naamwoord
veulen, ook genoemd: 'vulle', 'völle' of 'poeleke' (tot 1 jaar)
werkwoord
völleghèdzelfstandig naamwoord
vuiligheid Audio-opname 1978 Dhr. Bertens Mèn dòchter die ha hier zogezeej zonne stinpöst staonèn en uur nòdderaand koste zôo de slierte öt trèkke, de völleghèd dieter ötkwaam! (Collectie Heemkundekring Tilborch; transcriptie: Hans Hessels)
zelfstandig naamwoord
Enen enkeling van de jong naam de moeite, meej enen emmer waoter de völlighed weg te spuule, de miste lieten et mar zôo et waar. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
völlegheizelfstandig naamwoord
vuiligheid Audio-opname 1978 Dhr. Bertens Mèn dòchter die ha hier zogezeej zonne stinpöst staonèn en uur nòdderaand koste zôo de slierte öt trèkke, de völleghèd dieter ötkwaam! (Collectie Heemkundekring Tilborch; transcriptie: Hans Hessels)
zelfstandig naamwoord
Enen enkeling van de jong naam de moeite, meej enen emmer waoter de völlighed weg te spuule, de miste lieten et mar zôo et waar. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
völlekzelfstandig naamwoord
vuilik, vuilak, viezerik, smeerpoes
völlekewerkwoord
vies doen
völlekertzelfstandig naamwoord
vuilak, viezerik
völlekesbakzelfstandig naamwoord
▼ völlesbak
völleszelfstandig naamwoord
vuilnis
Emblematische prent van Jan Luyken - uit: Het leerzaam huisraad (1711)
völlesbakzelfstandig naamwoord
vuilnisbak
volletierzelfstandig naamwoord
vrijwilliger; uit Frans: volontair
volmòktnaam
volmaakt
völneszelfstandig naamwoord
völnesbakzelfstandig naamwoord
vuilnisbak
völnisbakzelfstandig naamwoord
vuilnisbak
volontèèrbijwoord
volop
volslaogenaam
völstzelfstandig naamwoord
vuil, vies; gierig, en trappen van vergelijking
zelfstandig naamwoord
.- Miep Mandos-v.d.Pol; Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Tis vèùl, zi den èùl, èn hij bekeek zen jong.
- Theo de Wijs; schriftelijke mededeling aan Cees Robben, menne verloofde blèft den hille aovond in zn vuil zitte (17-08-1964) - Theo de Wijs; schriftelijke mededeling aan Cees Robben, Mar boer, wè hedde toch schôôn dochters. - Van mn kèr aaf meej diejen vuilen praot. (10-02-1963)- Frans Verbunt (1996) - veul laojde óp en kèèr
- Cees Robben - Die blèèft den hille aovend mar in zn vuil zitte... (19641023)
- WBD - vuil, vèùl - nageboorte van de koe; kalfsvlies
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - den dieje is te vööl om wè wèg te geeve - ... te gierig om ...
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - vööl plöddeke - geniepig (vies) vrouwspersoon
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - vööle peer - gierig iemand
- Frans Verbunt (1996) - in zen vèùl lôope - zijn werkkleren nog aanhebben
- Frans Verbunt (1996) - daor zèèk ene vèùle in - daar ben ik handig in
- WBD - (Hasselt) nageboorte van een varken
- WBD - vèùl aaj - bebroed bevrucht ei (van een kip)
- Gezegde: Pierre van Beek - Hij heej hil wè waoter vèùlgemòkt. - hij heeft in zijn leven 'de zaak aardig versierd'. (Tilburgse Taalplastiek 153)
- Mandos, Brabantse Spreekwoorden - 2003 - et vèùl gao vur den bissem (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1965) - humoristische opmerking als men iemand voor laat gaan
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - 'de vùil vèèf' - bep. werkmanshuisjes
- WBD - (III.2.1:317) vèùl - stof
- WBD - (III.1.2:267) 'vuil' = etter
- WBD - (III.1.4:442) 'vuil' = onfatsoenlijk ook 'vies'
- WBD - (III.4.4:236) 'vuil' = troebel
- WBD - (III.4.4:321) 'vuilmaken,'bevuilen' = idem
gierig
vòltjezelfstandig naamwoord
voile, korte sluier
völtjezelfstandig naamwoord
vuiltjes Hij hò en völtje in zen ôog
vonwerkwoord
vond
verleden tijd enkelvoud van vèène'
vongwerkwoord
ving
vòntjezelfstandig naamwoord
vaantje
voogelzelfstandig naamwoord
vogel Uitdrukking 1929 - A.J.A.C. van Delft - "Zoolang ze vrijen, zijn het minnebroeders, doch getrouwd worden het kruisheeren." En de vader wist ter aanvulling: "Zit de vogel in de kooi, dan fluit de vogelaar minder mooi." (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929) 1964 - Pierre van Beek - Ja. hoe gaat het eigenlijk met die mannen: "Zolang ze vrijen zijn het minnebroeders, getrouwd worden het kruisheren". Men vertelt dat ook nog wel anders: "Zit de vogel in de kooi, dan fluit de vogelaar minder mooi". (Tilburgse Taalplastiek afl. 15; Nieuwsblad van het Zuiden, 21-10-1964) 2003 - Mandos - Brabantse Spreekwoorden - zit de voogel in de kooj, dan flöt de voogelèèr minder mooj (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1964) - gezegd over een getrouwde man.
Samenstelling
zelfstandig naamwoord
Afbeelding uit het 'Nuuw Tilburgs Leesplèngske' dat in 2020 door de Stichting Tilburgse Taol werd samengesteld en uitgegeven in samenwerking met Stadsmuseum Tilburg en Bibliotheek Midden-Brabant en Erfgoed Tilburg. De illustraties werden verzorgd door Ruben de Bruijn. voogelkôojkes vogelkooitjes
voogelwaajzelfstandig naamwoord
Kiliaen - VOGHEL-WEIJDE - ornithoboscium; solum cessans, ager effaectus.
voojzelfstandig naamwoord
voorzelfstandig naamwoord
vôosnaam
voos, droog
vôozewerkwoord
vordilzelfstandig naamwoord
voordeel
vordiltjezelfstandig naamwoord
voordeel
vörkzelfstandig naamwoord
vork deel van een boom waar de stam zich in tweeën splitst
vorkezelfstandig naamwoord
vörmzelfstandig naamwoord
vorm
vörmewerkwoord
vormen
zelfstandig naamwoord
vörrek vork
vòrsnaam
vers, in het bijzonder van etenswaren
bijwoord
naam
andere betekenissen
vòrseghèdzelfstandig naamwoord
vòrstzelfstandig naamwoord
vòrstenwerkwoord
vortbijwoord
voort, voortaan; heden ten dage; vooruit
vòrtzelfstandig naamwoord
1. heimwee, verlangen naar vroeger;
uitdr. vaort/vòrt hèbbe - heimwee hebben; Int begien haj veul vort.
2. vaart, snelheid
zelfstandig naamwoord
vaart, heimwee, snelheid
vortdoenwerkwoord
voortmaken, opschieten vórtdoen - deej vórt - vórtgedaon
vorthuutussenwerpsel
vòrtjezelfstandig naamwoord
1. heimwee, verlangen naar vroeger;
uitdr. vaort/vòrt hèbbe - heimwee hebben; Int begien haj veul vort.
2. vaart, snelheid
zelfstandig naamwoord
vaartje
voswerkwoord
vòszelfstandig naamwoord
vösjezelfstandig naamwoord
vuist Meej de vöst op tòffel slaon. - Met de vuist op tafel slaan.
vòskezelfstandig naamwoord
vaas, vaasje
vöskezelfstandig naamwoord
vossesamentrekking
vonden zij - vosse
Vaccinium vitis-idaea -Wikipedia
vòssebèszelfstandig naamwoord
vossiesamentrekking
vond hij - vossie
vossiksamentrekking
vond ik - vossik
vöstzelfstandig naamwoord
vuist Meej de vöst op tòffel slaon. - Met de vuist op tafel slaan.
vöstewerkwoord
vòtjezelfstandig naamwoord
vaatje Pierre van Beek - vòtje zuur bier - oude vrijster
vraachtzelfstandig naamwoord
vracht
vraatwerkwoord
vrat verleden tijd van 'vreete
vraawzelfstandig naamwoord
vrouw
vrakzelfstandig naamwoord
1. wrak
2. vrek En toen ie grotter wier, ies ie zo gierig geworre, zonne vrak, zo interessaant, zonne pin, zo gierig as de naacht. (A.J.A.C. van Delft, uit: Toen Tilburg nog dorps was: Een heel typisch dialect; Nieuwe Tilburgsche Courant, 17 juli 1956)
vrammesnaam
vrouw (vrouwmens)
samentrekking
...de vrouw van Cornelissen waar 'n buitengewoon degelijk meensch, een reuzin van een frammes... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; feuilleton Bad Baozel, 8 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 31-12-1938 18-2-1939) ...en daor kwaamp me in geweldig zwaorwichtig vrammes aongehold... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) Die is wèl getrouwd! Mee 'n dochter van Door de Vries en dè wit-ie-zelf ook, want ie hee twaalf gegooid hurre! Krimmeneel wen vrammes is dè! (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 4; 2-11-1929)
vraogzelfstandig naamwoord
vraag
vraogewerkwoord
vragen vraoge - vroeg - gevraoge
- Kernkamp - Bezorging Dialectenquête 1879 - vroage - vroagde (vragen - vraagde)
- Pierre van Beek - Vraokoewiets? - Vraag ik je iets?
- Cees Robben - Gaoget op de mert mar vraogen. (19540306)
- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 70 01 14 - "De buurvrouw hee me òk gevraoge / Zuukt is naor 'n goei kesjet
- Naodè we et nog hier en daor gevraoge han (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - hèk jou wè gevraoge? - heb ik jou iets gevraagd?
- daor hak nie om gevraoge... (Henriëtte Vunderink, Et möske, uit: Tis de moejte wèrd; 2011)
- Daor hèdde zèlf nie om gevraogen, hè. (Tillie B.: pseudoniem van Nicole van Wagenberg; uit een column van haar website Tilburgs Taolbuuroo, 2012)
- WBD - III.3.1:39 'vragen', 'verzoeken, noden, uitnodigen' = uitnodigen
- A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - Notities m.b.t. het participium op kaart 'gevraoge'.
- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - st. ww. (verl. tijd 'vroeg', vd. 'gevraoge(n)' en 'gevraogd)
vrèddagzelfstandig naamwoord
vrijdag
naam
Vleeë Vreddag hek inne kaoter gestrikt man! (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
bijwoord
vrijdags de vrèdagse mèrt - de vrijdagse markt de vrèdagse cent (houdt verband met de vrijdagse markt: snoepcent voor de kinderen) op vrijdag Frans Verbunt (1996) - agge vrèdags vlees it, krèède ene stèrt Freddags gaok noot nie de netuur in... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
vrêefzelfstandig naamwoord
ook verleden tijd van vrèève
vreejegbijwoord
vrêekewerkwoord
wreken
vrêetnaam
parmantig, deftig, trots Pierre van Beek - sjiek, voornaam M vrêet Soms mocht ik neffen onze ôme Henk op et maaimesjien zitten. Daor waar ik vréét op (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
naam
Haor VREET - fel
vreetewerkwoord
vreten
vrèèvewerkwoord
wrijven
vrèllewerkwoord
dwarszitten De Wijs - Denkte gullie dettie kaôt zô zèn omdek zô gevrêld heb (vrellen = dwarszitten)
vrèmdnaam
vreemd
bijwoord
vreemd (Vos in CR)
vrèmdezelfstandig naamwoord
vreemde
Frans Verbunt (1996) - vreemdeling (iem. die nog niet zo lang in Tilburg woont)
vrèmdelingzelfstandig naamwoord
vreemdeling
vrêûkewerkwoord
intensief werken; loswrikken; wringen vrêûke - vrukte - gevrukt, met vocaalkrimping. ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij vrukt
we vreuken mee haanden en voeten, om demme van erremoei moeten...
en kwaam daor veur 'n heg van brem en scherpe doren; hij vrong en vreukte vreed om deur die heg te komen
Och, peerdekraachte vreuke vreed aon kêr en ploeg...
Vruuger, ochgod, 't waar zingen en springe, den hemel... hij leek me zo schoon, en dichtbij, mar naa, och Heer, 't is vreuken en vringe, a'k er mar koom, dan ben ik al blij.
- Cees Robben - t vreuken en sjouwe... (19570309) - Cees Robben - En wij vreuke en vruute ons dol... (19580308) - Cees Robben - Kunde vreuke..? jao, meneer Lewie... (19841005)
- De Wijs - Gaon we driehappelepappe of pliesieke speulen mee vreuke? (15-06-1963)
- Quinten - tis unne vrûkurt die zunne wirgà nie kent! (Hein Quinten, Tilburgse spreuken ; ca. 1990)
- Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007: Mistal plektedie [de heilige hostie] òn oew verhemelte vaast en zaate de hille mis meej oew tong vort te vrêûke om em los te krèège en dur te slikken
- Èn ikke mar vrêûke aachter et fornèùs. (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)
- WBD - III.1.4:345 'wreuken' = zwoegen
- A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - vrêêke, vreike, vreuke, vruiken - wringen, hard werken
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - WROOKEN, ook WRUËKEN - al wrikkende wringen, met geweld wringen; gewrook, gewruëk
- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.tr. 'vreuken' (wreuken, wreken) - wringen, verdraaien, ... met geweld omdraaien, duwen of trekken, zodat ...
- C. Verhoeven, Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - VREUKEN (vreu:ke) onov. ww - hard werken met inspanning v. grote lichamelijke kracht en twijfelachtige efficiëntie. Verwant met: wreken? wringen?
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - 'vrèuke' ww - wringen, hard werken
- WNT - WREKEN (II), wreiken, wrieken, wreuken, wrooken, vreken, vreiken, vreuken - 1) m.b.t. concrete zaken: met geweld, met kracht heen en weer bewegen met het oogmerk het genoemde los te maken; 2) met inspanning van al zijn krachten werken; 4) moeilijkheden maken,krakeelen.
- Naglijder op basis van verwantschap met 'wrooken' met scherplange oo.
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
vrêûkerzelfstandig naamwoord
iemand die continu bezig is, zonder er voldoening van te hebben; (fig.) indringer
Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - et vrêûkerke = Leyten (blz. 52) Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - ene vrêûker = hard werkende textielarbeider (blz. 98)
bijwoord
vrèùt vooruit En toch gink ut vruit! (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg , 9 februari 1945)
vriendzelfstandig naamwoord
vriend
zelfstandig naamwoord
vries van fries
zelfstandig naamwoord
vriezewerkwoord
vriezen
As 't naaw ok mar zô lang goei weer blijft en nie begient te vriezen dè de kaaien er van barsten. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 7; 30-11-1929)
werkwoord
vrije vrijen vrije - vreej - gevreeje
- Dialectenquête 1887 Willems - vrije - vrijde - gevrijd
- Voorbeeld van systeemkaart Wil Sterenborg - vrije dèt klapt (uitdr.) - innig vrijen
- Theo de Wijs; schriftelijke mededeling aan Cees Robben, Zij is aaltij haontje de veurste gewist, echt bèdehaand; ze vree mee dur zistien al thuîs en mee t trouwen mos ze ôk hard lôope (10-03-1967)
- Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - agge gaot vrije, motte er êene vatte wòr ge de schorsteen van ziet rôoke
- Pierre van Beek - Vrijen is zachjes praoten èn hard liege (Tilburgse Taalplastiek 132, 1971; BrH 58:207); Die vrijt meej zin, houdt et leeve derin.(BrH 58:208)
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - as ge wilt gòn vrije, dan moete ne knòl óp zak hèbbe (Nicolaas Daamen (Handschrift Tilburgs) - 1916 - ); knôl= horloge (zie aldaar onder Made)
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - ik zèè gevreeje, zit mèske, èn ze waar mar eens gekust, óp et lèlleke van der oor (D16)
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - as ze vrije, zègge ze 'lieveke, moete poepe?', èn as ze getrouwd zèn: 'kreng, moete schèète?' ('70)
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - die vrijt, die haawt er et leeven in ('73)
- A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - st. ww. (vreei-e(n)), gevreie(n)), intr. - vrijen
vrijeghèdzelfstandig naamwoord
vrijerzelfstandig naamwoord
vrijer
vrijersgèldzelfstandig naamwoord
vrimdnaam
vreemd
bijwoord
vreemd (Vos in CR)
vringewerkwoord
wringen; dwarszitten;
vringerzelfstandig naamwoord
zelfstandig naamwoord
Pierre van Beek - dwarsdrijver, ruziezoeker Ik had en ôom, hij is al jaore dôod./ Enen drammer hij wies aaltij alles beeter./ We noemden em dwarsdrèèver of bètweeter,/ òf vringerd, waor ie ok nie van verschôot. (Henriëtte Vunderink, Kriem pasjoonèl?, uit: Tis de moejte wèrd; 2011)
vringerdzelfstandig naamwoord
zelfstandig naamwoord
Pierre van Beek - dwarsdrijver, ruziezoeker Ik had en ôom, hij is al jaore dôod./ Enen drammer hij wies aaltij alles beeter./ We noemden em dwarsdrèèver of bètweeter,/ òf vringerd, waor ie ok nie van verschôot. (Henriëtte Vunderink, Kriem pasjoonèl?, uit: Tis de moejte wèrd; 2011)
vringklôotzelfstandig naamwoord
dwarsdrijver, ruziezoeker
vritwerkwoord
vreet
bijwoord
vroegertèèd vroeger
vrògskezelfstandig naamwoord
vrolleknaam
vrolijk
vrombijwoord
wederom, terug fleeweek vrom - de voor-vorige week
vrommeszelfstandig naamwoord
vrouwmens, vrommes, vrammes, frammes
zelfstandig naamwoord
vrouwmens
D16 "vrammes - van het woord 'vrouwmensch'" Och, Hannie, ik kan nie genog van oe haawe,
Oppr. VROMMES znw.onzijdig; vrouwspersoon, soms eenigszins minachtend.
vrötgangzelfstandig naamwoord
zelfstandig naamwoord
vrötzicht vooruitzicht SJAREL. Jè, dè zik. As we naaw zomer han dan ginke we nor den wenter. En naame in de wenter zitte gomme nor den zomer. Des teminste n goei vruitzicht. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg , 2 februari 1945)
vrouwzelfstandig naamwoord
vrouw
- Gezegde: Twee vrouwen in êen hèùs zèn as twee katte meej êen mèùs.
- Gezegde: En vrouwehaand èn en pèèrdetaand meuge nôot stilstaon.
- Gezegde: Bèdehaand as en vrouwehaand èn en pèèrdetaand.
- Gezegde: Den bakker heeter zen vrouw durgejaogd. (brood met gaten)
- Pierre van Beek - "'n Vrouwenhand en 'n paardetand mogen nooit stilstaan." - Een vrouw dient bedrijvig te wezen. (Nwe. Tilb. Courant; Uit Tilburgs folklore; 18 juli 1958)
- Cees Robben - dè krikkel vrouwke; èn naa toch niks vergeete, vrouwke?
- Cees Robben - de miste boere hier slaope nog bij der èège vrouw; jè vrouwke;
- Cees Robben - ast er naawt, is óns vrouw den baos;
- Cees Robben - en blènde vrouw èn enen dôove meens;
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - Ónze Lieve vrouw stao int dónker (73) - men zit er krap bij
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - hêete vrouwen èn kaawe koffie is tèèdwinst ('72) - ironische opmerking van mannen: bij beide bereikt men zijn doel sneller.
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - as en vrouw et circuspèrdje öthangt, kòst ze veul strôoj (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1970) - Luxe kost geld
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - as der en vrouw getrouwd òf en pèrd gekòcht wòrdt, moete der nie tusse koorme (Kn '50) - aan tussenkomst is geen eer te behalen
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - as ge gaot trouwe, moete begiene meej en aaw vrouw èn en jóng vèèreke,
aanders boerde oover de start (vB'72) - . . . anders ga je over de kop wegens te hoge uitgaven en te lage inkomsten.
Frans Verbunt (1996) - ge hèt twee sorte vrouwe: kaoj èn verrèkte kaoj
vrouwetongzelfstandig naamwoord
vrouwentong
vrouwetraonzelfstandig naamwoord
vrouwentraan
en er wordt weinig waarde aan gehecht
vrouwkezelfstandig naamwoord
vrouw
- Gezegde: Twee vrouwen in êen hèùs zèn as twee katte meej êen mèùs.
- Gezegde: En vrouwehaand èn en pèèrdetaand meuge nôot stilstaon.
- Gezegde: Bèdehaand as en vrouwehaand èn en pèèrdetaand.
- Gezegde: Den bakker heeter zen vrouw durgejaogd. (brood met gaten)
- Pierre van Beek - "'n Vrouwenhand en 'n paardetand mogen nooit stilstaan." - Een vrouw dient bedrijvig te wezen. (Nwe. Tilb. Courant; Uit Tilburgs folklore; 18 juli 1958)
- Cees Robben - dè krikkel vrouwke; èn naa toch niks vergeete, vrouwke?
- Cees Robben - de miste boere hier slaope nog bij der èège vrouw; jè vrouwke;
- Cees Robben - ast er naawt, is óns vrouw den baos;
- Cees Robben - en blènde vrouw èn enen dôove meens;
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - Ónze Lieve vrouw stao int dónker (73) - men zit er krap bij
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - hêete vrouwen èn kaawe koffie is tèèdwinst ('72) - ironische opmerking van mannen: bij beide bereikt men zijn doel sneller.
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - as en vrouw et circuspèrdje öthangt, kòst ze veul strôoj (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1970) - Luxe kost geld
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - as der en vrouw getrouwd òf en pèrd gekòcht wòrdt, moete der nie tusse koorme (Kn '50) - aan tussenkomst is geen eer te behalen
- Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - as ge gaot trouwe, moete begiene meej en aaw vrouw èn en jóng vèèreke,
aanders boerde oover de start (vB'72) - . . . anders ga je over de kop wegens te hoge uitgaven en te lage inkomsten.
Frans Verbunt (1996) - ge hèt twee sorte vrouwe: kaoj èn verrèkte kaoj
zelfstandig naamwoord
vrouwtje
Lied: Vrouwke tis vastenaovend
vrouwmèèdzelfstandig naamwoord
Pierre van Beek - meid die de huisvrouw vervangt
Westfries (Pannekeet) vrouwmoid, in de zegsw. 'as vrouwmoid diene' - als diensbode werkzaam zijn met de bedoeling of met de hoop t.z.t. de baas te trouwen (verouderd) Ghijs. vrouwemeid - boerenhuishoudster, speciaal b.e. weduwnaar.
vrouwvòlkzelfstandig naamwoord
vrouwvolk
vrukseltjezelfstandig naamwoord
nietig persoontje (zie vrêûke)
vruktewerkwoord
wrikt(e) los, hard werken
vruugbijwoord
vroeg
naam
Kern's mêrges vruug (ê als in Frans même)
vruugerbijwoord
vroeg
naam
Kern's mêrges vruug (ê als in Frans même)
bijwoord
vroeger, destijds; te voren Vruuger waar alles aanders. - Vroeger was alles anders.
bijwoord
vruugertèèd de tijd van vroeger, zoals het vroeger was
vruugmiszelfstandig naamwoord
vroegmis
vruugpreekzelfstandig naamwoord
ouderwetse, groengeworden paraplu, gedragen onder de arm
Pierre van Beek meej den vruugpreek" (ouderwetse, groene parapluie) onder den arm (Tilburgse taalplastiek 14 Nieuwe Tilburgse Courant dinsdag 23 mei 1950)
vruugtzelfstandig naamwoord
vroegte
vruugtezelfstandig naamwoord
vroegte
vruutzelfstandig naamwoord
frut de etymologie is onduidelijk; mogelijk is het woord afgeleid van fruute (zie volgend lemma), waarbij fruute verwijst naar het wroeten van een varken met zijn snuit.
naam
vroet eigenlijk de neus van een varken in overdrachtelijke zin een grote neus van een mens / man, ook het gezicht of delen daarvan
Van het varken
Bij de mens
vruutewerkwoord
wroeten
'n Uurke geleje hô'k de zon nog evetjes dur 'n holleke zien piepen mar naa zaat ze al lang te vruten om er opnuuw dur te komen, zonder dè ze't winnen kos. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 3; 23-10-1929)
zelfstandig naamwoord
vuddeur voordeur
vuilezelfstandig naamwoord
vultelwoord
vullezelfstandig naamwoord
veulen, ook genoemd: 'vulle', 'völle' of 'poeleke' (tot 1 jaar)
zelfstandig naamwoord
vulsbijwoord
veel, teveel van telwoord
bijwoord
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - 'veul kaod ' - heel kwaad
- Kees en Bart (krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935) - 'veuls te hoog'
- Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg, 1996 - 'Vastenaovend wordt nie veu(l) mir gevierd.' (blz. 94)
- Cees Robben - En naa nie veul zegge.. of t gaot-er-op..! (19650924) - Cees Robben - Dan lèèkenet veul meer... (19651203)
- Cees Robben - We hebben n haoven mee waoter dr in.../ Mee zaand... en veul aauw ijzer... (19540515) - Cees Robben - Ge wit toch (...) dek veul van oe haauw... (19820122) - Cees Robben - Veul..? Twee haore op oewe kop des wèènig.. Mar twee haore in de soep.. Des veul... (19630816)
- Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 - veul? wès veul? Twee haoren op oewe kôp is wèèneg, mar twee haoren in oew soep is veul
- Stadsnieuws - Veul? Wès veul? Twee haoren op oewe kòp is wèèneg, mar twee haoren in oew soep is veul...
- De Wijs - k Zôt wel wille koôpe, mar ik heb veuls te veul te wènig in mn portmonnee (10-02-1963)
- Pierre van Beek - Hij zeeter nie veul; hij zeeter ginnen êene - hij is zwijgzaam, gesloten
- Kernkamp - Bezorging Dialectenquête 1879 - ge haadt al nie veul - gij hadt reeds niet veel
- Hessels 2020 - Bij het opmerken van een man met een forse, dikke vrouw: - die spult gèèren in en grôote zaol! of: - die heej gèère veul! of: - die zok saoves wèl es ötgepakt wille zien! (Zegsman dhr. Hessels (1931-2006).
Aanvullende bronnen
vuls tebijwoord
veel te
- want daorveur zong ik vus te graog... (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: t Zaangerke , 1932)
- ...dan was de kerk vus te klèn... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) - Cees Robben - vulste proper... (19581122) - Cees Robben - Ik gao dr niemer uit... zeej Jan,/ t zèèl is vuls te koud (19670428) - Cees Robben - Detter vuls te veul vrouwen op de wèèreld zen... (19720818)
- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 67 10 27 - Mar op de mèrt was t vuls te druk
- Audioregistratie 1978 - Mar die om hallef twaalf nòr de kèrk moese, war, waare die kleere van die alwir vulste grôot èn die schoene vulste grôot want die om hallef twaalf nòr de kèrk gonge, die schoene waare vul te grôot, die klapperde daor oover die kaaje van die grôote wèg heene, dèsse van de vèrte omkêeke, daor koome die zoone (interview met dhr. Hermans, transcriptie door Hans Hessels)
- Die kèèrels waare vus te muug. (G. Steijns; Grôot Dikteej van de Tilburgse Taol 2004)
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VÖTTE bw - samentrekking van veul te' veel te, al te
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - vuls te veul, vus te veul
- WNT - VEEL (IV) II, 8), d)) ook versterkt tot veels/ veuls: Veels te veel
vulsteveulbijwoord
veel te veel
vungskezelfstandig naamwoord
vurbijwoord
bijwoord
voor Waorveur moete vurkoome?
zelfstandig naamwoord
vuraawer, vuraauwer voorouder
vur manzelfstandig naamwoord
voorman
vur middegzelfstandig naamwoord
voormiddag
vurbèvoorzetsel
vurbijvoorzetsel
vurbijgaonwerkwoord
voorbijgaan, passeren
vurbildzelfstandig naamwoord
voorbeeld
vurbladzelfstandig naamwoord
vurbroekzelfstandig naamwoord
Frans Verbunt (1996) - gulp
vurdévoegwoord voordat
vurdêelzelfstandig naamwoord
voordeel
vurdeurzelfstandig naamwoord
voordeur
CiT (94) 'Hij ging du de vuddeur deur' Hees vurdeur (VIII:25)
vurèndzelfstandig naamwoord
vurèùtbijwoord
vooruit
vurftzelfstandig naamwoord
vurgaonwerkwoord
vurhaandzelfstandig naamwoord
zelfstandig naamwoord
dengene die het eerste moet bieden of een kaart uitspelen
vurhaawewerkwoord
zelfstandig naamwoord
vurhaawsel voornemen mee m'n schoon vurhaawsels (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 18 mei 1945) - Lechim - Gedicht van de week uit de Tilburgse Koerier (1957-1982)
vurjaornaam
voorjaar
vurkaantzelfstandig naamwoord
voorkant
vurkaomerzelfstandig naamwoord
voorkamer
vurkèèndzelfstandig naamwoord
Frans Verbunt (1996) - vurkènder - kinderen uit een eerder huwelijk
vurkeurzelfstandig naamwoord
voorkeur
vurkoomewerkwoord
vóórkomen; voor de rechter moeten verschijnen
zelfstandig naamwoord
borstpartij; voorkomen
naam
vur kòp voorhoofd
vurkrèùpewerkwoord
voorkruipen
vurlaojzelfstandig naamwoord
voorlade
vurleezerzelfstandig naamwoord
voorlezer = stadsomroeper
vurlichtingzelfstandig naamwoord
voorlichting
vurlôopzelfstandig naamwoord
vurlôopegbijwoord
voorlopig
vurlôoperkezelfstandig naamwoord
vurmènnekezelfstandig naamwoord
voorman
vurmeulezelfstandig naamwoord
vurmiddagzelfstandig naamwoord
voormiddag
vurnaombijwoord
voornaam
vuropbijwoord
voorop
zelfstandig naamwoord
v u rprèùm v oo rpruim
vurraawzelfstandig naamwoord
voorrouw, voor de ouderen
vurraodzelfstandig naamwoord
vurrebijwoord
voren Kom mar nòr vurre
vurrèèszelfstandig naamwoord
vurregnaam
vorig
vurrèùtzelfstandig naamwoord
voorruit
vurriemzelfstandig naamwoord
vurschèèrzelfstandig naamwoord
vurschietewerkwoord
voorschieten
vurschotzelfstandig naamwoord
schort (zie ook 'toeschòrt)
vurspèllewerkwoord
voorspellen
vurstalzelfstandig naamwoord
vurstezelfstandig naamwoord
voorste
vurstèlzelfstandig naamwoord
voorstel
vurstèllewerkwoord
voorstellen
zelfstandig naamwoord
vur stuk bijzonder smakelijk deel van het geslachte varken
vurtaordewerkwoord
voortaarden de aard, het karakter wordt genetisch doorgegeven
vurvoetzelfstandig naamwoord
kous
vurwèèrdezelfstandig naamwoord
voorwaarde
vurzichtegbijwoord
voorzichtig
vurzitterzelfstandig naamwoord
voorzitter
vustebijwoord
veel te
- want daorveur zong ik vus te graog... (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: t Zaangerke , 1932)
- ...dan was de kerk vus te klèn... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) - Cees Robben - vulste proper... (19581122) - Cees Robben - Ik gao dr niemer uit... zeej Jan,/ t zèèl is vuls te koud (19670428) - Cees Robben - Detter vuls te veul vrouwen op de wèèreld zen... (19720818)
- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 67 10 27 - Mar op de mèrt was t vuls te druk
- Audioregistratie 1978 - Mar die om hallef twaalf nòr de kèrk moese, war, waare die kleere van die alwir vulste grôot èn die schoene vulste grôot want die om hallef twaalf nòr de kèrk gonge, die schoene waare vul te grôot, die klapperde daor oover die kaaje van die grôote wèg heene, dèsse van de vèrte omkêeke, daor koome die zoone (interview met dhr. Hermans, transcriptie door Hans Hessels)
- Die kèèrels waare vus te muug. (G. Steijns; Grôot Dikteej van de Tilburgse Taol 2004)
- Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VÖTTE bw - samentrekking van veul te' veel te, al te
- Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - vuls te veul, vus te veul
- WNT - VEEL (IV) II, 8), d)) ook versterkt tot veels/ veuls: Veels te veel
vustedeurzelfstandig naamwoord
bijwoord
vutte
vusteveulbijwoord
veel te veel
vuugewerkwoord
passen, betamen
De groote muts blijft in de kaast: die is te zwaor, daor krège ze vort koppent van - zeggen ze - en darrum zette ze [de boerinnen] liever 'n huudje op. Dè zô'n ding op hullieë kop net zô min vuugt as ne vulpenhaawer in 'nen boerenvisjeszak willen ze nie geleuven. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 5; 7 en 14-11-1929) Wet is er naa vur onfesoendelijks aon degge oe bord aflekt? "Jè" heur ik oe zegge: Dè vuugt naa eenmaal nie". Mar waarom vuugt dè nie. Enkel en alleen omdèt naa eenmaal gin gewònte is? (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) Frans Verbunt (1996) - kèkt es òfdèt vuugt - kijk eens of het staat
werkwoord
Buuk Et vuugt nie tusse die tweej - het gaat niet goed tussen die twee Haor VUUGE - passen, 'voegen'
vuujewerkwoord
voeden
vuulewerkwoord
voelen vuule - vuulde - gevuuld
ik vuul geluk bij 't waandele langs de baon... (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, Geluk, 1941)
werkwoord
vuure blozen, rood aanlopen Harrie vuurde n bietje... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 9; Nieuwe Tilburgsche Courant 26-11-1938) ...en hij ha er van gevuurd toe in z'nen nek... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 25-2-1939 18-4-1939)
vuurzelfstandig naamwoord
vuur
vuuregbijwoord
vurig
Vanessa atalanta
vuurkezelfstandig naamwoord
vuur
vuurvlamzelfstandig naamwoord
De vuurvlam *) hangt te vrijen *) -noot van Sterneberg bij dit woord: een vlinder... (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: Waandeling, 1932) óóóch, wè-d-is er 'ne/ vuurvlam toch schoon/ rood van vleugelkes,/ diep van toon... (uit: Vlinderke, Leo Heerkens; in: Piet Heerkens, De Mus, 1939)
vuutjezelfstandig naamwoord
voet, lichaamsdeel trippetrap van kendervuutjes... (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, Naachtegaol, 1941)
uitdr. - vur de voet: ge moet ze vur de voet vatte = niet uitzoeken; vgl. v. Dale: voor de voet iets weggeven of verkopen = zonder te keuren of uit te zoeken: voetstoots.
lengtemaat = 0,287 m, verdeeld in 10 duim à 2,87 cm; 20 voet = 1 roede (van 5,75 m) (in Tilburg in gebruik vóór de invoering v.h.Ned. Metriek Stelsel, 1820) voet van een plattebuiskachel - Cees Robben - De kender zaten op den voet/ Meej baai dr vuutjes... (19601111) bij het paard
zelfstandig naamwoord
voetje