jaanke
  1. werkwoord

    janken, huilen

    - Rolf Janssen; We hebben gezongen en niks gehad (1984) - 'gin jaanken helpt'
    - Interview met de heer De Kok (1978) Toen zèèk meej de klèène in de waoge daor wiste kèèke. Ik zeg teege de vrouw: " Ik gôoj em mar gaaw in et kenaol want hij blèft janke!"
    jaankejaankejaankejaanke
  2. werkwoord

    - Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg (1996) - in 2e persoon en 3e persoon enkelvoud presens wordt in het cluster nkt de k verzwegen - ja(a)ngt
    - WBD kwaadaardig roepen (van een paard)
    - WBD III.2.1:481 janken = janken (van een hond), ook: jammeren, joekeren, joekelen
    - WBD III.2.1:482 janken = huilen (van een hond)
    - WBD III.2.1:505 janken = janken (van een kat) ook: krollen of huilen
    - WBD III.2.1:504 janken = krollen (van een kat) ook: krijsen
    - WBD III.1.4:254 'janken' = luid schreien
    - WBD III.4.4:246 'janken' = knarsen
  3. zelfstandig naamwoord

    Afbeelding uit het 'Nuuw Tilburgs Leesplèngske' dat in 2020 door de Stichting Tilburgse Taol werd samengesteld en uitgegeven in samenwerking met Stadsmuseum Tilburg en Bibliotheek Midden-Brabant en Erfgoed Tilburg. De illustraties werden verzorgd door Ruben de Bruijn. jaanker jankerd

    - WBD overgevoelig paard (dat gilt bij de minste aanraking), ook genoemd 'kwèkkerd', of (Hasselt) 'jankerd'
Jaar
  1. naam

    Het betreft dus:

    - metworst (algemeen gebruikt; hoofdbestanddeel varkensvlees; boerenmetworst heb ik in de advertenties van die tijd nergens aangetroffen voor Tilburg, slechts eenmaal (1919) in Oss)
    - cervelaat (hoofdbestanddeel rundsvlees, en gerookt)
    - de tegenwoordig niet meer zo bekende saucisse de Boulogne.
  2. Ik denk dat deze saucisse de Boulogne in Tilburg kortweg sesies werd genoemd. Wie bij de slager sesies bestelde tussen grofweg 1880 en 1940 vroeg niet naar metworst noch naar cervelaatworst. Die vroeg om saucisse de Boulogne. De naamgeving heeft betrekking op de Italiaanse stad Bologna. De ingrediënten zijn varkensvlees en varkensvet, peper, kaneelpoeder, en witte wijn. (uit: Van Aajkes tòt Zaandkèùl, 2012) Nieuwe Tilburgsche Courant, 1878

jam
zelfstandig naamwoord

jam [zjem]

- Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 81 01 15 - / 't Is toch wè mee onze Piet / Die éét nóót niks als jam / En onze Kees mot hagelslag / Bij ied'ren botterham.
jam
Jan Pigge
  1. naam

    Jan Pigge

    - Pierre van Beek; Tilburgse taalplastiek 3, Nieuwe Tilburgse Courant zaterdag 18 februari 1950 - Jan Pigge nu vertoonde in zijn circus ook een gedresseerde geit. Toen op zekere avond de geit tijdens de voorstelling echter hardnekkig weigerde, redde onze Jan zich uit de min of meer netelige situatie met de opmerking: "Na ver.... ze 't en giesteren deej ze 't zô goed!" Dit excuus heeft waarschijnlijk een storm van hilariteit veroorzaakt. In elk geval is het zodanig ingeslagen, dat hierdoor de herinnering aan Jan Pigge en zijn geit nog tot op heden in onze stad volop levendig is. Wanneer thans iemand iets wil demonstreren, dat juist op het moment dat men zijn diensten verwacht, hardnekkig weigert, en hij durft zich dan het excuus "Gisteren ging 't nog zo goed!" te laten ontvallen, loopt hij in Tilburg veel risico ten antwoord te krijgen: "'t Lijkt wel de geit van Jan Pigge!" De gèèt van Jan Pigge
    - Paul Spapens; Ach Lieve Tijd #10, (1994) - In 1984 is in Tilburg het Circus Mullens opgericht door nazaten van een beroemd kermis- en circusgeslacht. Johannes Leonardus Pigmans (1845-1925) vereeuwigde zijn naam met Circus Pigge. Op twaalfjarige leeftijd leerde 'Jan Pigge' boerenpaarden kunstjes maken zoals hij dat in het circus had gezien. Tegen de zin van zijn vader kocht hij een paar paarden en begon een circusloopbaan. Directeur Jean Leon Pigge van het Cirque du Brabant zou tot in Brussel hebben opgetreden. In Tilburg zelf genoot hij vooral bekendheid onder de bijnaam Jan Pigge met zijn geit. Dat kwam zo: Jan had een geit die kunstjes deed op een grote ronde schaal. Maar op een keer in Hilvarenbeek ging het fout. De geit weigerde alle medewerking. Waarop Jan de legendarische woorden sprak: 'Ja, heren, boeren en buitenlui, gisteren deed ze het thuis nog zo goed. En hier in Beek verdomd ze het.'
  2. naam

    De gèèt van Jan Pigge in Tilburgse uitdrukkingen

    - Pierre van Beek - Ge beslèècht wèl de gèèt van Jan Pigge - je lijkt de geit van Jan pigge wel...
    - Lechim - Mee al dè vee krèèg Drik gin kaans/ Lui in de zon te ligge/ Hij laachde: "'k Doe vekaansiewèrk,/ Vur 't sirkus van Jan Pigge." (Ongedateerd knipsel uit de Tilburgse Koerier; ca, 1975)
    - Jan Horsten; Een stad ontwaakt, 1994 - Ze had haar moeder uitgenodigd met haar mee te gaan naar het circus van Jan Pigge. Ergens bij een snoepgoedkraam wachtten ze moeder Luus op. Moeder Luus had nog nooit een circus van binnen gezien. De paardendressuur vond ze prachtig. En ze bewonderde Jan Pigge om zijn mooi zwart pak en zijn zwarte hoogopgekrulde knevel. Hij was 'n boerenzoon uit de stad, wist ze, en hij was dus gewend met paarden om te gaan. Maar zoals Jan nou met de paarden omsprong, ze op de achterste poten liet staan en door de piste liet galopperen, dat vond ze prachtig. Ook met de clowns had ze zich de tranen gelachen.
    - Evert Pierson; Actum Tilliburgis, jrg. 13, 1982, nr. 3. - Over Het Mosterdmenneke - De enige ontspanning voor Jan was een bezoek aan het circus van "Jan Pigge", een buurtgenoot. Hij mocht dan op de eerste rang zitten en genoot intens.
  3. Jan Pigge - afb: Ach Lieve Tijd Feuilleton over Circus Pigmans

    - Jef Trompet; Nieuwsblad van het Zuiden 1 maart 1947 - Een Brabantsch circus en Brabantsche kermissen vormen het decor. Het was maar een nederig circus doch ieder jaar, telkens als de meidoorn bloeide, vulde het geheel onze streek met blijde verwachting. Als de zon al hooger aan den hemel kwam en het tegen den zomer ging zei men: "Circus Pigmans komt" waarmede men bedoelde, dat de kermis in aantocht was. Van Den Boscn tot Brussel heeft Circus Pigmans de Brabantsche kermissen bezocht en overal in Brabant kende men den braven circusman "Jan Pigge" zoals men hem veelal noemde en die zoo geheel opging in zijn taak: goed te zijn voor menschen en dieren en vermaak te scheppen. In België heeft Circus Pigmans eenigen tijd samengewerkt met de Fransche firma Marquini frères. De beide circusondernemingen beschikten toen over een zeer ruime tent met twee hooge masten. Dat was wat, als die omhoog moesten; "Hop-twee.. Hop-twee" Toch stonden zij in goed een kwartier en enkele uren later stond het geheele circus. Het ging als in een wedloop: Het ankeren van de masten met het in den grond hameren van de lange ijzeren pinnen, het bevestigen van de groote "chapiteau", het opzetten van de quadre-polmasten, het vast maken van de stormstangen, het ging alles in vliegende vaart, omdat alle bouwers van het circus acrobaten waren.
  4. werkwoord

    Advertentie voor een feuilleton in het Nieuwsblad van het Zuiden. Jef Trompet is een pseudoniem van Willem van Mook. (1947) Afbeelding bij een verhaal van Willem van Mook gebaseerd op Circus Pigge in Nieuwe Tilburgsche Courant van 30 december 1933 Afbeelding bij een verhaal van Willem van Mook gebaseerd op Circus Pigge in Nieuwe Tilburgsche Courant van 30 december 1933 Advertentie in Tilbusche ourant - 1890-09-21 - voor optredens Circus Pigmans op 't Goirke in 1890 Bericht uit de Tilburgsche Courant van 7 december 1890 jaoge jagen

    - Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg (1996) - jaoge - joeg - gejaogd / gejaoge
    - Dialectenquête 1887 Willems - jaoge - jaogde - gejaogd/gejaoge
    - Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg (1996) - verleden tijd: joeg
    - Rolf Janssen; We hebben gezongen en niks gehad (1984) - ''n koei van de rils jaogen'
    - ...hij is weggejaoge enkelde jaoren gelejen! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Boere-Profeet; feuilleton in 5 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 1-7-1939 29-7-1939)
    - Lechim - Ze kan nie ligge of nie staon/ Gin kleere mir verdraoge/ D'r bruur zit heur d'n gaansen dag/ Lekker op stang te jaoge. (uit: Zonnebraand) - Lodewijk van den Bredevoort (pseudoniem van Jo van Tilborg); Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? deel 2, Tilburg 2007 - Diejen advecaot wit dondersgoed dè diejen buurman van ons ginne pôot heej om op te staon, mar ze perberen oe de wènd in de broek te jaoge.
    - Mandos - Brabantse Spreekwoorden (2003) - liever meej aander hónde jaoge (Kn'50) - iemand mijden omdat hij te veel weet
    - WBD III.2.1:506) jaoge of mèùze = muizen (door katten)
    - WBD III.1.4:379 'jagen' = gehaast zijn; ook 'jachten', 'jakkeren'
    - Cornelissen & Vervliet; Idioticon van het Antwerpsch,1899 - JAGEN - sterk trekken, tochten, sprekende van eene schouw, kachel.
  5. zelfstandig naamwoord

    jaop gebakken bokking

    - Ed Schilders in 'Tilburg Plus' 17-7-2008: Visboer op Broekhoven, rond 1930: 'Hier is Jáááp'. Men at dan 'gebakken jaap' oftewel 'jaop'.
  6. zelfstandig naamwoord

    jaor, jòrke jaar, jaartje

    - Informant Toine Raaijmakers; Dès öt et jaor blòk (toen de koeje nòg Bart hiette) - oud/ afgezaagd
    - Informant Toine Raaijmakers; zelfstandig naamwoord, onzijdig, 'joor' - Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek (1998) - nie langer as en Antwerps jaor = drie maanden
    - Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters èn aandere saawelèèrs (7de perbeersel, 1996) - oover honderd jaor hèmme tòch ammòl ne gèètekòp
    - Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters èn aandere saawelèèrs (7de perbeersel, 1996) - int jaor blòk toen de èksters nòg gin kont han èn deur der ribbe scheete
    - Cornelissen & Vervliet; Idioticon van het Antwerpsch,1899 - ANTWERPSCH JAAR = zes weken
Jan te Kort
  1. zegswijze

    - A.J.A.C. van Delft; Nieuwe Tilburgsche Courant; Van Vroeger Dagen afl. 109; 13 april 1929 - Als er Jan te Kort komt wonen, wordt het klooten met den bok." Dit is: Wanneer de inkomsten te gering worden, ontstaat er licht oneenigheid.
  2. jandôome bastaardvloek

    - Cees Robben dauwtrappen is vort van de baon....../ dè hee jandoome afgedaon! (19540508) - Cees Robben jandoome.. dè kôs al nie schonder... (19570727) - Cees Robben Of t kan of nie jandoome.. (19650326)
    - Cornelissen & Vervliet; Idioticon van het Antwerpsch,1899 - JANDEKKE(N), JANDOME(N), JANDOOIE(N), JANDORE(N), JANDOZE(N), JANDUIME(N) - soort van vloekachtige uitdrukkingen
jandôorie
  1. bastaardvloek

    - Piet van Beers - Der waare schaole vol meej vlêes/ èn hêete Kip Pandoorie./ De sambal en de ketjap mòkten t/ nog èrger hêet jandorie. (uit Ôome Jan; www.cubra)
  2. zelfstandig naamwoord

    jannewaarie januari

    - Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek (1998) - op zis janewaarie gòn ze driekôoninge-zinge
  3. naam

    J an-stap-nètjes een man die zich overdreven sjiek gedraagt

    - Cees Robben - Des naa Jan-stap-netjes en Merieke van-hemke-raokt-m'n-gatje-nie... (19620302)
    - Cees Robben: uit de Prent van de week van 2 maart 1962: Jan en Merieke
    - WTT 2013 - Mogelijk is de spotnaam afkomstig uit Den Bosch. Reelick vermeldt in 'Bosch Woordenboek' (1993) het volgende: ' Jan-stap-netjes (...) een nette heer met overdreven manieren. Hij is 'nne Jan-stap-netjes. Dit was in Den Bosch een bekende figuur die woonde in een van de zijstraatjes van de Vughterstraat, ( ...) Jan was in de 'Oost' geweest en had daar 'n ziekte opgelopen. Daarom liep hij zo apart. Hij had twee onderscheidingen en leefde van zijn pensioentje. ' Behalve bij - Cees Robben is de spotnaam in Tilburg niet opgetekend, echter wel in een variant.
  4. naam

    janstapzuutjes ook: jantrapzuutjes spotnaam

    - Paul Spapens, et al.; Goedgetòld, diksjenèèr van de Tilburgse taol (2004) - een 'zekere', een bekakt persoon: dieje jantrapzuutjes lopt nèffe zen schoene van grotseghèd - die bekakte kerel loopt naast zijn schoenen van verwaandheid.
  5. naam

    Foto: Regionaal Archief Tilburg J antje Marinus

    - Interview Hermans - 1978 - Jantje Marinus nèè, hèdie was te duur Et was gewoonlek ammòl bij ein de Bierhal op den Heuveltoen zèn we gegaon nòr Hòrrevorts-Koole èn bij Doris Jongen òngegaon waor naa de Pius X kèrk stao èn Jantje Brekelmans èn et kösterke meej zenen baord. (transcriptie Hans Hessels, 2013)
    - Ruud Damen & G.W.J. Steijns, Et Buukske (2008) - = zeer dronken, totaal van de wereld, dood
    - Dorrus Misters - Nu lopen we eens rond de Heikense kerk. Op de linkerhoek van de Kerkstraat Fr. Hermus, dan Toontje Overes. Achter de kerk "het Tilburgs Koffiehuis", Jantje Marinus, vroeger dé zaak van Tilburg. Daar kwam werkman, boer en heer. 's Zondags na de H. Mis van 9 uur zat het er vol, maar de meesten gebruikten een kop koffie en een beschuitje. (Nieuwe Tilburgse Courant - zaterdag 8 maart 1952 Uit onze Tilburgse folklore 14. Oude koffiehuizen in Tilburg 2) - Karel de Beer; Tilburgs Bijnamenboek (2000) - et Stròtje van Jantje Marienus of et Marienusstròtje; tussen de Heikese kerk en et Bronsgiststrotje lag café Jantje Marinus (het Tilburgsch Koffiehuis); bekende ontmoetingsplaats voor mensen uit het bedrijfsleven en uit de culturele hoek (schrijvers, dichters). Afgeleide uitspraak: "hij is Jantje Marienus," wat wil zeggen ''hij leeft niet meer", of ook "'hij is straalbezopen."
janke
  1. werkwoord

    janken, huilen

    - Rolf Janssen; We hebben gezongen en niks gehad (1984) - 'gin jaanken helpt'
    - Interview met de heer De Kok (1978) Toen zèèk meej de klèène in de waoge daor wiste kèèke. Ik zeg teege de vrouw: " Ik gôoj em mar gaaw in et kenaol want hij blèft janke!"
    jankejankejankejanke
  2. werkwoord

    - Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg (1996) - in 2e persoon en 3e persoon enkelvoud presens wordt in het cluster nkt de k verzwegen - ja(a)ngt
    - WBD kwaadaardig roepen (van een paard)
    - WBD III.2.1:481 janken = janken (van een hond), ook: jammeren, joekeren, joekelen
    - WBD III.2.1:482 janken = huilen (van een hond)
    - WBD III.2.1:505 janken = janken (van een kat) ook: krollen of huilen
    - WBD III.2.1:504 janken = krollen (van een kat) ook: krijsen
    - WBD III.1.4:254 'janken' = luid schreien
    - WBD III.4.4:246 'janken' = knarsen
  3. zelfstandig naamwoord

    Afbeelding uit het 'Nuuw Tilburgs Leesplèngske' dat in 2020 door de Stichting Tilburgse Taol werd samengesteld en uitgegeven in samenwerking met Stadsmuseum Tilburg en Bibliotheek Midden-Brabant en Erfgoed Tilburg. De illustraties werden verzorgd door Ruben de Bruijn. jaanker jankerd

    - WBD overgevoelig paard (dat gilt bij de minste aanraking), ook genoemd 'kwèkkerd', of (Hasselt) 'jankerd'
Jantje
zelfstandig naamwoord

Marinus, Jantje ook als eponiem: jantjemarienes

- WTT - jantjemarienes zèèn strontzat zijn
- Pierre van Beek Tilburgse Taalplastiek, aflevering 64, Nieuwsblad van het Zuiden, 26-09-1968 - Specifiek Tilburgs is de uitdrukking: "Hij is hardstikke Jantje Marinus", die nog velen als zeer bekend in de oren zal klinken. Het betekent - de oningewijde raadt het nooit! - hij is... dood. Jantje Marinus was exploitant van een zeer bekend café, dat graag door middenstanders werd bezocht. Het stond achter de Heikese kerk aan het smalle steegje naast de eveneens verdwenen winkel van Bronsgeest, welk karakteristiek straatje uitmondde in de niet meer bestaande Prins Hendrikstraat bij het Willemsplein. Waarom "dood" nu uitgerekend aan de naam van Jantje Marinus is verbonden, mag - wie het weet - ons komen vertellen.
- Pierre van Beek Tilburgse Taalplastiek, aflevering 104, Nieuwsblad van het Zuiden, 02-07-1970 - Een oude Tilburger, die van vroeger zat te verhalen, toverde onbewust een sprekend beeld te voorschijn toen hij vertelde, dat Jantje Marinus voor zes cent een borrel schonk "waar ge mee twee ogen in kondt kijken". Niet te vragen hoe groot die borrel wel was. En ook niet hoe lang geleden. Dat kan alleen maar vóór de eerste wereldoorlog geweest zijn. "Jantje Marinus" was in die dagen en ook nog wel later een nu afgebroken middenstandscafé op de hoek van het straatje van Bronsgeest naar het Piusplein, achter de Heikese kerk
- Stadsnieuws - Ik sloeg die wèps hartstikke jantjemarienes - Ik sloeg die wesp hartstikke dood (2007-12-16).
jaorgetij
  1. zelfstandig naamwoord

    jaargetijde; de herdenking van een sterfdag

    - Och, zôo heej ieder jaorgetij / iets wè ge wèl wardeert/ agget mar vat zôo asset komt/ èn nie veul lammenteert (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Jaorgetij)
  2. samentrekking

    jaotoeteetoe ja, tot thee aan toe

    - Cees Robben (19670217)
jaozeetie
  1. zelfstandig naamwoord

    - WTT 2019 - Naam van een tentoonstellingsproject, voor het eerst in 2018 gerealiseerd tijdens de kermisweek. Een op een breed publiek gericht project waarbij opmerkelijke gebeurtenissen (waar of niet waar?) uit de Tilburgse geschiedenis in kijkkasten werden uitgebeeld. In 2019 stond de expositie in het teken van de Tilburgse kermis.
  2. zelfstandig naamwoord

    Een deel van de expositie in 2019. Prentbriefkaart ter promotie van de 'Jaozeetie'; afbeeldingen: facebook.com/dejaozeetie, 2019. Promotiekaartje van website Tilburg.com. japunneke

    - Kernkamp, Dialectenquête 1879 - japon, japunneke
  3. jas zonder zakke uitdrukking

    - Pierre van Beek; rubriek Tilburgs Taal Plastiek; Het Nieuwsblad van het Zuiden, 19?? - doodshemd
    - Pierre van Beek; rubriek Tilburgs Taal Plastiek; Het Nieuwsblad van het Zuiden, 19?? - 'houten jas'- doodskist
    - Mandos - Brabantse Spreekwoorden (2003) - den houtere jas ònschiete - (Van Beek, Tilburgse Taalplastiek '72) - sterven
    - Mandos - Brabantse Spreekwoorden (2003) - zene jas vatte (Van Beek, Tilburgse Taalplastiek '73) - ontslag nemen
jatte
  1. werkwoord

    jatten, stelen

    - Theo de Wijs; schriftelijke mededeling aan Cees Robben - Wè hij gejat hee is méér dan ie ôôit gehad hee (27-12-1968)
    jattejattejatte
  2. tussenwerpsel

    jè, jao ja

    - Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek (1998) - jè, dè zik - ja, dat zei ik
    - Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek (1998) - jè jè, tis ammòl wè - ja ja, het is allemaal wat;
    - Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters èn aandere saawelèèrs (7de perbeersel, 1996) - jè nèt - ja, dat is zo
    - Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg (1996) - (blz. 20) jè
    - A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland (2, 1958) - ja, bijw. 'jè' - ja
    - Jan Naaijkens; Dè's Biks, 1992 - jè - ja
  3. zelfstandig naamwoord

    jèn onzin [of: niet om te jennen ?] jènèt tussenwerpsel samentrekking van ja en net ja, zo is het maar net

    - Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters èn aandere saawelèèrs (7de perbeersel, 1996) - ja, dat is zo
jènnisse
  1. werkwoord

    kapot maken

    - Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 4; 2-11-1929 - ...dieë vlegel (...) die vurrig jaor mee 'n zat gezicht bij "Mieke Tee" hil 't glaswerk op 't buffet mee 'ne stoel tot gruzelementen gejennist hee.
  2. werkwoord

    jèppe bòrreltjes 'jeppen', achterover slaan

    - Ruud Damen & G.W.J. Steijns, Et Buukske (2008) - doordrinken, zuipen
    - Stadsnieuws - Hij zaat stil in en huukske van den toog zen bòrreltjes te jèppe èn wier zôo stiekem veul zat (040209)
  3. zelfstandig naamwoord

    jèske jasje

    - Kees en Bart: dialoog in Tilburg Post 1922-193? - hij trok zen jèske èùt
    - Kernkamp, Dialectenquête 1879 - jas - jäske / jeske, verkleinwoord van 'jas', met umlaut
    - A.A. Weijnen ; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - jèske (met umlaut), krt.53
jèùchpak
  1. zelfstandig naamwoord

    juichpak; sportieve variant op het door Tilburger Roy Donders bedachte 'hèùspak'.

    - WTT 2014 - De promotiestunt werd bedacht door supermarkt Jumbo, en was bedoeld om behalve de omzet ook het Nederlands elftal te ondersteunen tijdens het wereldkampioenschap in Brazilië. De oranje pakken waren ruim voor aanvang van het toernooi uitverkocht. Ter compensatie bood de betrokken supermarkt 'jèùchpètte' aan.
  2. In reclame-uitingen gebruikte Jumbo de sportieve slogan 'We geven ze op hun Donders', en dat viel niet in de smaak bij precieze winkeliers in Barneveld. Daar werden de actie, de slogan, de pakken, en Roy Donders uit de schappen geweerd. Daarover schreef de Tilburgse dialectdichteres Henriëtte Vunderink het volgende gedicht:

jodje
zelfstandig naamwoord

joodje

- Audio-opname 1978 Dhr. Bertens dan hadde nòg teegenoover de pròttestante kèrk in de Zoomerstraot.. daor wonde zogezeej ok en stèl Jodjes èn die stèl Jodjes dinne niks as in huije èn in bêene èn ze kòchte zak zègge de gèète die verkòchte ze wir èn zôo. (Collectie Heemkundekring Tilborch; transcriptie: Hans Hessels
jodjejodjejodje
joedele
  1. werkwoord

    mogelijk van 'jodelen'

    - Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit 't klokhuis van Brabant 3, 23-10-1929 - Toen ik vurbij "'t Engeltje" ging kwaam er monnica-muziek uit de half openstonde deur gejoedeld.
  2. zelfstandig naamwoord

    joef de etymologie is niet bekend

    - Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters èn aandere saawelèèrs (7de perbeersel, 1996) - mafkees
  3. naam

    joegde joeg je, jaagde je

joekere
  1. werkwoord

    joekeren de etymolgie is niet bekend; waarschijnlijk een klanknabootsing

    - Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra - Ons vrouw was al weken lang aon t joekeren detter in ons kacheltje niks wo braanden...
  2. naam

    jöllie persoonlijk voornaamwoord 'jullie'; gebruikt naast jullie

    - Cees Robben Jöllie Julia heeget zeker wir nie zeker... (19800125)
    - Cees Robben Jöllie moeder is wir oppenuut getrouwd, war... dè-wel... (19800222)
    - Cees Robben jöllie Zjuuleke... (19830826)
    - Cees Robben Tot in de pruimetèèd war.. En dan verzuuk ik jöllie op de kraoksteene.. (19841221)
    ► 'gullie'
  3. bezittelijk voornaamwoord gevolgd door een mannennaam vaak de vorm jöllieje

    - Cees Robben Vrijt jöllieje Neel niemer, Nillus? (19751024)
    - Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann; Het stadsdialekt van Tilburg (1996) - jullie bruur, julliejen oopaa, jullie/jullieje paa
    - A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - Op kaart 67 ligt Tilburg in de streek waar jullie/jöllie met ullie/öllie samenvallen.
  4. naam

    jong

    - A.A. Weijnen; Onderzoek dialectgrenzen in Noord-Brabant (1937) - In Tilburg uitgangsloos meervoud: 'jong'.
    - WNT JONG - 1) jonggeboren mensch; in 't meervoud: kinderen
  5. 1. kind, klein kind

    - Naarus; Ge wit dèk thuis as "den elfde" aongezet kwaamp bij ons Moederke, die echteluk den kraomtèd al jaore vurbij was. 'k Was nog "n plat jong" toense Abraam zaag, en zoodoende hèk mn eige; al van irsten af aon, n bietje overcompleet gevuuld. (pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
    - Lechim, ca. 1970 - Wè hee dè jong gekweeke. (Ongedateerd knipsel uit de Tilburgse Koerier) - Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek (1998) - et jóng hò en tuut in der toet - het kind had een speen in haar mond
    - WBD III.2.2:38 - 'jong' = kind
    - WBD III.2.2:39 - 'jong' = jongen
    - WBD III.2.2:72 - 'jong' = dochter
    - WBD III.1.1. lemma urineren - Tilburg Kijken of men nog een jongen is.
  6. zelfstandig naamwoord

    2. kinderen, de eigen kinderen, kinderen in het algemeen

    - Gezegde - Aop, wè hèdde schôon jong. Sarcastisch of corrigerend bedoeld; terechtwijzing van misplaatste trots.
    - Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters èn aandere saawelèèrs (7de perbeersel, 1996) - aajer of jong [kiezen of delen]
    - Kees en Bart (Tilburgsche Post ca. 1930) - de schooljong
    - Piet Heerkens - Hinkelepink! Zo riepen de jong'/ as ie deur de straoten gong,/ "Hinkelepink, de schereslieper/ maait z'n beenen as 'ne kieper!" (Uit: De Mus, 'Hinkelepink', 1938)
    - Naarus; Wurrom kunne die jong van de tegesworrige tèd ok nie mir mee knaauwboone speule? (pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) [bonen gebruiken bij het kinderspelletjes]
    - Cees Robben Ik heb n goei vrouw.. Ze lôôpt nie weg en ze fret de jong nie op. (19850521)
    - Cees Robben Vruuger han jong snotneuze.. en tirreswôrrig hebben snotneuze vort jong... (19790817)
    - Cees Robben [de ene vogeltjesprutter tegen de andere:] Ik heb hier niks hangen as unne tuureluut... Mar doar binne hek nog n kwèèk zitte mee drie jong... (19710723)
    - Cees Robben t zen neet-ôôren van jong (1650115)
    - Cees Robben Toen wees ie me n nisje aon/ en zeej dè is verlut... / As ik die jong te pakken krèèg../ O wee as ik ze snut... (19600708)
    - Stadsnieuws - Ik zèè meej mèn jong nòr de kèrmes gewist èn naa zèèk himmel blut (090507)
    - J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - 'De ouden verstonden dit ook van kinderen' zegt Weiland. ...Een lief jong.
    - K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - JONG, JONGENS - kind, kinderen.
    - A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland (2, 1958) - jóngk, zelfstandig naamwoord, onzijdig. 'jonk' - jong kind, kind (zonder onderscheid v. geslacht)
  7. zelfstandig naamwoord

    3. jongen, als aanspreekvorm

    - Rolf Janssen; We hebben gezongen en niks gehad (1984) - 'Hurt de wènd es waaje, jóng!'
    - Lechim - ca. 1970 - 'zen Opa wies dè vruuger al/ Die was nie te verraasse/ Hij zee: 'Jong, waoter dès allèèn,/ Om oew gat mee te waasse.' (Ongedateerd knipsel uit de Tilburgse Koerier)
  8. 4. kind, kinderen, mild pejoratief bedoeld en daarom vaak vergezeld van een nadere aanduiding

    - Naarus; Dieë smid dè was innen uuverige meens en innen goeien vadder. Die hee me van ze lève wè afgeklopt en gehaomerd mist op t ijzer mar ok veul op de bruukskes van de jong, en dè moog wel want t waren irste vèrkes. (pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
    - Piet Heerkens - Toe, klimt er mar in, ge hè't ze veur 't vatte!/ A'k dood zee komen de jong' ze mar jatte!" (Uit: Vertesselkes, 'Vrouwke Misère', 1941) [over de peren in de boom van Vrouwke Misère] - WTT 2012 - vèèrekes van jong - uitdrukking voor kinderen die lastig zijn
    - Lodewijk van den Bredevoort (pseudoniem van Jo van Tilborg); Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? deel 2, Tilburg 2007 - In den oorlog sloegen ze de jong, die kolen perbeerden te schoepen van de waogens aaf. (pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
    - Lodewijk van den Bredevoort (pseudoniem van Jo van Tilborg); Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? deel 2, Tilburg 2007 - Ze han er héél veul kender en as ik zeg héél veul, bedoel ik ok héél veul. Waor ze allemol meej die jong blééve s aovens, asse te bed moese, hèk men èège wel ens afgevraogd. (pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
    - Lodewijk van den Bredevoort (pseudoniem van Jo van Tilborg); Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? deel 2, Tilburg 2007 - Die verrekte jong staon ôk aaltij op oew hielen. (pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
    - Lodewijk van den Bredevoort (pseudoniem van Jo van Tilborg); Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? deel 2, Tilburg 2007 - Tegen det donker wier en onze bèùk vol, stapte ons moeder, meej hil die jong om der hene, mar wir ens op. (pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
    - WTT 2012 - 'Wij hèbbe kènder, gullie hèt jong!' (zegsman Peter IJsenbrant)
    - WBD III.3.1:24 'jong', 'jongere', 'snotterd', 'tiener'
    - WBD III.2.2:33 - 'bedorven jong' = verwend kind; ook 'verwend jong'
  9. 5. jong van een dier

    - WBD III.4.2:24 'jong' - jong van een dier, ook 'jonkie'
  10. naam

    6. verkleinwoord = jungske het betreft dan altijd een jongetje

    - Kees en Bart: dialoog in Tilburg Post 1922-193? - Tilburgsche Post ca. 1930 - en jungske
    - Rolf Janssen; We hebben gezongen en niks gehad (1984) - 'toe na m'n jungske ...'
    - Piet Heerkens - Daor liep er eens 'n jungske/ te fluite langs de Laai/ en al de blumkes bloosden blij/ die er bloeiden in de waai. (Uit: De Mus, 'Tussen de blumkes', 1939)
    - Lodewijk van den Bredevoort (pseudoniem van Jo van Tilborg); Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? deel 2, Tilburg 2007 - Ze laaide me de klas binnen, tussen de aander moeders en vadders deur, die ôk hullie jungske veur den irste keer naor de grôote school kwamen brengen. (pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
    - Lodewijk van den Bredevoort (pseudoniem van Jo van Tilborg); Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? deel 2, Tilburg 2007 - In de twidde [klas] zochten ze ôk jungskes èùt, die in un percessie meej zouen willen lôope. Ik staak aachtermekaar menne vinger op. (pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
    - Lodewijk van den Bredevoort (pseudoniem van Jo van Tilborg); Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? deel 2, Tilburg 2007 - Zô jungskes, zeej ons taante Drika... (pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
    - Kernkamp, Dialectenquête 1879 - de jungskes hebbe blumpkes geplokke
    - WBD III.2.2:39 'jongetje' = jongen
    - WBD III.2.2:71 'jongetje' = enig kind
  11. ongetrouwd

    - Nevenvorm 'jonk'? (zie hieronder)
    - A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland (2, 1958) - jóngk, bnw. 'jonk' - jong: 1) jeugdig; 2) ongehuwd: jóng(k) bleve - ongehuwd blijven.
Johann Hermann Knoop
  1. zelfstandig naamwoord

    juk juk

    - WBD driehoekig raam om de nek van een kalf, ook genoemd 'raom' of 'ròmke'
    - WBD (Hasselt) ossegareel (als een os de kar trekt)
    Johann Hermann Knoop
  2. zelfstandig naamwoord

    juksel jeuk uit 'jêûk', met vocaalkrimping

    - WBD III.1.2:325 'jeuksel' = huiduitslag
  3. werkwoord

    jukt(e) jeukt(e) 3e persoon tegenwoordige tijd/verleden tijd van 'jêûke', met vocaalkrimping

    - uitdrukking - Der stao geschreeven èn gedrukt dègge moet krabbe waor et jukt.
    - Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek (1998) - jukten et ok ôok? - jeukte het inderdaad?
    - Cursus in Tilburgs een krantenrubriek circa 1940 - (2) 'Juktenet okóók?'
    - Stadsnieuws - Der stao geschreeven èn gedrukt dègge mot krabben as et jukt (280908)
  4. zelfstandig naamwoord

    jungske

    - Cees Robben Kom prentje mn jungske (19640522)
    - Tiesje was un Tilburgs jungske/ Un menneke van geenekaant Uit: Den blaawslôot, Ad van den Boom, circa 2005.
    - Dèk wir as un klèèn jungske/ Dur de straote van aaw Tilburg liep Uit: Unnen droom, Ad van den Boom, circa 2005.
  5. zelfstandig naamwoord

    juske [mogelijk een verbastering dan wel verschrijving van 'jungske'] Jussep, sint eigennaam Sint Jozef

jonge
  1. werkwoord

    veel moeite doen, zich enorm inspannen, zoals vrouwen moeten doen als ze een kind baren

    - Toen zèè ik zèllef mar bodschappe gòn doen èn hèbbik gòdome den hil den aovend in de keuke stòn jonge. (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.) - Veur mèn stond 'n aaw meens èn die was me tóch 'n partij òn et jonge meej dè mesjien [pinautomaat]. (Uit: F. van der Meer, Ferry van de Zaande, verhalen van een echte Tilburger, 2010.)
  2. werkwoord

    jönt stinkt, laat scheten 2e + 3e pers.enkelv. tegenwoordige tijd van 'jèùne', met vocaalkrimping jöntje zelfstandig naamwoord uitje, ajuintje, sjalot(je) 'jèùn' met vocaalkrimping: jöntje

    - Frans Verbunt; Tilburgs vur tonpraoters èn aandere saawelèèrs (7de perbeersel, 1996) - hij stooft zene stront op meej en jöntje (gezegd van een gierig persoon)
  3. zelfstandig naamwoord

    jôod jood

    - Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg (1996) - pluralis.: joode
    - WBD III.1.4:86 'jood' = bedrieger
  4. zelfstandig naamwoord

    joodevèt druivensuiker

    - Cees Robben De pullen en de schuim/ Die plekken aon t joodevet... (19580329)
    - Wij moese aatij irst de [Hasseltse] kepèl in èn n rôozehuuke bidde vurdèmme vur êen of twee cènte snuupkes mochte kôope. En ik moet zègge, dan smòkte-n-et ok beeter. Et joodevèt, de stroopseldòtjes, de dròpveeters, t zuuthout, tôoverbòlle. (Ed Schilders; Wè zeetie?; website Brabants Dagblad Tilburg Plus 2009)
    - Mar wèddik t lèkkerste van allemòl von, dè waar kattespaauw. Witte wè dèt is? Dès nèt as joodevèt mar dan irst gesmolte èn dan deeje z -Informant Toine Raaijmakers; pindanutjes durheene. (Ed Schilders; Wè zeetie?; website Brabants Dagblad Tilburg Plus 2009) - Cornelissen & Vervliet; Idioticon van het Antwerpsch,1899 - JODEVET zelfstandig naamwoord, onzijdig. - fig. speeksel, fluimen.
  5. werkwoord

    jòppe doppen, van de dop of peul ontdoen bôone jòppe

jopperbaai

WNT - baai - voornamelijk ter aanduiding van verschillende soorten. In het Middelnederlands nog niet aangewezen; Hoogduits boi, Engels bay en baize, die laatste vorm wordt verklaard als eene verminking van het meervoud bayes. In Engeland werden de baaiweverijen overgebracht uit Frankrijk en Nederland, omstreeks het midden van de 16de eeuw. Den oorsprong vindt men in het Franse baie, bij Godefroy in eene aanhaling uit 1570, waar gesproken wordt van les baies et sarges façon de Beauvais; men gelooft dat met baie eene stof wordt bedoeld die om hare bruinroode kleur (Frans bai, Latijn badius) aldus werd genoemd. (...) Vergelijk ook Italiaans baietta, Spaans bayeta, evenzoo namen van wollen stoffen. - WNT - baai - benaming van zeker grof, op molton gelijkend flanel. (...) In Zuid-Nederland ook overdrachtelijk voor een baaien borstrok. Nieuwe Tilburgsche Courant 20-11-1889

Jordaan
  1. toponiem volksbuurt in Tilburg in de vroegere parochie Hasselt, deel van de 'Textielbuurt'; het gedeelte dat begrensd wordt door Hasseltstraat en Ringbaar Noord en Textielplein.

    - Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels (2015) - Mar Wieske Snuf, jè, die is pas dôod, hè! Want die zit daor in de, in de, ze zègge Jordaan! In, in de Hasselt daor zègge ze Jordaan teege, hè. Daor wont Wieske Snuf!
  2. zelfstandig naamwoord

    jòrgetij jaargetij(de), jaardienst (mis)

    - Stadsnieuws - In dees jòrgetij kunde veul wènd verwòchte. (170310)
    - WBD III.3.5:125) jòrgetij = jaargetijde
    - K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster, 1968) - JAARGETIJ - een dienst die bij de Roomschkatolijken jaarlijks voor de overledenen geschied.
    - A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland (2, 1958) - jo'rgetè, zelfstandig naamwoord, onzijdig. jaargetij, "jaarlijksche mis voor een of meer overledenen"
  3. zelfstandig naamwoord

    jòrke jaartje verkleinwoord van 'jaor', met vocaalkrimping

    - Rolf Janssen; We hebben gezongen en niks gehad (1984) - 'nieuwejorke'
  4. naam

    jòrleks jaarlijks

    - Dirk Boutkan & Maarten Gosling Kossmann, Het stadsdialekt van Tilburg (1996) - jòrleks (met vocaalkrimping)
  5. zelfstandig naamwoord

    jòrling jaarling

    - WBD eenjarig veulen, ook 'ènter' genoemd
    - WBD paard van een tot twee jaar
    - A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland (2, 1958) - jo'rling, zelfstandig naamwoord, mannelijk. jaarling, paard dat één jaar oud is.
    - WNT JAARLING - dier (paard of rund) van een jaar oud
  6. zelfstandig naamwoord

    judje joodje, kleine jood

    - Karel de Beer; Tilburgse bijnamen (2000) - judje Moerèl = dokter Salomon Moerel
juffere
werkwoord

jufferen

- Zegsman Hans Hessels; Uit het geheugen van Hans Hessels, 2022 - En bietje schêef, dè juffert goed een beetje scheef, dat geeft niks
- WNT, lemma jufferen II - Een beetje scheef, dat juffert wel. Eigenlijk een ironische zegsw. om bij eene juffer, eene dame, scheefheid van lijf of leden te vergoelijken: wat scheef van leden staat een juffer niet kwaad, maakt wel een goede juffer. Vandaar, bij uitbreiding (de gewone toepassing): het hindert niet , het doet er niet toe of iets wat scheef is, het kan daarom toch zijn dienst heel wel doen; het kan wel bruikbaar en b.v. van schrift, wel leesbaar zijn.
juffersnuutje
  1. zelfstandig naamwoord

    juffersnuitje bepaald soort appels

    - Mar deez' appeltjes zijn buitengewoon lekker, 't zijn van die geele, spitse, zuute appeltjes en daorom noemen wij ze aaltij juffersnuutjes. (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Boere-Profeet; feuilleton in 5 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 1-7-1939 29-7-1939)
    - WTT 2012 - Waarschijnlijk wordt in het citaat van Jan Jaansen de appel Juffers-kruidappel bedoeld, ook wel Juffersappel en Jufferskruidling genoemd.
  2. uit: Pomologia, 1763

jut
  1. zelfstandig naamwoord

    de jutespinnerij

    - A.J.A.C. van Delft; uit: de rubriek Van vroeger dagen # 118: Naar beschaafder spraak, Nieuwe Tilburgsche Courant - zaterdag 8 juni 1929 - "Die mèèden van de Jut schènen mekaare uit veur al wè lilluk is." Die meisjes der jutespinnerij schelden op elkaar in bewoordingen, waarin al wat leelijk is tot uiting komt.
  2. tussenwerpsel

    juu

    - WBD vooruit.' (voermansterm om een paard te doen voortgaan), ook 'vórthuu' genoemd
  3. tussenwerpsel

    Ook onderdeel van krachttermen: sakkerjuu, nóndejuu

    - C. Verhoeven; Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - JEU, uitroep tegen een paard: JU! - vooruit!; ook gevoegd achter de richting die aangegeven werd: aaromjeu!
    - A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland (2, 1958) - jü, resp. jö, tussenw. 'ju' resp. 'jeu' - uitroep om een paard aan te zetten, te doen voortgaan.
  4. juudasweek oude benaming voor Goede Week, de week voor het Paasfeest; vernoemd naar Judas, de apostel die op Witte Donderdag Jezus overleverde aan de Romeinen.

juuniekeever
  1. zelfstandig naamwoord

    gouden loopkever

    - WBD III 4,2:178 lemma Gouden loopkever - De gouden looppkever (Carabus auratus) is een glanzend groene, slanke kever van 25 mm die snel kan lopen. Hij leeft in velden en tuinen en eet insecten en wormen. De benamingen uit dit lemma kunnen een enkele keer ook de gouden tor gelden. De gouden tor (Cetonia aurata), 18 mm, is een groenzwarte kever met een geelgouden glans op de dekschilden die bij het vliegen gesloten blijven. goudkever Tilburg junikever Tilburg
    juuniekeever
  2. zelfstandig naamwoord

    juutepèèr zomerpeer; de etymologie is onduidelijk

    - Frans Verbunt, Tilburgs vur tonpraoters èn aandere saawelèèrs (7de perbeersel, 1996) - zomerpeer
    - Henk van Rijen; Mèn Tilbörgs Wôordeboek (1998) - klein droog peertje
    - Jan Naaijkens; Dè's Biks, 1992 - juut - zelfstandig naamwoord soort peer, juutepèèr; schelwoord: schèèle juut!
  3. zelfstandig naamwoord

    juuwêel, jewêel juweel

    - WBD III.1.3:259 'juweel' = juweel
juut
  1. zelfstandig naamwoord

    de jutespinnerij

    - A.J.A.C. van Delft; uit: de rubriek Van vroeger dagen # 118: Naar beschaafder spraak, Nieuwe Tilburgsche Courant - zaterdag 8 juni 1929 - "Die mèèden van de Jut schènen mekaare uit veur al wè lilluk is." Die meisjes der jutespinnerij schelden op elkaar in bewoordingen, waarin al wat leelijk is tot uiting komt.
  2. tussenwerpsel

    juu

    - WBD vooruit.' (voermansterm om een paard te doen voortgaan), ook 'vórthuu' genoemd
  3. tussenwerpsel

    Ook onderdeel van krachttermen: sakkerjuu, nóndejuu

    - C. Verhoeven; Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) - JEU, uitroep tegen een paard: JU! - vooruit!; ook gevoegd achter de richting die aangegeven werd: aaromjeu!
    - A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland (2, 1958) - jü, resp. jö, tussenw. 'ju' resp. 'jeu' - uitroep om een paard aan te zetten, te doen voortgaan.
  4. juudasweek oude benaming voor Goede Week, de week voor het Paasfeest; vernoemd naar Judas, de apostel die op Witte Donderdag Jezus overleverde aan de Romeinen.

×