w erkwoord, zwak. waarschijnlijk uit 'wateren'

Weven, 18de eeuw wèève weven
wèève - wêef - geweeve
Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - Pèèr Wèève = prof. Weeve (blz.83) Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WEVEN wé:ve wkw
De tekst luidt: 'Ons poezemien is aaltij op sjanternel... Mar as 't zò ver is... schudt ze hier durren körf om...' De poes is dus veelal uithuizig, op zoek naar een kater, maar de eigenaren van de poes zitten thuis met het nest jonkies. Een tweede verklaring voor 'sjanternel' is eveneens gebaseerd op het Frans. Merkwaardig genoeg werd die verklaring eveneens door Pierre van Beek gegeven, en wel in Tilburgse Taalplastiek nr. 58 (17-6-1968; en later nog eens opgepikt in nr. 181). '"Ze is weer op d're sjanternel geweest" wordt gezegd van een vrouw, die "op stap is geweest". Sommige vrouwen zijn "altijd op sjanternel". De uitdrukking heeft een misprijzende betekenis, die vroeger vermoedelijk sterker geweest is dan te huidigen dage. Ze wordt gebruikt voor een vrouw, die weinig thuis is en het er op aan legt zoveel mogelijk het huishouden in de steek te laten, al of niet gemotiveerd. Het lijkt mogelijk dat we hier te maken hebben met een verbastering van het Franse woord "sentinelle", dat "schildwacht" betekent. We denken dan aan 'n vrouw die in de Franse tijd een "potje" met de "schildwacht" ging vrijen, waarvoor ze dan ook wel motieven zal gezocht hebben. Een verklaring voor de ongunstige betekenis, die we nog voelen, is daarmee dan ook meteen gevonden. We voelen echter toch meer voor een verbastering van een ander Frans woord, nl. "chanternelle", dat "lokvogel" betekent. Een "op sjanternel" zijnde vrouw zou dan een vrouw of meisje zijn, die "als lokvogel" de straat optrekken, wat uiteraard oneerbaar is. Zó ongunstig klinkt de uitdrukking zoals wij ze thans in Tilburg gebruiken echter lang niet meer, maar een denigrerende bijgedachte speelt er op de achtergrond toch nog wel altijd in mee.' En in nummer 181 (5-10-1973): '...het reeds vroeger behandelde "op sjanternel gaan", in welk zonderling woord wij het Franse "sentinelle" zagen. Een vrouw, die een Franse schildwacht opzocht, stond niet zo hoog in de achting. Daardoor kreeg de verbastering "sjanternel" een ongunstige betekenis, in de zin van op pad zijn met niet al te beste bedoelingen, later afgezwakt tot het zoeken van gelegenheden om het huishouden in de steek te laten en zich met als prettiger ervaren zaken bezig te houden.' Een dergelijke betekenis heeft 'sentinelle' in het Frans echter nooit gehad; 'sentinelle' is 'een vrouwelijk schildwacht', niet een vrouw die een schildwacht opzoekt. We vatten voorlopig als volgt samen: 'op sjanternel gaan / zijn' heeft een lange betekenisweg afgelegd. Vanaf het 'lokken' met oneerbaar bevonden motieven, via het uit vrijen gaan of contact zoeken met een man, tot het op stap gaan om zich te amuseren.
walge walgen
samenstelling uit walg + eind
walkvat walkvat
wammis w ambuis, kiel
wankelbeureg
wanneer wanneer?
voegwoord als
waofelbinding wafelbinding
waoge wagen, durven
waoge, waogel, waogeltje wagen, kar, auto Het verkleinwoord is waogetje of waogeltje blauwe waoge - ziekenauto voor psychiatrische inrichting
Twee peerde veur éénen waogel? (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, Trouwsumke, 1941) En 's Zaoterdags was er et waogeltje klaor, geverfd en gelakt: een gerijke! (Piet Heerkens; uit: Brabant, Den bok, 1941) en laoide ze gaaw op z'n waogeltje... (Piet Heerkens; uit Vertesselkes, De kerk verdouwd, 1944) In dè efkes dek aon dè waogeltje stint waren er kender, die in ettelukke minute vur drie kwartjes nor binne spulden. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 20 april 1945)
waaghouder(ster)
waogemaoker wagenmaker, 'kèrsmid'
waoke waken, wakker blijven, de wacht doorbrengen bij een overledene
waone wanen

waope wapen
waor, wòr waar
alle details van een situatie of kwestie 't Menneke moet precies weten waoraon-en-waoraaf. Weten wè-t-ie maag en nie maag, wè-t-ie mot en nie mot doen of laote. (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Oome Teun als opvoeder; feuilleton in 6 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 2-3-1940 6-4-1940) ...en toen kos ie ons vertelle, waoraon en waoraaf... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Boere-Profeet; feuilleton in 5 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 1-7-1939 29-7-1939) - Cees Robben - Zeg mar gerust waoraon of waoraaf meneer dokter... (19650521) - Cees Robben - Dan weten ze tenminste waoraon... en waoraaaf... (19720408) waore, waort werkwoord, persoonsvorm waren, waart
waor end waarheid waos zelfstandig naamwoord
waot scherpe kant, snede van een wapen
Lechim - Gedicht van de week uit de Tilburgse Koerier (1957-1982) waoter water
Haor WATTER - water
waterachtig; slechts eenmaal aangetroffen; waarschijnlijk is er een verband met 'watertanden', 'het water loopt in de mond': Daornao gekookte ham, gin gewone zooas ge in de winkels koopt, nèè ham die bij den bakker 'n wijltje in den oven gesmoord hô, half en half gebraojen zoodè 't er 'nen geur afsloeg om waoterachtig van te worren. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 9; 22-02-30)

waterbeestje
wateren, urineren
Gallinula chloropus - bron: Wikipedia
waterhoen (Gallinula chloropus) Ik zèè ok in Orschòt vur moete koome! Vur waoterhènnekes vange! [- Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels, 2015]

waterhoen (Gallinula chloropus) We waare ònt waoterhoenekes vange èn toen kwaame de majesjesees! [- Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels, 2015] waoterkiepke
waoterschòt, -scheut tak die ontstaat op de stam
watertoren Ok de koeltorens [ van de gasfabriek], deur onze onwetendheid waotertorens genoemd, waren geen sieraad vur de buurt. Zij lieten bij enne verkeerde wend, un sôort motregen vallen. Hil vremd waar dè, et gebeurde ok as de zon scheen. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
watertor
Hydrous piceus Dysticus marginalis
waozeg, wòsseg
war (warre)
Str. war (1:42) Bosch war - nietwaar wasdag, waasdag wasdag
samengesteld uit 'waas' + 'dag' washèùs
wasmesjien wasmachine
Gravure van onbekende kunstenaar - De wasknijpersnijder waspinneke wasknijper
oplawaai




Ewoud Sanders - Waar komt het vandaan? De vroegste verklaring vinden we in 1885 in een bundeling van journalistieke stukken van J. van Rennes, getiteld Vonken en Vlammen. Nieuwe schetsen van een Dagbladcorrespondent . Hierin lezen we: ,,Moet er eerst eens een raadslid een ferme what-you-call - of, zooals wij dat vertalen, watjekou krijgen? t Zou jammer zijn van de lui die vóór den tijd nog dood geslagen worden, als men daarop wacht. (Blog Woordhoek, NRC.nl; 2009) wats oorveeg
Afbeelding uit het 'Nuuw Tilburgs Leesplèngske' dat in 2020 door de Stichting Tilburgse Taol werd samengesteld en uitgegeven in samenwerking met Stadsmuseum Tilburg en Bibliotheek Midden-Brabant en Erfgoed Tilburg. De illustraties werden verzorgd door Ruben de Bruijn.
verkorte vorm van 'oewe', 'uw' in deze vorm alleen opgetekend bij Lechim

wat
wèblief wat b(e)lieft u?
wat je -> wè ge Ik zeg: witte wechche dan doet (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 20 april 1945) wèddeschap, wèddingschap zelfstandig naamwoord . weddenschap
...naor aonleiding van 'n weddingschap. (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; feuilleton Bad Baozel, 8 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 31-12-1938 18-2-1939)
wèdst verst
wèdte, wètte wijdte
wèèd wijds
wijd, ver, ver weg, wijds
weedeman, weeduuwman
wijd, ver, ver weg, wijds
weedeman, weeduuwman
wèèdèùt
weedevrouw weduwe
weduwnaar
wèèf, wèfke, wèève vrouw, wijf
wèèfketaaw weefgetouw
wèèfkam wèèfkam, weefraam
weeg weg 'in de weeg' - in de weg 'öt de weeg' - uit de weg
weege wegen
wèègere weigeren
weeges wegens Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WEGENS - wé:ges weegescheet zelfstandig naamwoord
weegetaks
weejband
wc, water closet
week week
wêek
bijvoeglijk naamwoord zacht
wèèk wijk; ook: het weken (zacht maken)
wêeke weken, zacht maken
in tegenwoordige tijd ook vocaalkrimping: gij/hij wikt; part. gewikt! wèèke wijken
wèèkmister wijkmeester Lowie van Dorrus Misters rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 5 Voorlezer en wijkmeesters; Nieuwe Tilburgsche Courant 17-2-1951 De Wijkmeesters of Burgerkapiteinen vertonen in hun functiën overeenkomst met de honderdmannen uit de Frankische tijd. In de Middeleeuwen stond aan het hoofd van elk tiental huisgezinnen (tiendemanschap of gebuurte) een deken of tiendeman. Aan het hoofd van tien tiendemannen stond een honderdman of wijkmeester. Elke wijk of herdgang had er één. Vóór 1810 werden zij aangesteld door de Heer, doch ook wel door de schout (later drost) en schepenen. De wijkmeesters waren de hoofden en rustbewaarders der wijken terwijl zij ook als brandmeesters optraden. Tevens verrichtten zij met (door hen opgeroepen) manschappen politie- of schuttersfuncties, bijv. bij het jacht maken op bedelaars en landlopers, of bij het afzetten van het terrein bij executies. In een oude verordening op de brandweer in de gemeente Tilburg (van 18 Aug. 1856) lezen we als volgt: Art. 9. De wijkmeesteren der onderscheidene wijken zullen ten allen tijde zes personen, die niet tot de brandspuit behoren, bij voorraad commanderen, welke bij het ontstaan van brand zich met schoppen of platte rieken bij den brand zullen moeten doen vinden ten einde des noodig het brandende puin met aarde te overschieten. Art. 10. Voor de in art. 9 bedoelde gecommandeerde personen zullen de wijkmeesters lijst houden en zal niemand hunner zich daaraan mogen onttrekken. Wie de wijkmeesters in de 19de eeuw aanstelde wordt niet vermeld. Instructies of benoemingen waren tot dusverre niet te vinden. Ze zijn misschien als semi-officieel te beschouwen. In een register van de plaatselijke bedieningen (1852) worden zij wel genoemd, maar over de aanstelling wordt niet gerept. weeks bijvoeglijk naamwoord
wèèl, wèltje wijle, poos, tijd
calandra granaria - Wikipedia weemel graanklander - cakandra granaria
Wijnflessen, aangetroffen bij archeologisch onderzoek naar het Kasteel van de Hasselt. Ill. uit: Graven naar het kasteel van Tilburg , H. Stoepker 1986 wèèn 1. wijn
...strak zèèdet ammol meej mèn êens/ dè wèèn verrèkkes fèèn is. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Wès wèèn tòch fèèn)
Dettie waoter veraanderde in wèèn. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
2 . dommekracht N. Daamen - handschrift 1916 - "wain - een dommekracht" Wijnetiketten ter promotie van het lettertype TilburgsAns. Bron: internet 2018. wèènaos, wènaos windas N. Daamen - handschrift 1916 - "wainoas - windas"
wèène winden; wenden; woelen
Piet van Beers De IFF: Ak saoves (laoter dan normaol)/ nog flink getòffeld hèb/ èn ik hèb wè stèèrke draanke ingenoome/ dan lig ik irst nog uurelang/ te wèène in m n bèd/ vur dè teliste toch de slaop gao koome. (Spoeje doemmeniemer; 2009) Piet van Beers Hoest: k Laag te draaie èn te wèène. (Spoeje doemmeniemer; 2009)
K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - WIJNEN - winden. Kiliaen - heeft 'wijnden'. Z.a.
wèèneg weinig òn diejen boom zitte mar wèèneg pèèren aon.
wèèntapper
Lechim - Gedicht van de week uit de Tilburgse Koerier (1957-1982) weer kwast in het hout; weersgesteldheid
wèèr war
Wie doeget öt de wèèr? - Wie ontwart het?; dur de wèèr - in de war (contaminatie van 'in de wèèr' en 'dur mekaare')
wèèrde waarde
wèèrdelôos waardeloos
weere
wèère warren, in de war raken
wèèreke werken
wèèreld wereld
Miep Mandos-v.d.Pol - Aantekeningen Brabantse spreekwoorden - Beeter in de wije wèèreld as in nen èngen bèùk.
Pierre van Beek - van de wèèreld zèèn - niet weglopen voor de erotiek
Haor WERRELD - wereld wèèreme warmen
werpen
van: weergave, zijns gelijke "Dè daankt me de weergaoi, köster, 't is oorlog!" (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; De nuuwe dokter; feuilleton in 4 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 27-1-1940 17-2-1940) ...om den weergaoi nie! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Oome Teun naor zee; Nieuwe Tilburgsche Courant 18-11-1939) "Loop naor den weergaoi", riep den kapelaon... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 10; Nieuwe Tilburgsche Courant 3-12-1938) - Cees Robben - Wè trekt ie [het kind] toch op dn aauwe, war/ Haoreender de weergaoi... (19840217) - in uitroepen met as de: in zeer hoge mate, verschrikkelijk [- WNT - lemma Weerga 5.f.a] - Cees Robben - Dooien doeget as de weergaoi.. (19580315)
wèèrk, wèèrek, wèèrik werk
Schôon wèèrk waar, programmabuukskes vur concerten van et toonkunstkoor o.l.v. Louis Toebosch. Buukskes vur concerten van de Nieuwe Koninklijke Harmonie, ondertrouwkaorte, bidprentjes, geboortekaortjes en visitekaortjes (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WERK - wè:rek znw.o. Frans: travail
wèèrm, wèèrem, wèrm warm
Aanvullende bronnen
weeròpper
wêes persoonsvorm, verleden tijd van wèèze wees hij wêes ons de gerichste wèg wêes wees, kind zonder ouders wèès, wèske zelfstandig naamwoord wijs, wijze, melodie
De stadslui mee d'r meskes,/ Die naor 't concert van Korvel gaon,/ Daor spulde ze de wèskes. Willem van Mook, voorwoord in programmaboekje van de Korvelse revue Vruuger en naa, 1926. wèès, wèèzer, wèèst wijs
J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WIJS wordt hier veel gebruikt voor slim of verstandig.
w.c., wc, (afkorting van water closet)

weesgegruutje
wèèsmaoke wijsmaken, op de mouw spelden Lòt oe tòch niks wèèsmaoke! weesmaoke - mòkte wèès - wèèsgemòkt
weet
weete weten weete - wies - geweete klinkerverkorting in de 2 e en 3 e persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd, in de gebiedende wijs, en soms 2 de persoon meervoud in plaats van jullie
Infinitief
Tegenwoordige tijd 1 e persoon - ik Miep Mandos-v.d.Pol - Aantekeningen Brabantse spreekwoorden Sprikt! Pròt òf lòt en scheet, dèk iets weet. [Zeg iets, al is het nog zo weinig]
Tegenwoordige tijd 2 e persoon jij, gij, ge
Rudolph van Veen in de Top 2000 van 31 december 2012 In de laatste aflevering van de Top 2000 van 2012 vertelde de populaire Tilburgse meesterkok Rudolph van Veen waarom hij van mening is dat eigenlijk het nummer 'God Save the Queen' (het Engelse volkslied) op nummer 1 zou moeten staan, zij het dan in de uitvoering van de Sex Pistols, de punkgroep die zijn eerste muzikale liefde was. Van Veen: 'Ik ben naar de platenwinkel gegaan in Tilburg. Ik zeg, ik kom Never Mind the Bollocks halen. Die man die keek mij aan, en die zei, op z'n Tilburgs: "Manneke witte gij wel wa dat is?" Tegenwoordige tijd 3 e persoon hij, zij, ze, het, et, dat, dè
Tegenwoordige tijd 2 de persoon meervoud jullie Sterneberg sj - Wat da zegge wil, in Indië, da witte gullie ok wel. (n Busselke Braobaants; 1930) Lodewijk van den Bredevoort - Gullie wit intussen wè dè is. (2007)
Verleden tijd
ik wies gij wiest / wieste gij? / wieste? hij, zij, et wies wij wiese gullie wiest / wieste gullie hullie wiese
Verleden tijd 1e persoon enkelvoud Kwok wies wèk wo. - Ik wou dat ik wist wat ik wilde.
As ik wies wè ons Wies wies, dan wies ik ut wel! (Hein Quinten, Tilburgse spreuken; ca. 1990)
Mèn schonste Tilburgse spreuk is: Kwo dèk wies wèk wo, Wies. (Ed Schilders; Wè zeetie?; website Brabants Dagblad Tilburg Plus 2009) Verleden tijd 2e persoon enkelvoud Tony Ansems - Hoe wieste wègge moest zegge (uit 'Toon' van de cd Tilburgse Liedjes - American Style, 2007) Lodewijk van den Bredevoort - Wieste gij dè nie menneke?, zittie. Dè menneke wies dè dus hillemol nie en hatter om eerlek te zèèn zen èège ok nôot druk over gemaokt. (pseudoniem van Jo van Tilborg; uit: Kosset den brèùne eigelek wel trèkke?, deel 2, 2007) Henriëtte Vunderink - Wieste dè ammòl nie?/ ookeej, dan wittet nou. (uit: 'Wieste...', in kZal van oe blèèven haawe, 2007) Verleden tijd 3e persoon enkelvoud
Verleden tijd 3e persoon meervoud Ze wiese nie wèsse wón. Ze wisten niet wat ze wilden.
J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - Witten voor 'weten'; z.a.
Karel de Beer - Eens ging hij [textielfabrikant Henri M.J. Blomjous] met zijn zusters (zie Toos en Maria Blomjous) hun broer Joseph M.D. Blomjous (1873-Den Haag 1930) opzoeken, die zich in 1923 in de Residentie had gevestigd. Aldaar meldde de conducteur van de tram op een zeker moment: "Witte de Withstraat", waarop een van de zusters antwoordde: "Dè moete òn onzen Harrie (Henri) vraoge, die wit alles!" Een andere lezing voor het gegeven antwoord luidt: "Dan zudde veul kallek nôodeg hèbbe!" (Tilburgs Bijnamenboek, 2000)
Ill.: Mandos wèèver wever
Kekkis Karel, veronderstel dè gij den bisten wèver bent van hil Tilburg en ikke den bisten wielendraaier van hil den Ateljee. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 25 mei 1945)
Ill.: - Cees Robben - 'Wij zijn wèèvers van prefessie' (detail) - Cees Robben - Wij zèn uit t laand van de wèèvers niewaor... (19580308) - Cees Robben - wèèverkes in nôôd... (19570313) - Lechim (pseudoniem van Michel van de Ven), De Tilburgse Koerier, 68 02 15 - Onze grutvadder dè was ene wèèver/ van stukke hattie veul verstaand/ hij sjouwde hêel hard, alle daoge/ vur den ,,Heer" de fabriekaant. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Et heej nie geholpe. )
Tijs Dorenbosch - Vignetten uit De Mus en D'n örgel van Piet Heerkens (1939 & 1938)
weverij

wèèversknêûp weversknoop
wèèversschèrke
weeze Wezen; hier: gezicht
wèèze wijzen
weezelek
wèèzer wijzer de grôoten èn de klèène wèèzer
wèffer, wèffere, dewèffere wat voor, welke, wat voor een
samenstelling uit weggeven en kistje
weggooien
wègmaoke wegmaken, doen verdwijnen; Pierre van Beek - ónder narcose brengen van een patiënt
Screenshot: Roy Donders naait zijn friteuse weg.
naaj wèg, naajde wèg, wèggenaajd wegwerpen, weggooien Roy Donders - As et vet oud is en et moet er uit, zeg mar, dan pak ik die frietpan, die gooi ik in 'n vuilniszak, eigeluk drie vuilniszakke, enne die naai ik gewoon weg, en dan koop ik 'n nieuwe. (Stylist van het Zuiden, aflevering 4, 18 november 2013, RTL 5)

2e lid v. samenstelling
Berdòssewègt
J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WEGT voor 'weg'. Het komt in de boerentaal voor bij Huygens, in Hofwyck .
weie wieden
wèjer, waajer verder, wijder (comp.van wèèd)
Haor wèèr - verder; wèèrop verderop wèjere verwijden
wèk
wijd, ver, ver weg, wijds
weedeman, weeduuwman
wekker, klok die geluid geeft op uur en tijd van opstaan hier echter figuurlijk gebruik voor een neus en het opsnuiven van neus-slijm.
wèlk wat?
wèllekrabber
wèllie 1e persoon meervoud: wij. Eigenlijk: wij lieden.
wat?; wat zeg je?
wèltje poosje, tijdje
Toen ik zoo in wèltje gezete ha... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
wèn wat (voor) een
Ik zit hier zeker in China Want iederendeen die zeej We'n wang, we'n wang, we'n wang toch hè Kik toch die kaok toch, w'en wang We'n wang toch he, we'n wang toch hè Hollebolle Kaok van un wang CiT (18) 'Hèhè, wenne wend war!
wènaos, wèènaos windas
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt. wènd, wènde wind
Lechim - Ge dènkt : Zot aaltij wènter blèève/ meej zonne kaawe zuure wènd? (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Vurjaor) Lechim - ... ik gao dur weer èn wend/ want agge tèùs blèèft vur de sneuw/ dan zèède ginne vènt. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Ons Sjèfke zee: Tis vuls te glad paa)
Heur de wend 'ns waaien, jong, over huizen en heggen en tuinen, over de hooge boomenkruinen doet ie al uren lang oversprong. Heur 'm tuimelen over et laand, over d'ekkers van de boere! Heur 'm, heur 'm toch 'ns rumoeren rauw van taol, brutaol en 'straant! Heur 'm fluiten om ons huis, heur 'm om de boome waaie, heur 'm in de blaoier graaie, grabbelen onder stof en gruis! Waai en graai en raos mar raok, stroebel mar blaoier van de boome...... 'k lig mee open oogen te droomen, lekker vecht ik mee Klaoske Vaok. wèndaaj
wènddrêûg
samenstelling uit wind + druppel
wèndmeule windmolen
wèndsbraawe
wèndvaon
wèndvèèr afdichtingsplank aan de rand van dakpannen
wèndzèuger
wènke wenken
Schilderij (detail) - 'Winterpad met oude vrouw' - auteur onbekend wènter winter
schent waoterig een wenterzunneke, / een wenterwaoterzunneke / over witte waaie schent.
als onzijdig zelfstandig naamwoord
wèntere winteren
wèntergoed
wèntertèùn wintertuin
Wepke - Collectie Regionaal Archief Tilburg / Stadsmuseum wèpke schild met doodskop en attributen
morf. wijp -à wèèp à wèpke als tijd à tèèd à tèdje, e.d.
wèps wesp Ik heb aatij heure zegge dè 'n bij den honing uit de blomme holt en 'n weps ut vergif. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 2 februari 1945)
toponiem; Oude warande; stadsbos in Tilburg West


wèrd waard
Tis nie wérd dègger nor kèkt.
werèchteg, werèndig waarachtig, waarlijk ..."'t Is werendig waor! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 3; Nieuwe Tilburgsche Courant 15-10-1938)
wèrft, wèrf
werken Pierre van Beek - "Werken is zaolig, zeej de begijn en ze droegen mee z'n vieren 'nen boonstaok." We hebben hier te doen met een geestig sarcasme op iemand, die het air aanneemt van heel wat te werken, maar die in werkelijkheid niet veel uitvoert. (Tilburgse taalplastiek 6 Nieuwe Tilburgse Courant zaterdag 11 maart 1950) wèrkelôoshei zelfstandig naamwoord werkloosheid
wèrkendag werkdag K&- Dialectenquête 1887 Willems - 'werkendag'
wèrkmeens arbeider
wèrkplòts werkplaats
wèrktòffel
werkvolk
wèrmte warmte
waarom
wèrre in de war / in verwarring zijn of komen, warren CiT (30) 'De draoie zen dur bekaar gewèrd'
werschènlek waarschijnlijk
wèsdè?
wèsser
westminster
wèt, wè
Un potje zingen, veur ene appel, of wet snoep... (Tony Ansems, Drie koningen; van de cd Tilburgse Liekes American Style 2; 2009) wèthaawer wethouder
wètstêen
wètter
weuw, wuw, weuwke weduwe
wicht
wichje
widde wedden
wat
wèblief wat b(e)lieft u?
De Heuvelstraot spant de kroon terwijl de Kurvelscheweg en den Heuvel d'r bist doen om mekare niks toe te geven. Ik hè m'n eigen wijs laoten maoken, dè in de Heuvelstraot van die nuuw café aaf tot on den Heuvel toe precies nog tien tegels vaast zitten. De rest lee, as ge d'r op trapt te wiebelen as 'n keekwalk op de kermis. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 7; 30-11-1929) wiebelgat, wiebelkuntje zelfstandig naamwoord onstuimig temperament, niet stil kunnen zitten
wiebelstèrtje Pierre van Beek - kind dat niet stil kan zitten
wiebere
26 'wieberen = heen en weer schuiven; ook 'friemelen'
Dè ze zukke kost vur ons nie mokt is nog al wiebus, aanders zô ze mee hil d'r gekook gaauw d'r erten uit hebben... (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 9; 22-02-30) ...dè's nogal wiebus geleuf ik. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 1; 9-10-1929)
Dè ze zukke kost vur ons nie mokt is nog al wiebus, aanders zô ze mee hil d'r gekook gaauw d'r erten uit hebben... (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 9; 22-02-30) ...dè's nogal wiebus geleuf ik. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 1; 9-10-1929)
wiegestrôoj
wieje wieden
wieje - wiejde - gewiejd wieks
wiel wiel
wielewauw, wiewauw
wielewòtje [dit lemma dient nog geverifieerd te worden]
WILE (WIJLE) znw.m; WIJL o.m. Hetzelfde als WIEL(E), doch met andere vocaal uit lat. vêlum, l) hoofddoek, sluier, nonnensluier.
wiemele zowel in gebruik als 'wiebelen', onrustig bewegen, als 'wemelen' Zit nie zó te wiemele... En dan wiemelet [wemelt het] in de kraant van ingezonde stukke. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg , 6 april 1945)
wier(e) werd(en) Verleden tijd van 'wòrre' - worden
Der wier vusteveul gezoope. - Er werd veel te veel gedronken.
wierookvat Detail uit een schilderij van David Teniers - 17de eeuw meej et wierooksvat lof toe te zwaaie (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007) wies(e) verledentijdsvorm bij weten wist(en) ik wies gij wiest / wieste gij? hij, zij, et wies wij wiese gullie wiest / wieste gullie? hullie wiese
Tilburgs volkstype, bekend om haar bedelarij

wietele = wiebelen, onrustig zijn ...zoo'n ijzeren ledikantje, eenpersoons, waor de heel de naacht in ligt te wietele... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Oome Teun op collecte; feuilleton in 3 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 12-8-1939 26-8-1939) wietelèèr zelfstandig naamwoord onrustig iemand, wiebelaar, draajkónt', 'wietewaaj'
wietewaaj onrustig iemand, wiebelaar, 'draajkónt, 'wietelèèr' oriolus oriolus - Wikipedia wiewauw, wielewauw zelfstandig naamwoord vD. gele wiewouw - wielewaal
wiebelen et Vlonderken is mar smal en zwak, mar och, et is nie zo lang; et vlonderke wiggelt, maar haaw oe gemak,

wije wijden, inwijden met een zegening
...toen 't nuuw örgel ingeweje wier. (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Oome Teun als opvoeder; feuilleton in 6 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 2-3-1940 6-4-1940) Daor waren al jaoren over hene gegaon en Fraanske waar intusschen al priester gewejen en kapelaon geworren... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; n Staandbild in Baozel; feuilleton in 4 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 20-5-1939 17-6-1939) Henk, de cisterciënzer wier verheeve tot de dienst der altaren in bloemrijke kattelieke woorden, tot priester geweeje wòrren in gewoon Tilbörgs. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007) De pas priestergeweeje bruur van Lia, hullië Henk zo ons huwelijk inzeegene. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
wijer wijder, verder (comparatief van wèèd) wijwaoterpisser zelfstandig naamwoord wijwaterpisser
wijwaotersvat, -vòtje wijwatervaatje Pierre van Beek De verstokte Tilburgse vrijgezel Dusée, die we hier al eens eerder ten tonele voerden, moest de schijnheiligen ook niet. Hij gaf zijn oordeel op de volgende, wel heel karakteristieke en vooral ook plastische wijze: "'k Zie ze nie gère, die zô sloef-sloef, 's mèrgens de kerk binnensjokke en zô lang stil blijven staon om die....ie....iep... in 't wijwaotersvat te dôpen!"... (Tilburgse taalplastiek 8 Nieuwe Tilburgse Courant zaterdag 25 maart 1950)
wikke
wikt(e) weekt(e), maakt(e) zacht tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'wêeke', met vocaalkrimping wil zelfstandig naamwoord wil
wild wild
N. Daamen - handschrift 1916 - "wilde vairkes - pissebedden"
wilde weelde J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WILDE voor weelde, waarvoor men oudtijds 'welde' zeide, van 'wel' waarvoor men insgelijks 'wil' vindt. Welde = eigenlijk 'welvaart . Z.a. wille werkwoord, sterk willen; vaak met de betekenis 'zullen'
Samentrekking wimme - willen we
Wik alle toffels van vermenigvuldiging is opzegge tot tien toe? (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 23 maart 1945) Sametrekking wikkis - wil ik eens SJAREL. Wikkis eerluk zegge hoe ik er tegen aon kèk? (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 4 mei 1945)
gewilleg; hier: redelijk mooi, welwillend
Wilhelminakanaal
wimpel
flatus, scheet
winkelhaok winkelhaak, rechthoekige scheur
winne winnen, verdienen, opbrengst hebben van grond - Cees Robben - Ik beteul zelf munnen hof en win veul. (19850517)
uit Engels: whipcord
(Herinneringen aan zijn opleiding aan de Hogere Textielschool - 1 september 1950 tot en met juli 1954), http://www.cubra.nl/auteurs/henkvanrijswijk/textielschool.htm - J.T. Bonthond, Woordenboek voor de manufacturier (1947) Whipcord. Kamgaren dubbelweefsel voor o. a. regenjassen. De bovenkant van het weefsel is meestal geweven in een verstelde satijnbinding of steile keperbinding (63°). Naam is Engelsen en beteekent whip = zweep; cord = touw. - WNT - lemma Whipcord 1991 - zelfstandig naamwoord onz., g. mv. Ontleend aan gelijkbet. eng. whipcord. Ben. voor een geribd geweven stof met een steile, sterk gewelfde keper, meestal van kamgaren gemaakt en o.m. gebruikt voor uniformen, rijbroeken en regen- of rouwkleeding. Tot de stoffen, die voornamelijk in het zwart voor aanneems- en rouwkleeding gemaakt worden, behooren krip, whipcord, cachemir, serge, diagonaalcoating, wollen rips ook corduroy genoemd en wollen popeline, V. WESSEM, Kostuumn. 11 [1908]. wipperd
wir weer, alweer, opnieuw
wirbòrsel
wirgaoj weerga, drommel, bliksem
wirke
wirlicht weerlicht, wederlicht

wiste wezen
J. H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen(1836) - WEESTEN, voor 'geweest', Hebt gij uit weesten wandelen? In Friesland 'weest' voor geweest; in Plat-Duitsch 'west'.
wit tegenwoordige tijd van weete weet - Cees Robben - En vur dè ge t wit... is ie [de dag] tèine (19561222) - Cees Robben - Wie-wit-waor... (19571123) wit bijvoeglijk naamwoord intiem, vriendschappelijk Wèst wir wit tusse höllie. - Wat kunnen ze weer goed met elkaar overweg. gez.Pierre van Beek - Tis wit tòt et stiltje toe. - Ze kunnen het zeer goed met elkaar vinden. (Tilburgse Taalplastiek 131) Pierre van Beek - Meej die twee is et wit tòt et puntje toe; zó wit as póppestrónt
► _weete" href="#weete">Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - WIT - wit, bijvoeglijk naamwoord : zoo - als nen doek; hij is wit met (bevriend)
witkèts witharige persoon
bahuvrihi (possessief-compositum) witkòp
Foto: WTT witte weet je - 2e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'weete', met vocaalkrimping en samensmelting met enclit. pronomen
witheid, vriendschap Ze laag goed in de kaast bij ons mèskes, men zusjes en men bruurs kosse ok goed meej der opschiete, dè zo nie lang mir duure, die wittighèd. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007) wo, won verleden tijden van 'wille' wou(den), wilde(n) Verl. tijd van 'wille', sterke vervoeging
Bosch wossebegosse (ik wossebegosse) CiT (69) 'Kwòtjoebeet' - ik zou willen dat hij jou beet wòchte wachten
M waachte
woekerij woeker
woele tussenw.
woensdag woensdag
wogget wilde het (uitsl. na gij/ge, gullie) Ge wógget irst himmól nie . Hij wógget bekaant nie gelêûve.
wòkte waakt(e)
wol wol; ook het meervoud 'wolle' is gehoord:
wolle flenèl - Henk van Rijswijk - Wollen flanel: luxe wollen kamgaren stof met een kort door licht ruwen en licht vollen verkregen viltdek. Geweven in plat- of gelijkzijdige keperbinding geweven. De stof is kwetsbaar. Het verdient aanbeveling om een flanel kostuum na een dag dragen enkele dagen vrij te laten hangen. Afhankelijk van het dessin ook wel krijtstreep genoemd. (Herinneringen aan zijn opleiding aan de Hogere Textielschool - 1 september 1950 tot en met juli 1954), wolle stòf
Wòllek Waalwijk
wij, wijlieden
In de gedrukte bronnen overheerst wont, wonde woont
wôog
woojke
woone wonen Dè daor nòg meense woone! - Dat daar nog mensen wonen!
wòr, waor
Bosch wor - nietwaar (ook: war) wòraaf waaraf, waarvandaan
wòraon, wòròn waaraan en waaraf; hoe of wat; hoe het precies zit - Cees Robben - Zeg naa gaa worraon of worraaf... (19670603) wòrdewil zelfstandig naamwoord losbandige, onstuimige (?) Pierre van Beek - wòddewil (wòrdewil?) - iemand die niet weet wat hij wil
wörge wurgen, worgen wörge - wörgde - gewörgd
wörm worm De wörm zit erin - (het fruit) is door wormen aangetast
al hai nog nôot en pierwörmke/ òn enen haok gedaon. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Onder waoter...)
wörmsteek aantasting door wormen; maajsteek, verwörmd
wörom waarom Wöróm hòddet nie tèènemekaare gezeej? - Waarom had je het niet meteen gezegd?
wòròn, wòraon waaraan
wörpspoel worpspoel
wòrre worden
zelfstandig naamwoord waarheid
CM wòrrend
Ak oe naa de volle worrent mot zegge... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) worrend is 'n gevaorlijk iets! (...) want de worrend maokt iedereen kwaod! (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, De Worrend, 1941)
wòrschouwe waarschuwen
Hij zal oe nog veul liever tien keer worschouwen dan oe eene keer opschrijve. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 4; 2-11-1929)
Ze han me gewaorschouwd, hij kan hillemaol nie teege zen verlies (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
worstje
Schilderij van Frans van Mieris de jongere: 'Het aanbod van de vrijer' (1762) wòrst worst Tekening: - Cees Robben - uit 3 jaar voetbal concentratie van A.P.M. van de Ven jr., 1946 Ik hè verleje week wir de toer mee den möllukwaogen gehad en ik kan oe vertellen dè 't 's mergens om half zeuven nie meevalt. Eenen mèrgen hè'k 't getroffen: 'n Zaoterdag. Toen was 't weer as worst mar nie zô vet, glèk wij dè zeggen. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 7; 30-11-1929)
As ge vur un bepaold fist, goei weer moest hebben, koste dè krèège as ge hullie, die nonnen, enne worst beloofde. Die wier die nonnen nie beloofd mar de Heilige Clara, aon wie de nonnen de naom clarissen te danken han. Wè moes enne heilige naa meej enne worst doen. Ze zeeje der nie bij wè vur worst et dan moes zèèn, want daor zèn me toch veul sôorte worst hèk bij de slager wel ens gezien. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
wòrstebrôod, wòrstebrôojke Tilburgsche Courant 25-2-1906
Lechim - 'k Zaat in 'n kaffetaaria/ List op ons Sjaan te wochte/ En zaag 'n vrouw en unne meens/ Die worstebrooikes kochte. (ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: 'Gelèk hasse') Willy van Rooy - En veur 't geld aon drukwerk besteed kosse ze al veul worstebrooikes en segaren kopen. (uit: 'Veur 'n goei doel', in Schôôn en lilluk, 1983)
Ed Schilders - Mar dan. Nao de naachtmis. Dan begon et fist. Dan hamme wòrstebrôojkes. (Wè zeetie?; Website Brabants Dagblad Tilburg Plus; 2009)
Jan Naaijkens - Ons moeder ha honderd worstebrooikes gebakke en binne 't ketier ware ze kuis op. (Dè's Biks, 1992)
Advertentie, 1922 De schrijver Nescio noteerde een bezoek aan Ze Zijn Er in zijn 'Natuurdagboek': 26 April [1954] Maandag. Met Zus met den trein van ± 1/2 10 naar Tilburg. Eerst op het terras van de stationsrestauratie kopjes koffie gedronken om op de bus naar Hilverbeek [sic] te wachten (eerst even de stationsstraat op en neer gezanikt, om amandelbroodjes en tabak...) (Verzameld werk deel 2 Natuurdagboek 1946-1955 - Bezorgd door Lieneke Frerichs 1996) Ze Zijn Er - Het pand is tegenwoordig een belwinkel; de naam op de eerste verdieping wordt in stand gehouden. (Foto WTT) Charlotte Mutsaers - Mijn vader kwam uit Tilburg en daar aten ze die [worstenbroodjes] rond Nieuwjaar (evenals de Nieuwjaarskoeken). Zijn leven lang heeft hij in die tijd een doos vol worstenbroden uit Tilburg laten komen ('ze zijn er' heetten die van Marijnen). (Facebook, januari 2013) wòrtel, wòrteltje zelfstandig naamwoord wortel
wortelzaad


wòrtpomp
wörvel wervel, draaibaar houtje als sluitmiddel
wòsseg, waozeg mistig
wòssem wasem, mist
Ik zie nòg hoe ons moeder smaondags/ stond te zwêete òn de tèèl/ toe de rand toe vol meej sip-sop/ meej de wossem in der kèèl... (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: ÒN DE WAAS) Lechim - Gedicht van de week uit de Tilburgse Koerier (1957-1982
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt. wòsseme wasemen wòsseme wòssemde - gewòssemd
wot wilde, verleden tijd 2e persoon van wille
wou persoonsvorm wou, wilde verleden tijd van 'wille', naast 'wò ik/hij wou(w), gij wout, wij wouwe wous gek
Bosch waus scheldwoord: gek wout politieagent (van Got. waldan)
woutekiet
Bosch woutekiet - politiebureau
politiewagen
wouwer vijver, visvijver
Mnl Wdb WOUWER, WUWER, vijver, vischvijver, oude ontleening aan lat. 'vivarium'. Reeds bij Kiliaan en Plantijn. K. Heeroma - Brabants uit de 18e eeuw (woordenlijsten Verster,1968) - WOUWER: Ik weet niet dat dit woord voor Vijver gebruikt word, maar er zijn nog velden die Wouwers heten, omdat daar voorheen vijvers geweest zijn.
wreef
eerste persoon meervoud: wij wij; wijlieden Vergelijk 'gullie' = gijlieden; 'ullie' = 'u-lieden' O, dè doen wuilie noot nie baos. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) Daor waor wuili wonden was t nie onplesaant... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) Naa zèn die Bossenaerkes wel in bietje lawaaieriger as wuilie en ze praoten wè grutsiger... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
verkleinwoord van wolk - wolkje Laot me stijgen, laot me vliegen wuuje woeden (?)
wuule woelen
korte uu
wuunder
MNW - WENDER (II) - Woordsoort: znw(m.) Varianten: winder Modern lemma: wender. Mannelijke eend, woerd. Kil. wender, winder j. endtrick, anas mas. Vgl. Moortje, 664 en Antw. Idiot. 1433: wendel, wender; Schuermans, 855: wender, wenderik, waard, woerd; Hoeufft, 688: winter. wuust
wuw, wuwke, weuw weduwe