w erkwoord, zwak. d rinken (door dieren).
b ijwoord
sodemieter, achterwerk
des anderen dags, de volgende dag de eerste s is dus eigenlijk hetzelfde als bijvoorbeeld de 's in 's maandags, 's avonds, 's zomers




des anderen dags, de volgende dag de eerste s is dus eigenlijk hetzelfde als bijvoorbeeld de 's in 's maandags, 's avonds, 's zomers




na de middag mogelijk is de eerste s dezelfde verkorting van 'des' zoals in saanderendags (hierboven), samengetrokken met 'na de middag'.
kletspraat
kletsen, zwammen
kletser, wauwelaar
Foto: CuBra 2019
SAUWELAAR - een praatvaar, die veel praat zonder iets te zeggen.
samentrekking van saawele en de vrouwennaam Jans

kletspraat
saus
sabbelen, kluivend zuigen
chagrijn uit Frans: chagrin, verdriet
de uitspraak is niet helder. Het eerste lid is een verbastering van het Franse 'sacré', geheiligd, heilig; mogelijk is het tweede lid gebaseerd op de naam Daniël, de schrijver van het gelijknamige boek in het Oude Testament. Ook in het Frans heeft 'sacré' in de volkstaal de betekenis van 'vervloekt', 'maudit'.
bastaardvloek, fantasievloek
waarschijnlijk een samentrekking uit het Franse 'sacré', geheiligd, heilig, met 'doome' in plaats van het religeuze 'dominus', Heer. Ook in het Frans heeft 'sacré' in de volkstaal de betekenis van 'vervloekt', 'maudit'.
bastaardvloek
sacrament; figuurlijk: achterwerk, kont
verkorting van krachttermen en bastaardvloeken waarvan het eerste lif 'sakker' is, uit het Franse sacré. Ook in het Frans heeft 'sacré' in de volkstaal de betekenis van 'vervloekt', 'maudit'.
automatische fijnspinmachine; selfactor, van Engels 'self acting' - Cees Robben - Op t sôôrtemènt gemaolen/ gaot ie [de wol] naor de sallafak... (19560630)


Nieuwe Tilburgsche Courant 19-1-1929
automatische fijnspinmachine; selfactor, van Engels 'self acting' - Cees Robben - Op t sôôrtemènt gemaolen/ gaot ie [de wol] naor de sallafak... (19560630)


Nieuwe Tilburgsche Courant 19-1-1929
1. salamander (diersoort)

Herinneringen
links: salamander - rechts: hazelworm - bron: Wikipedia 2. type kachel


uitroep gegroet! (afscheidsgroet)




























uitroep gegroet! (afscheidsgroet)




























uitroep gegroet! (afscheidsgroet)




























uitroep gegroet! (afscheidsgroet)




























salmiak(poeder) snoepgoed
santenkraam, de hele verzameling van santen = heiligen; vandaar figuurlijk: met alles erop en eraan
citroenen
'saoke' is de verkorting van 'verzaken', met name tijdens het kaartspel als een speler zich niet aan de regel houdt dat 'bekennen' verplicht is, dat wil zeggen dat spelers, indien zij dezelfde 'kleur' onder hun kaarten hebben als die welke als eerste kaart wordt uitgespeeld, die kleur moeten bijspelen.
verzaken
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
samen
samen
op zaterdag
s avonds
salie (Salvia)

motorfiets van het Belgische merk Saroléa

plassen, wateren
satijn
ontleend aan Frans satinet
sausduimen, vingers, 'poten'
sauskom(metje)
schillen

afbikken
ploegen
schenken
mooier, schoner
mooist (e)
schoorsteen
schoorsteenveger
Schoorsteenveger - 19de eeuw Schilderij van Aurelio Zingi -19de eeuw - Lunchtijd! Ets van H. Bary - 17e eeuw Sticker van een Tilburgse carnavalsvereniging op een stoplicht voor voetgangers. De drie torens van het stadswapen zijn vervangen door fabrieks-schoorstenen. Foto CuBra 2019.
scheiding
scheiden
in onzekerheid verkeren
beslissen
scheiden - echtscheiding
scheiden van partners
scheiden van geslachten Op de grôte school waren de jongens en de mèskes geschaaje (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006) verschil maken
grenssteen; van scheiden en kei; steen waarmee de begrenzing van grond werd aangegeven - Cees Robben - Dès menne schaaikaai... (19570119)

schampen
schande
'k Zie oe toorens aon den ender: zo'n schoon monumente zijn d'r nergens zóveul as in 't laand, dè nog "donker" hiet! - 't is schaand ! (Piet Heerkens; uit: Dn örgel, Brabant, 1938)
schans

schutting
toponiem De Schans (Tilburg Noord, De Heikant)
schansmuur, scheidingsmuur, schutting
kerf of breuk in het scherp van een mes
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
schouw, schoorsteen de huiselijke haard

schoorsteen
schoorsteenmantel
rookkanaal in n een smederij
fabrieksschoorsteen
samenstellingen
► 6 citaten over schaawDe schaaw van de Tongerlose Hoef in Tilburg, circa 1900. Achter de stookplaats is de schaawplaot te zien; de waterketel hangt met een haol aan de schaawbalk.
schuw
schouder ; schouwheer
scapulier, schapulier
als schouderkleed
als medaillon
Schilderij van Ferdinand Georg Waldmueller - Voedselverstrekking door kloosterlingen. 1859
uitdrukking op andermans kosten, klaplopen


Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
verwaarloosd of lelijk huis; ook toegepast op andere voorwerpen en op mensen

Brief van A.C. Hoogendoorn aan Pierre van Beek - 1965 - Bron: archief erven Pierre van Beek
Van hierè ù t op weg nor den Efteling Komde langs dè schabbernak. Dè draaiend hèüs van Körmeling. Nao ènnigte weeke waare de Tilbörgers Daor al hillemol op ötgekeeke. (Spoeje doemmeniemer; 2009)
schacht van een weefgetouw

schandaal
schaaf
1. schade
2.schaduw
schaden
schaken
schaal; harde huid van een noot, ook bast, baast, schölp of bolster genoemd
schamen
Ill: Rolf Janssen
schaap
...et valt vur Zwartkruis [trainer Nederlands elftal] ok nie mee/ en schaop te leere daanse. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: We wòchte mar aaf)
schaapjes in de betekenis van gelovigen van een pastoor of parochie - Cees Robben - t Was unne goeie herder [pastoor], hij schèèrde zn schaope (...) mar hij vilde ze nie (19850614)
lokroep e.d.
schaap
...et valt vur Zwartkruis [trainer Nederlands elftal] ok nie mee/ en schaop te leere daanse. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: We wòchte mar aaf)
schaapjes in de betekenis van gelovigen van een pastoor of parochie - Cees Robben - t Was unne goeie herder [pastoor], hij schèèrde zn schaope (...) mar hij vilde ze nie (19850614)
lokroep e.d.


zelfstandig naamwoord scheermes
schaven
verbasterde vorm van schrappen in de betekenis schrapen; in de uitdrukking iemand de tong schrapen - Cees Robben - Mar ik docht kom mar is over de brug, ge zult mèèn tungske nie schappen.. (19650402)
schar, Limanda limanda, vis uit de familie van schollen (Pleuronectidae), orde van platvissen (Pleuronectiformes).
betiteling van een lang, mager mens
schar, Limanda limanda, vis uit de familie van schollen (Pleuronectidae), orde van platvissen (Pleuronectiformes).
schijven; hier foguurlijk: geld
schede; vrouwelijk geslachtsdeel
scheef
Sticker van een carnavalsvereniging. Tilburg maart 2019. Foto CuBra.
schijf, plak
samenstellingen
scheef aflopend

1. deksel
2 . het deksel van een kachel waarop gekookt wordt, soms bestaande uit meerdere ringen, zodat de opening kan worden aangepast aan de pan
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
et scheel, het scheelkijken; in het bijzonder in de uitdrukking et schèèl afdrinken; bij de geboorte van een kind een borrel nemen - Cees Robben - t kekt wel schèèl.. (...) mar 'k gao dr toch op klinken, (...) om t schèèl dr af te drinken... (19600422)
scheef, scheel
scheldwoord, bijvoeglijk gebruik
Sticker van de Tilburgse carnavalsvereniging D'n Schëèldrinkers. In de meervoudsvorm dient 'd'n' eigenlijk 'de' te zijn. Foto CuBra 2020.

schemel, voetplank van een weefgetouw
schèèmsel schemer
Pierre van Beek typoscript Archief Pierre van Beek
scheen, schold scheen zelfstandig naamwoord scheenbeen

schèène - scheen - gescheene in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij schènt 1. schelden Eigenlijk 'schenden'
2. schijnen (licht uitstralen)
schijnheilig(e), hypocriet
schepen, inschepen, in de betekenis van in het huwelijk treden; vergelijk: huwelijksbootje
in Tilburg in gebruik voor de invoering v. h. Ned. Metriek Stelsel, 1820) zie: Verhoeff
schaapherder
schaar, scharen, schaartje knipschaar
schrapen, bij elkaar zien te krijgen
werkwoord, sterk
Tekening van Louis Leopold Boilly, 19de eeuw scheren (van beharing)
figuurlijk
schaarachtig, schraperig, inhalig, hebberig
scharenslijper Hinkelepink, de scheresliep, kruide z'n kreugeltje, pieperdepiep, en z'n lange strooien haoren woeien al wuuster deur mekaoren en ie zong mar "scheresliep! scheresliep! scheresliep!" (Piet Heerkens; uit: De Mus, Hinkelepink, 1939) Scheeresliep! Missen en scheeresliep! Heurde nie hoe mijn kreugeltje piept (Piet Heerkens; uit: Dn örgel, Scheeresliep, 1938)




Scharenslijper - houtgravure, 19de eeuw
scharenslijper Hinkelepink, de scheresliep, kruide z'n kreugeltje, pieperdepiep, en z'n lange strooien haoren woeien al wuuster deur mekaoren en ie zong mar "scheresliep! scheresliep! scheresliep!" (Piet Heerkens; uit: De Mus, Hinkelepink, 1939) Scheeresliep! Missen en scheeresliep! Heurde nie hoe mijn kreugeltje piept (Piet Heerkens; uit: Dn örgel, Scheeresliep, 1938)




Scharenslijper - houtgravure, 19de eeuw
nakomertje; jongste kind dat in leeftijd nogal met het voorlaatste verschilt

koekje van het laatste deeg
scherp het scherp
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord
scherp zand?
scheerraam, grote haspel voor ketting
scheerklos
ook: pèèpe, schèèrklòsse, schèrklòsse (of: schir- ?) of krèùsklòsse genoemd
ergens (het) schijt aan hebben
diarree
schijt
scheet, verleden tijd van 'schèète'
scheet

Oome Karel Moeders jongste bruur ôme Karel, was ene grapjas irste klas. Hij hield iederêen voor ´t lèpke èn dè zaagde laoter pas. ôme Karel was bediende in ´n grôote slaagerij. Nao de school kwaame we altij aon dè winkelpaand vurbij. Hij vroeg dan èen van m'n vriende "As je aon mene vinger trèkt heurde ´t in Keulen dondere ´t is ´n pracht geluidsèffèct." As m´ne vriend dan ha getrokke liet m´n ôom ´n harde scheet. As dan iedereen moes laage mòkte dè de grap compleet.
Heeter in Tilburg Wèst enen boer ´n flinke scheet gelaote dan is dè wir ´n reeje om oover de I.F.F. te praote. Der wordt hier hil wè afgeluld èn de I.F.F. die krèègt de schuld. [IFF = producent van geurstoffen in Tilburg Noord, berucht om zijn luchtverontreiniging]
Uitdrukkingen
Aanvullende bronnen
Handgekleurde gravure - 16e eeuw
schijten

Uitdrukkingen
Omgeving Tilburg
Tilburg - betekenissen voor 'schèète'
schijtekster, schijtlerd, bange schijterd
schijterd, bangerik, bange schèèterd
paard
vogel
schijterd, bangerik, bange schèèterd
paard
vogel
schijthuis, plee, W.C.; figuurlijk: bangerik
tuinboon die in sterke mate de ontlasting bevordert, gatverschuiver, blazer


schijf, plak
samenstellingen
schijf, plak
samenstellingen
schijfje, plakje
verkleinwoord van 'schèèf', met vocaalkrimping
1. schel (bel)
1.1 schel, figuurlijk
2. schil
3. onderdeel van fornuis of potachel
peultjes
opslagplaats; diverse vormen hooizolder
vrijstaande, open schuur
Detail uit een schilderij van Nicolaes Maes - 17de eeuw.
schillen
schilmes(je)
schijnbaar, naar het schijnt
scheppen, oreeren
schaartje
kinderspel; uitvoering niet bekend
scheerraam, grote haspel voor ketting
schijt ! In gebiedende wijs Informant Toine Raaimakers - Schèt tòch gaaw! - Verrek voor mijn part!
Als vervoeging van 'schèète'
Foto: Regionaal Archief Tilburg Traditioneel Tilburgs Liedje - (Over het uithangbord van Hotel De Gouden Zwaan): bij Hegeman op den Heuvel daor stao' 'n gouwen zwaon en ze fret nie' en ze schet nie' en ze blèft daor euwig staon en ze fret nie' en ze schet nie' en ze blèft daor euwig staon
lade

grote hoeveelheid
onbetrouwbaar persoon
andere betekenissen
samenstelling met schèùf...

w erkwoord, sterk schuilen
vocaal krimping in tegenwoordige tijd gij/hij schölt
schuim
schuimen; schooien
schuin, minder netjes
afstandsmaat van schot; meestal als achtervoegsel - Cees Robben - Van t Krèèvent naor t Kedent is mar unne bolscheut... zisse... (19850504) - Cees Robben - t Is toch mar unne bolscheut wîjd... (19550716) - Cees Robben - Tiest Vermeeren naamp unne raomscheut... (19560428) van vloeistof verkleinde vorm = schutje - Cees Robben - Wilde n schutje... [koffiemelk] Gif mar unne scheut... Ik ben nog aaltij goed rôôms... (19691017) - Cees Robben - Unne scheut of n schutje... Jè-mar-dè schilt unne kwak... (19730803)
in figuurlijke zin gebruikt voor gevorderde zwangerschap In de uitdrukking 'op scheut zijn'. Gebaseerd op schieten in de zin van vrucht dragen: zwanger zijn - Cees Robben - Elizabeth de nicht van Maria was reeds in haar zesde maand... Wat betekent dat (...) Desse al n vergimmes end op scheut was..! (19850628) - Cees Robben - Aon de tel? Dè wel.. Al zis maond op scheut.. En ik heb nog niks aon de luurkörf gedaon.. (19861017)
andere betekenissen
schuit, schuitje
ovenpaal
schuiven
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
schim, waas

een onrustig beeld vertonen
Pierre van Beek typoscript Archief Pierre van Beek
schemer

een onrustig beeld vertonen
schoensmeer, schoenpoets
In Gron. + Overijs. 7) Niet zwaar, doch ook niet mager, rank, slank. Vooral van een koe (Opgegeven voor de Veluwe en Drenthe (18e eeuw) en Kampen
schieten; zeer uiteenlopende betekenissen schiete - schôot - geschoote 1. begrijpen; iets geschoten hebben
2. schieten met een wapen
3. aanduiding, ook figuurlijk, voor een verandering van plaats
4. inslaan van een weefspoel
5. overlijden; het laten schieten
6. vloeken en kiemen
7. graven
schieteendje

samenstelling uit schiet + kin
Detail uit de overlijdensadvertentie van Tilburger Piet Dingemans, Brabants Dagblad 1 augustus 2020.
verschillen, mankeren meestal in onpersoonlijk gebruik: het scheelt, het scheelde oude verleden tijd: schol of schouwe

Oudere vervoeging
schelen, verschillen
...et schouw mar weinig of 'n stuk of drie lejen ha'n mekare in de haoren gezeten! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; feuilleton Bad Baozel, 8 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 31-12-1938 18-2-1939)
schuw persoon
klankverandering in 'scheepsvolk'
schijt van koeien
figuurlijk
uitdrukking op andermans kosten, klaplopen


Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
uitdrukking 'op de schobberdebonk' klaplopem
verbastering van schrobben
schoffelen
kromme rug, bult
verleden tijd van 'schille'; ook: schaaw
Rhaphanus sativus niger
rammenas (Rhaphanus sativus niger) - soort radijs

te voet gaan
schoen , schoentje


in het meervoud vaak schoen in plaats van schoene - Cees Robben - Lig nie over oew schoen te maauwen... (19660415)
schop, spade David Teniers - 17de eeuw
stelen, spitten, flikken, versieren


onweersbui, wervelwind lange oe


verwant met du. 'Schauer' en eng. 'shower'
laatje; schuifje uitdr. et schöfke krèège - als biechteling geen absolutie ontvangen kan (de priester sluit dan het luikje)
rust-, resp. etenstijd onder het werk
Pierre van Beek - schóf - schafttijd
DAN- Dialectenquête 1887 Willems - nò de schòft spanne me et pèèrt vur de nuuw kèèr M TW 'schoft' (met ó!)
WNT: Schoft III 3) Zoodanig deel van een werkdag, dat niet door een rustpoos wordt onderbroken. 6) Door verwisseling met schaft: tijd gedurende het werk van arbeiders ten behoeve van een maaltijd wordt onderbroken.
schaften
schokken van plezier "Die is goed!" schokkerde'n-ie, "die is prima! Daor vatten we d'r eene op!"... (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 8; 31-12-29)
schaakt(e) tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'schaoke', met vocaalkrimping
PM met de heupen wiegende vrouw WTT - 'wammes' is waarschijnlijk een verbastering van 'vrammes', vrouwmens
Stadsnieuws - As dè schòkwammes gao walse is de daansvloer te klèèn (171208)
schort
Variant: winkeltje haawe onder dere vurschot (Nicolaas Daamen (Handschrift Tilburgs) - 1916 - )
schelp, hol voorstuk van een klomp Onze vadder heej wè èèzerdraoikes over schölpen gemokt, as die der wir ens vur de zoveulste keer af lagen. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
scholk
schelp, schulp, bovenkant van de klomp harde huid van een noot, ook schaol, bast, baast of bòlster genoemd
schaal; harde huid van een noot, ook bast, baast, schölp of bolster genoemd
schaaltje dim. van 'schaol', met vocaalkrimping
de school verzuimen, spijbelen Flaneur (pseudoniem van Antoon Arts) - Intusschen, ééns had de rakker - m'n oudste - schoolgemat", en den heelen middag was hij niet thuis gekomen. (Uit: Zonder opschrift; Nieuwe Tilburgsche Courant zaterdag 16 april 1904)
Stadsnieuws - Kènder die dikkels scholtjematte, schuppen et nie wèèd. (140606) OT 66:235 'schoolverzuim': diverse uitdrukkingen
persoonsvorm schaamt, schaamde tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'schaome', met vocaalkrimping
persoonsvorm schuimt, schuimde tegenwoordige tijd, verleden tijd van 'schèùme', met vocaalkrimping
licht gekleurd snoepje van schuim, licht suikerkoekje, gebakje van schuim; schömke trèkke - bepaald hoestdrankje trekken van laurierdrop

schoonmaak (de grote - )


Piet van Beers Òn de schomaok: ."Ons Toos is òn de schomaok toe/ hilt hèùs stao ooverhôop. (Spoeje doemmeniemer; 2009) Stadsnieuws - Meej de schomaok wier et hèùs van boove toe beneeje gekèèrd (260409) = Met de schoonmaak werd het huis van boven tot beneden op zijn kop gezet.
schoonmaken
schomaoke - mòkte schôon - schongemòkt met vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij mòkt schôon
Kil schoon maken - decorare, ornare, adornare, honestare
schoonmoeder
schuimspaan
persoonsvorm schaamt, schaamde tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'schaome', met vocaalkrimping
schaamte
persoonsvorm schuimt, schuimde tegenwoordige tijd, verleden tijd van 'schèùme', met vocaalkrimping
bijvoeglijk naamwoord stellende trap: schôon mooi, schoon
bijvoeglijk naamwoord vergotende trap: schonder mooier, schoonder
mooist, schoonst
zelfstandig naamwoord
uitdrukkingen
schoonmaak (de grote - )


Piet van Beers Òn de schomaok: ."Ons Toos is òn de schomaok toe/ hilt hèùs stao ooverhôop. (Spoeje doemmeniemer; 2009) Stadsnieuws - Meej de schomaok wier et hèùs van boove toe beneeje gekèèrd (260409) = Met de schoonmaak werd het huis van boven tot beneden op zijn kop gezet.
schoonmaken
schomaoke - mòkte schôon - schongemòkt met vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij mòkt schôon
Kil schoon maken - decorare, ornare, adornare, honestare
schoonmoeder
schuins; schuin
bijvoeglijk naamwoord stellende trap: schôon mooi, schoon
bijvoeglijk naamwoord vergotende trap: schonder mooier, schoonder
mooist, schoonst
zelfstandig naamwoord
uitdrukkingen
iemand van onzekere levenswandel, schuinsmarcheerder
bijvoeglijk naamwoord stellende trap: schôon mooi, schoon
bijvoeglijk naamwoord vergotende trap: schonder mooier, schoonder
mooist, schoonst
zelfstandig naamwoord
uitdrukkingen
schoonzoon
voorbij in de uitdrukking: niks schoof laote gaon - overal van proberen te profiteren
schoof verleden tijd van 'schèùve'
schooien
school ook uitgesproken als 'schoow'
school, schuilde verleden tijd van schèùle
bijvoeglijk naamwoord stellende trap: schôon mooi, schoon
bijvoeglijk naamwoord vergotende trap: schonder mooier, schoonder
mooist, schoonst
zelfstandig naamwoord
uitdrukkingen
bijvoeglijk naamwoord stellende trap: schôon mooi, schoon
bijvoeglijk naamwoord vergotende trap: schonder mooier, schoonder
mooist, schoonst
zelfstandig naamwoord
uitdrukkingen
half-open zolder
samenstellingen
andere betekenissen
persoonsvorm, verleden tijd van schiete schoot
schotel, schaal
vaatdoek
berghok, schuurtje
schaap
...et valt vur Zwartkruis [trainer Nederlands elftal] ok nie mee/ en schaop te leere daanse. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: We wòchte mar aaf)
schaapjes in de betekenis van gelovigen van een pastoor of parochie - Cees Robben - t Was unne goeie herder [pastoor], hij schèèrde zn schaope (...) mar hij vilde ze nie (19850614)
lokroep e.d.
schaapje
dim. van 'schaop', met vocaalkrimping
schaap
...et valt vur Zwartkruis [trainer Nederlands elftal] ok nie mee/ en schaop te leere daanse. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: We wòchte mar aaf)
schaapjes in de betekenis van gelovigen van een pastoor of parochie - Cees Robben - t Was unne goeie herder [pastoor], hij schèèrde zn schaope (...) mar hij vilde ze nie (19850614)
lokroep e.d.
schurft
schurftig; schofterig
half-open zolder
samenstellingen
andere betekenissen
zoldertje in een schuurtje (schòp) Dim. van SCHÔOR
schoot
nieuw uitgelopen twijgje, en veel uiteenlopende betekenissen
schuit, schuitje
klein schot (beschot, afsluiting) nieuw uitgelopen twijgje, schuitje (kleine boot)
schaats

schaatsen, schaatsenrijden


Kleine vuutjes schaotse zuutjes schotse nulle scheeve krulle
Op glad èès «Paa, wörom gaode gij nôot mee as ik nòr de èèsbaon gao, of kunde gij nie schòtse paa?» Paa zeej netuurluk : «Jao» «Geleuf mar dè ik schòtse kan al ist wèl lang geleeje, och bruur, wè hèk in mènne tèd ene schèève schòts gereeje» «Schòtse, van dêen nòr daander toe, kweet niemer waort begien is. Mar wèk aaltij onthaawe zal : Bijs moeder laag de fienish» «Toen hèk men schòtse mar verkòcht, dèst nôodlot van et lèève want ge kunt as ene getrouwde meens tóch nie ònt schòtse blèève» zelfstandig gebruik het schaatsen
Casper Luyken - 1696 Sticker van een carnavalsvereniging. Tilburg maart 2019. Foto CuBra. waterwants; schaatsenrijder; Gerris lacustris
waterwants



w erkwoord, persoonsvorm; verleden tijd van 'schille' verschilde, mankeerde
schuw
schelen, verschillen
...et schouw mar weinig of 'n stuk of drie lejen ha'n mekare in de haoren gezeten! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; feuilleton Bad Baozel, 8 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 31-12-1938 18-2-1939)
schuw persoon
veel en gretig eten, schransen
schrabben
schraag, losse tafel v. onbewerkte planken, op losse poten
schraal, schraler, schraalst uiteenlopende betekenissen
waarschijnlijk van 'schrammen', dat wil zeggen: beschadigen, te kort doen ...hij aaide niemand en schraomde niemand... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 25-2-1939 18-4-1939)
schrapen, afkrabben
Assie ötgebloeid waar, de vette kuus, pakte de slachter zenne schraper en begos ie de haor van et vèèrke te schraope. Hij schrapte daor, waor onze vadder al vurgewèèkt ha, deur telkens un gedilte van dè vèèrkenslèèf meej dè kokend waoter te begieten. As ie hillemol schôon geschrapt waar, wier ie meej zen twee aachterpôote aon de bovenste sport van de leer vaastgebonden en in zen gehéél op de leer geleed. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
schrapen, inhalig zijn
streep, lijn, wegmarkering
schrapen
schreef verleden tijd van schrèève
mager, schraal, dun
mager, schraal, dun
schrèève - schreef - geschreeve
schrijven
Uitdrukkingen
geelgors
schrijver - schrèèverke = watertor = gyrinus natator
1. kever, watertor
3. schaatsenrijder
schreien, huilen, schreeuwen In tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij schruwt
Kernkamp - Bezorging Dialectenquête 1879 - wè stoa de doar zoo te schreuwe? - wat staat gij daar zoo te scheien?
een van de bidders bij sterfgevallen
We wiesse dan gelèèk ôok òf et en rèèk lèèk waar, want dan liep er midden oover de kaaje zonne schreuwer meej ene witten doek vur zen snèùt. (G. Steijns; Grôot Dikteej van de Tilburgse Taol 2002)
die ötgesprooke Tilbörgs platte taol,/ die soms zo schreuwereg klinkt, meej veul kebaol... (Henriëtte Vunderink, Tilbörgs tòltje, uit: Tis de moejte wèrd; 2011)
schrapen, afkrabben
Assie ötgebloeid waar, de vette kuus, pakte de slachter zenne schraper en begos ie de haor van et vèèrke te schraope. Hij schrapte daor, waor onze vadder al vurgewèèkt ha, deur telkens un gedilte van dè vèèrkenslèèf meej dè kokend waoter te begieten. As ie hillemol schôon geschrapt waar, wier ie meej zen twee aachterpôote aon de bovenste sport van de leer vaastgebonden en in zen gehéél op de leer geleed. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
schrapen, inhalig zijn
schrikken
ook: 'verschrikken', 'verschieten'
verschrikkelijk Piet Heerkens - Och, kos ik eiges mar gaon, want gij,/ ge bent zoo'nen dommen Hannes,/ zo schrikkelijk dom, zooas er hier/ in Baokel geenen eene man is! (uit: Hannes Kaokel, van baokel, in: Vertesselkes, 1941) bijvoeglijk naamwoord Jan Jaansen - Oome Teun liep hals over kop naor den Heikant om 't schrikkelijk nuuws te vertellen... (uit: De nuuwe dokter, Vertelselke uit de mobilisatietijd van 1914; Nieuwe Tilburgsche Courant, 1940) Schrobbelaar in de 18e eeuw
1. Textielindustrie - degene wiens taak het is wol grof te kaarden


Anoniem 1959 Vèftien jaore was ie schrobbelèr, waor dè komter nie op aon, Nillus was ginnen semmelèr, wies z'n menneke wel te staon. (Nieuwe Tilburgse Courant - donderdag 19 november 1959; Uit Tilburgs folklore - 'n Kaoi rikkemedaosie) 2. Sterke (kruiden)drank, vernoemd naar 1
Tilburgse kruidenjenever (vkw. schrobbelèrke) Schrobbelèèr Vruuger, in tèkstielfebrieke, daor wèèrkten ok de schrobbelèèr. Die hòlde daor meej en mesjien wolveezels öt de wèèr. tWaar kaajhard sjouwen èn et wier bepòld nòvvenaant nie ötbetòld. Nou kèn ik nòg en drank, en sort liekeur, ok schrobbelèèr. En agge daor te veul van drinkt, dan ròkte in de wèèr. kWil liever in de wèèr geraoke, dan wèèreke dè men naoje kraoke! (Henriëtte Vunderink, uit: Tis de moejte wèrd; 2011) Foto: WTT
schraag, losse tafel v. onbewerkte planken, op losse poten
schraagje
verkleinwoord van 'schraog', met vocaalkrimping
schraal, schraler, schraalst uiteenlopende betekenissen
schraler comparatief van 'schraoler', met d-epenthesis
schraal, schraler, schraalst uiteenlopende betekenissen
schraapt(e) tegenwoordige tijd/verleden tijd van 'schraope' met vocaalkrimping
schreit, schreide tegenwoordige tijd/verleden tijd van 'schreuwe', met vocaalkrimping
huiler
Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - ene schreuwer = meeloper met de kraaj (blz. 95)
schreit, schreide tegenwoordige tijd/verleden tijd van 'schreuwe', met vocaalkrimping
schuddekul - WTT 2013 Van oorsprong mogelijk voor slechtsmakende drank, met name koffie; vandaar als metafoor voor slecht, minderwaardig volk; waarbij kul (vergelijk flauwekul) het minderwaardige aspect verwoordt, en schudde mogelijk het Middelnederlandse schudde is in de betekenis van dwarshout van de galg (zie Van Beek hieronder). Het MNW kent daarvan een overdrachtelijk gebruik voor leegloper etc. zie MNW hieronder. - 1974 (ca.) - schuddekul - moet een Tilburgse uitdrukking zijn voor minderwaardig volk, soepie van volk,schorremorrie; schudde (middelned.) was de dwarsboom van een galg waar de strop aan hing. (Pierre van Beek typoscript Archief Pierre van Beek) Pierre van Beek typoscript Archief Pierre van Beek
schop, trap


meervoud
spade, schop In deze betekenis is het meervoud, hoewel ongebruikelijk, 'schuppe' of 'schuupe'
schoppen als fysieke daad
schoppen als bedelen
bepaald kaartspel, waarbij diegene verliest die de slag ophaalt waarin schoppenvrouw zit
schop, trap


meervoud
spade, schop In deze betekenis is het meervoud, hoewel ongebruikelijk, 'schuppe' of 'schuupe'
schoppen, kaarten van de kleur scoppen
schopstoel
wittebroodje met gespleten rug
wittebroodje met gespleten rug
schoen , schoentje


in het meervoud vaak schoen in plaats van schoene - Cees Robben - Lig nie over oew schoen te maauwen... (19660415)
schoentje
schop, spade David Teniers - 17de eeuw
schop, spade
verkleinwoord schuupke, de uu is kort schopje - Cees Robben - En naa mee dees schuupke spaoide één spit diep n enkelt gat... (19780210)
scheppen
schuur
schuren, schrobben
luieren
schuur
b ijwoord direct, meteen Van Frans: 'subit' < lat. 'subitus', met vocaalreductie
VEUR LEUWKE BROUWERS-VAN MAAREN. As moeder naor d'r zeuntje ziet zo gauw hi gift 'n schreuwke, dan kust z' 'm up z'n kaok sebiet...
kwokker nog mar is in wèltje - Naarus (pseudoniem van Bernard de Pont), column in Groot Tilburg, 1940 - ...bij Uilie, mar k kan hier zo slecht weg, aanders kwaamp ik sebiet. - Theo de Wijs; schriftelijke mededeling aan Cees Robben, Sebiet bettiejoe (feb. 1962)
Carnavalssticker, Tilburg maart 2019. Foto CuBra.
cd-tje

kluts, apropos uitdr. Van et sêef aaf - de kluts kwijt
ceel lijst, reeks, opsomming
vel, opperhuid
rest, boel
cv, afkorting van curriculum vitae, levensloop
aanstonds, dadelijk, terstond
De eerste - onbekende schilder; circa 1920 Advertentie 1922
sigaar
...ze [de baanwielrenners] fietsten d'r tong op d'r vistje vur 'n sigaor van zeuven centen. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 6; 21-11-1929)
Pierre van Beek - en segaar van dankjewèl - een gekregen sigaar Pierre van Beek - en segaar öt et weggeefkiesje - een van mindere kwaliteit
Tekening: - Cees Robben - uit 3 jaar voetbal concentratie van A.P.M. van de Ven jr., 1946 Illustratie uit Ach Lieve Tijd # 14 - Gulden Vlies Sigaren werden ook in Tilburg, in de Stedekestraat, gemaakt door de firma Majoie en Van der Voort - afb. ca. 1930 - Dan trakteerden ie op sigaare, ge moet dan wel aaltij heure dèt zen liste waare. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
Sigaren van de Tilburgse firma Majoie in een presentatiekistje Nieuwe Tilburgsche Courant 3-12-1929 Foto: Archief Pierre van beek / WTT



sigaar
...ze [de baanwielrenners] fietsten d'r tong op d'r vistje vur 'n sigaor van zeuven centen. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 6; 21-11-1929)
Pierre van Beek - en segaar van dankjewèl - een gekregen sigaar Pierre van Beek - en segaar öt et weggeefkiesje - een van mindere kwaliteit
Tekening: - Cees Robben - uit 3 jaar voetbal concentratie van A.P.M. van de Ven jr., 1946 Illustratie uit Ach Lieve Tijd # 14 - Gulden Vlies Sigaren werden ook in Tilburg, in de Stedekestraat, gemaakt door de firma Majoie en Van der Voort - afb. ca. 1930 - Dan trakteerden ie op sigaare, ge moet dan wel aaltij heure dèt zen liste waare. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
Sigaren van de Tilburgse firma Majoie in een presentatiekistje Nieuwe Tilburgsche Courant 3-12-1929 Foto: Archief Pierre van beek / WTT
sigaret, sigaretje



sigaret, sigaretje



chocolade, chocolademelk, reep chocolade
chocolade Uit Frans 'chocolat' > Ned. 'chocolade', met vocaalreductie
chocoladebol
chocoladeletter
verkleinwoord van seklaa, sjeklaa chocolaatje Foto's: Cubra



secreet, schijthuis
soelaas, vertroosting, verlichting
selderie, selderij Dan moese we zinge Tantum èrgoo sakraamèntum, Vèènerèèmoer sèrnewie. Èn dan zong ik: Tante Mèrgoo, zak meej krènte, fèène rèèst meej sèlderie. (Ed Schilders; Wè zeetie?; Website Brabants Dagblad Tilburg Plus; 2009)
vrouw die zich kleine dingen te sterk aantrekt.

seloerseghèd, -hei
Foto Wiki Commons
sjalot (Allium ascalonicum)


Verbastering van Frans: 'échalotte' (uitje), met vocaalreductie - A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - səlᴐtə(n), resp. silᴐtə(n) , zelfstandig naamwoord mv. 'sielotten' - sjalotten.
sjalot, 'sjarlòtje', 'jöntje' Uit Frans 'échalotte' (uitje)


Pierre van Beek - somtijds, soms (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: Levenswaandel, 1932): somminketej *) *) -noot van Sterneberg bij dit woord: somtijds, nu en dan....
somtijds, soms Kees en Bart - Tilburgsche Post ca. 1935 - 'sommegetijje' (passim) sommenketij hè'k moeten dweilen (Piet Heerkens; uit: Brabant, Brabantse potpourie, 1941)
langzaam iemand, treuzelaar Zo, semmelbroek, bende daor?! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Oome Teun in den trein; Nieuwe Tilburgsche Courant 16-9-1939)
treuzelen, langzaam werken Zit nie zo te sèmmele.
...et zou er zeker van komen as de raodsvergaodering mar nie te lang semmelde. (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; feuilleton Bad Baozel, 8 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 31-12-1938 18-2-1939) 't Is euwige zund dè ge zoo gesemmeld hèt! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Kareltje Vinken; feuilleton in 10 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 13-4-1940 24-8-1940)
Sèmmele meude in oewen èège tèèd (motto carnaval 2009) Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
treuzelaar, zemelaar, iemand die treuzelt of zeurt (CR).

Vèftien jaore was ie schrobbelèr, waor dè komter nie op aon, Nillus was ginnen semmelèr, wies z'n menneke wel te staon.
Enquête over Je favoriete Tilburgse woord op Facebookpagina Je bent een echte Tilburger als... maart 2013 -
treuzelaar

treuzelaarster
treuzelachtige vrouw
Bosch sèmmeltrien - zeurkous

Tekening: - Cees Robben - uit 3 jaar voetbal concentratie van A.P.M. van de Ven jr., 1946
cent in het meervoud ook 'geld'

Figuurlijk
Uitdrukkingen
Aanvullende bronnen
surprise, inz. sinterklaasverrassing Naar Frans: 'surprise' met vocaalreductie
surprise, inz. sinterklaasverrassing Naar Frans: 'surprise' met vocaalreductie
bastaardvloek
WTT - 2016 Sernie is een verbastering uit het Franse je renie, ik ontken. De verbastering wordt begrijpelijker als we bedenken dat je renie in de Franse uitspraak klinkt als zjerenie. De eerste lettergreep is dus een stomme e (sjwa). Doome is van het Latijnse dominus, de Heer.
serge
een bepaald soort droge worst om in afgesneden vorm brood te beleggen








Anonieme Italiaanse meester - 17de eeuw Etymologie - WTT 2013 - Ed Schilders Tilburgse woordenlijsten verklaren sesies als boerenmetworst of als snijworst, maar dat is wel erg dun afgesneden. Sesies is inderdaad afgeleid van het Franse saucisse , maar dat woord betekent tot op de dag van vandaag niet zozeer een bepaald soort worst, als wel iedere worst waarvan het gehakt gezouten is en vervolgens door de slager, meer bepaald de charcutier, is ingesloten in een darm. Saucisse is afgeleid van het Latijnse salsicia , gezouten. Het in het Frans eveneens gangbare saucisson is van saucisse afgeleid. Saucisson wordt gebruikt om de grotere, dikkere worstsoorten aan te duiden, en heeft betrekking op worst die men koud eet. (Alain Rey, Dictionnaire historique de la langue française, 1998) Cervelaatworst valt ook onder deze noemer maar heeft van oorsprong een duidelijk gedefinieerde receptuur. Het komt van het Franse cervelas , uit het Italiaanse cervellato , en dat was een Milanese charcuterie, soms op basis van varkensgehakt, soms rundvlees, maar altijd met varkenshersenen (de witte brokjes). Van oorsprong betekent cervelaat dus hersenworst. Onze (boeren)metworst heeft qua samenstelling niets te maken met varkenshersenen. Het woorddeel met is het Middelnederlandse woord voor gehakt varkensvlees. (WNT) De verklaring met snijworst biedt geen enkel houvast om te bepalen over welk soort worst het gaat als de Tilburger sesies bedoelde. Op zoek naar de echte Tilburgse Sesies - WTT 2013 - Ed Schilders Wat Tilburgse huisvrouwen honderd of vijftig jaar geleden precies bestelden als ze bij de slager om sesies vroegen (ook soosies, sosies en siesie ) is moeilijk te zeggen - áls het woord al op één enkele worstsoort betrekking heeft gehad. Duidelijk is wel dat sesies een van de rauwe worstsoorten is, zoals de slagers het noemen. Het was broodbeleg ( toelaog ), en het woord had zeker geen betrekking op wat wij nu wel braadworst noemen; die heette in het Tilburgs gewoon wòrst , liefst vòrse wòrst , en hoe vetter hoe liever . Voor zowel cervelaat als metworst zijn er in de slagerij en de charcuterie tientallen varianten in ingrediënten en bereidingswijzen - maar grofweg is het onderscheid als volgt:
In de volksmond is sesies in de vorige eeuw waarschijnlijk in gebruik geweest voor uiteenlopende droge worstsoorten. In ieder geval werd sesiesworst al in 1929 in een Tilburgse tekst gebruikt, en wel in een column van Kubke Kladder [zie hierboven). Met behulp van de on line krantenbank van de Koninklijke Bibliotheek heb ik advertenties geraadpleegd van Tilburgse slagers in de periode 1850-1950. Welke vleeswaren brachten zij onder de aandacht van het publiek? Het onderzoekje leerde dat slagers in een en dezelfde advertentie steeds onderscheid maken tussen drie soorten worst. Een kleine keuze uit tientallen advertenties (alle uit de Nieuwe Tilburgsche Courant .)
saucijs

suiker
peultje, peulerwt, 'haawke', 'pultje', 'peul'
suikerbiet - Beta vulgaris
suikerpotje sèùkerpötje lôope (uitdr.) gedrieën lopen waarvan de middelste het 'sèùkerpötje' is dim. van 'sèùkerpòt'
suikerstok Karel de Beer, Tilburgs bijnamenboek - 2000 - de sèùkersteel = A.J. Claesen (blz. 30)
suikertante; vaak de tante die ook peettante was, de peter; in het beste geval was die tante bemiddeld (suiker = rijk), wat in het voordeel was van het peetkind [Sjaan] waar ons sèùkertante. Die ha ginne meens èn ha dus ok nôot gin kiendjes hoeve te kôope. Die waar verrèkkes rèèk gebleeve, èn die gaaf ons soms wèl es zôo mar en dubbeltje vur onze spòrspòt! (G. Steijns; Grôot Dikteej van de Tilburgse Taol 2001)
suikertuut; snoepgoed op de kermis; mogelijk een kleine variant op de suikerspin
zeventig Kernkamp - Bezorging Dialectenquête 1879 - vier en zeuventig
suizen; ruisen van bomen
seizoen


Fr. 'saison', via Ned. 'seizoen'
ineens, plotseling, op staande voet; de handeling die beschreven wordt bevat altijd een element van verrassing of onverwachtheid.
Tilburgse bewijsplaatsen
Naarus - Ik staauwde weg, en op innen siebot kwaamp ik terug en hak me in plattebuiskachel gekocht om te zoene, pekaant vur niks. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
Anoniem, Nieuwe Tilburgse Courant - 19 november 1959, Uit Tilburgs folklore, 'n Kaoi rikkemedaosie - Nillus hee dè gevalleke noot nie verzwege, / Dettie op unne siebot gedaon ha gekrege...
Andere vermeldingen
Etymologie - speculaties 1. Uit Frans 'sitôt' - lijkt niet juist Pierre van Beek - De dienstmeid was er "op 'nen siebot (ook wel sjiebot) tussen uitgetrokken" betekent, dat zij haar dienst plotseling had verlaten zonder een opzegtermijn in acht te nemen. Men kan in onze streken iets "sibots", dat is plotseling doen. Bij de Vlaamse schrijver Felix Timmermans ontmoetten wij: "Hij kende hem op ne sibot". Ook daar heeft het vreemde woord de waarde van plotseling. Laat ons nu denken, dat we hier te maken hebben met een verbastering van het Franse "sitot", dat "zo gauw" of "zo spoedig" betekent! (Tilburgse Taalplastiek, 146, 13-1-1972; Nieuwsblad van het Zuiden) 2. Uit jiddisch - onjuist Pierre van Beek - De dienstmeid was er "op een sjibbot tussen uitgetrokken" en daarmee had zij haar mevrouw eensklaps in de steek gelaten, zonder zelfs ook maar een opzegtermijn van hoe kort ook in acht te nemen. (...) De herkomst van dit wat jiddisch aandoend woord kunnen we niet thuisbrengen, ook niet al weten we, dat in onze streken ook gesproken wordt van "iets siebots doen". Ook dit "siebots" heeft daar de waarde van "plotseling". (Tilburgse Taalplastiek, 146, 23-3-1972; Nieuwsblad van het Zuiden) 3. Uit Frans 'aussitôt' en Nederlands 'subiet' - zeer onwaarschijnlijk
Etymologie WNT: Op een bot , voorheen alom zeer gebruikelijk (in Noord-Brabant nog in deze eeuw [19 de ] het zeker wel verwante op een siebot, zie HOEUFFT , Bred T. 541); verg. in dezelfde beteekenis eensklaps, nfri. op een stuit (Nav. 25, 357), Frans tout d' un coup, it. di botto en voorts BOF (III) , I, 5) en BOT (X) , II, B, 3). Meestal in den zin van: plotseling, op eens, zonder overgang of voorbereiding en dus onverwachts. - Andre (plannen), genoegh had 'er Don Louis in 't hooft, die alle te gelyk, en op een' bot, verstooven. Want een' heftighe koorts maakt' hem tot een lyk, in den tydt van vyf daagen, HOOFT , N.H. 446 [1642].
serradella, eenjarig cultuurgewas v. d. familie der vlinderbloemigen (Ornithopus sativus), verbouwd voor verbetering van de bodem.






Sint-Nicolaas na 6 december. Hij eet het voedsel dat de kinderen in hun schoen hebben gelegd voor zijn paard. Prent van de week van Cees Robben; Rooms Leven 4 december 1954.
sigaar zie 'segaar'
sigaret





Sint-Nicolaas na 6 december. Hij eet het voedsel dat de kinderen in hun schoen hebben gelegd voor zijn paard. Prent van de week van Cees Robben; Rooms Leven 4 december 1954.





Sint-Nicolaas na 6 december. Hij eet het voedsel dat de kinderen in hun schoen hebben gelegd voor zijn paard. Prent van de week van Cees Robben; Rooms Leven 4 december 1954.
ogen

sigaar
...ze [de baanwielrenners] fietsten d'r tong op d'r vistje vur 'n sigaor van zeuven centen. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 6; 21-11-1929)
Pierre van Beek - en segaar van dankjewèl - een gekregen sigaar Pierre van Beek - en segaar öt et weggeefkiesje - een van mindere kwaliteit
Tekening: - Cees Robben - uit 3 jaar voetbal concentratie van A.P.M. van de Ven jr., 1946 Illustratie uit Ach Lieve Tijd # 14 - Gulden Vlies Sigaren werden ook in Tilburg, in de Stedekestraat, gemaakt door de firma Majoie en Van der Voort - afb. ca. 1930 - Dan trakteerden ie op sigaare, ge moet dan wel aaltij heure dèt zen liste waare. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
Sigaren van de Tilburgse firma Majoie in een presentatiekistje Nieuwe Tilburgsche Courant 3-12-1929 Foto: Archief Pierre van beek / WTT
sigaar
...ze [de baanwielrenners] fietsten d'r tong op d'r vistje vur 'n sigaor van zeuven centen. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 6; 21-11-1929)
Pierre van Beek - en segaar van dankjewèl - een gekregen sigaar Pierre van Beek - en segaar öt et weggeefkiesje - een van mindere kwaliteit
Tekening: - Cees Robben - uit 3 jaar voetbal concentratie van A.P.M. van de Ven jr., 1946 Illustratie uit Ach Lieve Tijd # 14 - Gulden Vlies Sigaren werden ook in Tilburg, in de Stedekestraat, gemaakt door de firma Majoie en Van der Voort - afb. ca. 1930 - Dan trakteerden ie op sigaare, ge moet dan wel aaltij heure dèt zen liste waare. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007)
Sigaren van de Tilburgse firma Majoie in een presentatiekistje Nieuwe Tilburgsche Courant 3-12-1929 Foto: Archief Pierre van beek / WTT
sigaret, sigaretje



sigaret
secretaris
tabakspruimpje
huilen, jengelen
simme - simde - gesimd





Sint-Nicolaas na 6 december. Hij eet het voedsel dat de kinderen in hun schoen hebben gelegd voor zijn paard. Prent van de week van Cees Robben; Rooms Leven 4 december 1954.
fantasiewoord
sinjeur, uitFrans 'seigneur'
Pinksteren
bedevaart naar Sint-Job in de kerk van Enschot (rond 10 mei, zijn feestdag)
Sint Michaël - de heilige aartsengel
Schilderij: Louis de Moni - 17de eeuw





Sint-Nicolaas na 6 december. Hij eet het voedsel dat de kinderen in hun schoen hebben gelegd voor zijn paard. Prent van de week van Cees Robben; Rooms Leven 4 december 1954.
sintels


zeepsop vocaalverkorting uit 'zêep', regressieve assimilatie: z wordt s

Chardin - 18de eeuw

zestig
Afbeelding uit het 'Nuuw Tilburgs Leesplèngske' dat in 2020 door de Stichting Tilburgse Taol werd samengesteld en uitgegeven in samenwerking met Stadsmuseum Tilburg en Bibliotheek Midden-Brabant en Erfgoed Tilburg. De illustraties werden verzorgd door Ruben de Bruijn.
cityring, de ringweg rond het oude stadscentrum, bestaande uit Spoorlaan, Heuvelring, Paleisring, Schouwburgring en Noordhoekring. Promotiekaartje van website Tilburg.com.

sjansen, verkering zoeken, flirten sjans hebben


uit het Frans; voornamelijk in de uitdrukking 'avoir de la chance': geluk hebben; en vandaar oorspronkelijk 'sjans hebben' dat wil zeggen het geluk hebben dat iemand, meestal de vrouw, zich mag verheugen in de belangstelling van een ander, meestal de man. In serieuzer beleefde vorm is 'sjans' vervolgens een 'verkering', de opmaat naar 'verloving' (de trouwbelofte).
werkwoord
sjansen, verkering zoeken, flirten sjans hebben


uit het Frans; voornamelijk in de uitdrukking 'avoir de la chance': geluk hebben; en vandaar oorspronkelijk 'sjans hebben' dat wil zeggen het geluk hebben dat iemand, meestal de vrouw, zich mag verheugen in de belangstelling van een ander, meestal de man. In serieuzer beleefde vorm is 'sjans' vervolgens een 'verkering', de opmaat naar 'verloving' (de trouwbelofte).
werkwoord
in de uitdrukking op sjanternèl gaon, zijn uit Frans: 'chanterelle', lokvogel
Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek nr. 35 (17-4-1965): 'Men kan in onze stad nogal eens gemakkelijk te horen krijgen: "O, ze is natuurlijk weer op d're sjanternel!" We hebben deze uitdrukking nooit anders dan met betrekking tot een vrouw horen gebruiken. Erg vleiend is ze niet en de toon, waarop zij wordt uitgesproken getuigt reeds van afkeuring. "Op sjanternel zijn" laat zich moeilijk omschrijven. Het slaat o.i. op een vrouw, die "de stad in gaat" zonder dat daartoe eigenlijk enige noodzaak bestaat doch die dit uitsluitend doet, omdat ze moeilijk kan weerstaan aan een innerlijke drang er eens uit te zijn, eens weg te zijn uit het huishouden. Zij maakt zichzelf dan wel wijs allerlei boodschappen te moeten doen, maar dit is toch niet de eigenlijke drijfveer van haar handelen. Zulke vrouwen zijn erg ingenieus in het vinden van "boodschappen", met als gevolg dat men ze zelden thuis in haar huishouden aantreft. Wie voor de zoveelste maal aan haar gesloten deur klopt, kan dan wel eens geïrriteerd zeggen: "O, ze is natuurlijk weer op d're sjanternel". Wellicht is het zonderlinge woord "sjanternel" een verbastering van Frans. Daar bestaat ook het woord "chanterelle" en dat betekent: lokvogel. In zijn oorsprong zou men hier wellicht moeten denken aan een vrouw, die als lokvogel de straat opgaat. Nu, zodanig ongunstig is ons "sjanternel" beslist niet. Het is dan wel danig afgesleten, maar een minder gunstig smaakje is er toch nog aan vast blijven zitten.'
uit Frans: 'chagrin', verdriet 1. verdrietige ontevredenheid
2. slecht gehumeurd persoon
kZèè gin sjagrèèn ofsikkeneureg,/ èn ok smèèreges nie huumeureg. (Henriëtte Vunderink, Stèmminge, uit: Tis de moejte wèrd; 2011)
chagrijnig Naar Frans: 'chagrin' , verdriet
uit Frans: 'chagrin', verdriet 1. verdrietige ontevredenheid
2. slecht gehumeurd persoon
kZèè gin sjagrèèn ofsikkeneureg,/ èn ok smèèreges nie huumeureg. (Henriëtte Vunderink, Stèmminge, uit: Tis de moejte wèrd; 2011)
Pierre van Beek - uitdr. op de sjambonkel - op de pof
ongure man Van 'sjanfoeter'; regressieve assimilatie van de 'n'
uit het Frans; voornamelijk in de uitdrukking 'avoir de la chance': geluk hebben; en vandaar oorspronkelijk 'sjans hebben' dat wil zeggen het geluk hebben dat iemand, meestal de vrouw, zich mag verheugen in de belangstelling van een ander, meestal de man. In serieuzer beleefde vorm is 'sjans' vervolgens een 'verkering', de opmaat naar 'verloving' (de trouwbelofte).
werkwoord
doorschijnende dameskousen; kousen waarmee een vrouw meer 'sjans' had, of meer kans daarop
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt. Zitkussen met opdruk. Markt Tilburg Noord 2021. Foto: CuBra/WTT
in de uitdrukking op sjanternèl gaon, zijn uit Frans: 'chanterelle', lokvogel
Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek nr. 35 (17-4-1965): 'Men kan in onze stad nogal eens gemakkelijk te horen krijgen: "O, ze is natuurlijk weer op d're sjanternel!" We hebben deze uitdrukking nooit anders dan met betrekking tot een vrouw horen gebruiken. Erg vleiend is ze niet en de toon, waarop zij wordt uitgesproken getuigt reeds van afkeuring. "Op sjanternel zijn" laat zich moeilijk omschrijven. Het slaat o.i. op een vrouw, die "de stad in gaat" zonder dat daartoe eigenlijk enige noodzaak bestaat doch die dit uitsluitend doet, omdat ze moeilijk kan weerstaan aan een innerlijke drang er eens uit te zijn, eens weg te zijn uit het huishouden. Zij maakt zichzelf dan wel wijs allerlei boodschappen te moeten doen, maar dit is toch niet de eigenlijke drijfveer van haar handelen. Zulke vrouwen zijn erg ingenieus in het vinden van "boodschappen", met als gevolg dat men ze zelden thuis in haar huishouden aantreft. Wie voor de zoveelste maal aan haar gesloten deur klopt, kan dan wel eens geïrriteerd zeggen: "O, ze is natuurlijk weer op d're sjanternel". Wellicht is het zonderlinge woord "sjanternel" een verbastering van Frans. Daar bestaat ook het woord "chanterelle" en dat betekent: lokvogel. In zijn oorsprong zou men hier wellicht moeten denken aan een vrouw, die als lokvogel de straat opgaat. Nu, zodanig ongunstig is ons "sjanternel" beslist niet. Het is dan wel danig afgesleten, maar een minder gunstig smaakje is er toch nog aan vast blijven zitten.'
in uitdrukking van de domme, koest, stil, sjakies Oewèège sjaokes haawe = Zich van de domme houden
in uitdrukking van de domme, koest, stil, sjakies Oewèège sjaokes haawe = Zich van de domme houden
etymologie onbekend
etymologie onbekend, mogelijk een verkorting van
Allium ascalonicum
sjalot (Allium ascalonicum)


Verbastering van Frans: 'échalotte' (uitje), met vocaalreductie - A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - səlᴐtə(n), resp. silᴐtə(n) , zelfstandig naamwoord mv. 'sielotten' - sjalotten.
sjalot, 'sjarlòtje', 'jöntje' Uit Frans 'échalotte' (uitje)


als de weerlicht Uit Frans: 'chasser' + 'vite'?
de Engelse toneelschrijver en dichter William Shakespeare
De naom zee niks Rondwaandelend dur Tilburgs straoten Krègde soms iets in de gaoten Dè agge't eventjes bekèkt As 'n tang op 'n vèrken trekt. "den Heuvel is hillemaol plat 'n "Koei"-straot die gin koei bevat 'n "Tuin-straot, die gin tuintjes hee ne "Noord''-hoek, die in 't centrum lee. 'n "Akker''-straot, die èkkers mist Is de "Park''-straot òòt park gewist? En de schòòn vrijgezellenflat Is in de "Trouw"-laon neergezet. Sjeekspier hee vruuger al gezee:
"We geve't hoe dèt bisje hiet, Agge mar z'n goei kaanten ziet. Lechims variant op de woorden van Julia: What's in a name? That which we call a rose/ By any other name would smell as sweet. In: Romeo and Juliet.
sjees
sjezen, weggaan
In de sloten en grachten gingen we: "Ruigt" draaien. Deze sloten en grachten waren onder water bijna dicht gegroeid met allerlei waterplanten. Vooral met waterpest. Met een schepnetje had men weinig succes. Daarom werd er in die sloten alleen maar:"Ruigt gedraaid". Hiervoor werd een dikke tak gezocht, liefst met nog wat uitsteeksels van oude takjes er aan. Die tak werd dan in die dichte begroeing van waterplanten gestoken en paar maal rond gedraaid en dan uit het water getrokken. Op de slootkant werd dan goed nagekeken wat er allemaal tussen die waterplanten mee omhoog gekomen was. Vooral naar salamanders zochten we, want die hadden onze speciale belangstelling en werden thuis in het aquarium gezet. De viskesfreters en torren werden in een glazen pot mee naar school genomen voor de frater, die ons tijdens de natuurkundeles vertelde hoe deze waterdiertjes allemaal heetten en hoe nuttig ze waren.
rògveld roggeveld rògzaajer zelfstandig naamwoord
Damen Handschrift (1916) - "rogzaaier - een oud mager paard" ròjbraoke radbraken
ròjmaoker
ròk rok
rökske rokje
rokt As ie rokt, ròkt ie van de wèès uitdr. Et rokt er - het is er niet pluis 2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'rooke', met vocaalkrimping ròkt werkwoordsvorm; persoonsvorm raakt
2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'raoke', met vocaalkrimping rökt ruikt tegenwoordige tijd sing. 2e + 3e pers. van 'rèùke', met vocaalkrimping rolle werkwoord, zwak rollen
chauffeur
chauffeur
shag
uit Frans 'jacquet'
chocolade, chocolademelk, reep chocolade
chocolade Uit Frans 'chocolat' > Ned. 'chocolade', met vocaalreductie
verkleinwoord van seklaa, sjeklaa chocolaatje Foto's: Cubra
jaloers uit Frans: jaloux
jaloersheid; uit Frans: jalousie
uit Frans 'chemise', hemd
werklust (?)
kinderspel; 'ja-neeën'
Afbeelding uit het 'Tilburgs Leesplèngske' dat in 1997 door de Stichting Tilburgse Taol werd samengesteld en uitgegeven. De illustraties zijn gemaakt door Jan van de Wiel.
1. drop in het algemeen

Nieuwe Tilburgsche Courant 23-12-1912 2. Aftreksel van laurierdrop; sjepwater, dropwater. Stukjes laurierdrop werden in een flesje op water gezet, zodat ze oplosten en een dropdrankje vormden. Het oplossen werd bespoedigd door te
Pierre van Beek - Hoewel oud, is het woord in onze stad en omgeving nog lang niet uitgestorven. Vooral onder de brede volksmassa wordt het best verstaan. Het komt ook voor in samenstellingen als bv. sjepsteel, sjepfleske en sjepwaoter. Toen de kinderen nog niet zo met speelgoed verwend waren als tegenwoordig, moesten zij zich op primitiever manier behelpen, wat overigens de verbeelding vaak niet ten kwade kwam. Één spelbezigheid nu was het "fleske rutselen" of het "schuimke trekken". Daartoe werd een stukje longodrop in water, in een behoorlijk flinke medicijnfles, opgelost. Dit oplossen werd bevorderd door het schudden van het flesje. Naarmate het oplossingsproces voortging, werd het water donkerder bruin gekleurd. Dat vormde eigenlijk nog slechts het voorbereidend stadium voor het spel. Bij het schudden ontstond in het bovenste gedeelte van de driekwart gevulde fles een bruine "broes" als op gerstebier. Dit zoete schuim nu werd er, als zoete lekkernij, door de hals van de fles afgezogen. Speelmakkertjes, die zich bereid toonden een knikker of een boon te betalen, mochten ook wel eens een keertje zuigen aan de fles van de rijke bezitter. Met de hygiëne werd het door de volwassenen al niet zo nauw genomen, laat staan door hun kinderen! Een goede donkere dropoplossing gold onder de kinderen als ideaal. Die kleur was natuurlijk afhankelijk van de opgeloste hoeveelheid drop. Nu heerste er onder de jeugd de opvatting, dat sjepwater donkerder werd als de fles in het donker werd weggezet. Dit klopte wel indien het oplossingsproces zich vóór het wegzetten nog niet geheel voltrokken had. Of nadien de kleurverandering verder ging, dank zij het gebrek aan daglicht, betwijfelen wij. Eerder vermoeden we, dat de moeders hun kinderen iets op de mouw speldden, om het kind er met zachte hand toe te brengen het flesje in een donkere kast te zetten, als die moeder het geknoei en soms ook het geruzie begon te vervelen. (Tilburgse Taalplastiek, 09-03-1970)
het flesje waarin de sjepdrop op water werd gezet; daarna op een donkere plaats werd bewaard; en regelmatig geschud, totdat een zwart drankje ontstond. Door de inhoud te schudden, ging de sjep schuimen. Het smakelijke schuim werd dan niet gedronken, maar opgezogen. Dit heette 'sjèpke trèkke' of ook 'schömke trèkke'. Het schudden van het flesje heette 'rutsele'.




Afbeeldingen: WTT
een donker hoekje; in het bijzonder daar waar het dropwater bij voorkeur bewaard werd



Bron: www.childhood memories
dropriem, dropveter (soort snoepgoed)

dropwater
sjèrpetiene serpentiene
sergeant
sajet, grof weefsel van kamgaren uit Franse 'saye'
chatten
van het Franse jeu, spel, plezier, en vandaar: het leven - Cees Robben - Mar den zjeuj die was er uit...! (19560107)
cheviot

uit Engels 'shirt'

scheldnaam voor jood
kindervestje
kindervestje
ongeveer: sloffen
uit jiddisch sjoege: antwoord idee, notie meestal met ontkenning 'geen'
Prentbriefkaart ter gelegenheid van de kermistentoonstelling 'Jaozeetie', Tilburg 2018.
uit jiddisch sjoege: antwoord idee, notie meestal met ontkenning 'geen'
Prentbriefkaart ter gelegenheid van de kermistentoonstelling 'Jaozeetie', Tilburg 2018.
uiteenlopende betekenissen ervandoor gaan

groeten
kijken
sliert
zaak, geval uit Frans: chose
verkorting van hansop, nachtpakje voor kinderen
Foto: WTT
uitdrukking hinderlijk, lawaaierig drukte maken

sjouwertjes
WTT 2016 - Wsch. is 'sjouwerkes' een zetfout in het genoemde citaat uit de krant en moet het 'spouwerkes' zijn: kindje dat overgeeft.
shoarma
jus d'orange, sinasappelsap
jujubes (snoep) Naar Frans: 'jujube'?


jujubes (snoep) Naar Frans: 'jujube'?


juist, precies, zopas uit het Franse juste; precies, zojuist
1 - tussenwerpsel, uitroep - Cees Robben - Sjuust mevrouwke... (19550514) - Cees Robben - Sjuust wè ge zegt Kee... (19560707) 2 - bijwoord - Cees Robben - Sjuust vandaog... (19600701) - Cees Robben - ...en sjuust dn vierde man (19601230) - Cees Robben - Ik ben sjuust op de kèès gebid... (19590328) - Pierre van Beek - Ik hèb et oe sjuust nog gezeej
conform de Franse manier om bijwoorden te vormen met achtervoegsel 'ment'
dialect met Surinaamse / Antilliaanse tongval? schaafijs Carnavalssticker. Tilburg maart 2019. Foto CuBra.
onweersbui, wervelwind lange oe


verwant met du. 'Schauer' en eng. 'shower'
uit Frans 'crapule'
slager

slag

beslommering, gezeur
fantasie-achternaam; bijnaam - Cees Robben - Merieke Slameur is dôôd... (1810918)
b ijwoord over de (gehele) lengte van een ruimte
slaaf
slaag
slagen
slaat het (met ge/gij/gullie, hij/zij/et als onderwerp)
Slaoj meej aaj mee jèùn meej èèrepel, tentoongesteld in het rariteitenkabinet van .de kermistentoonstelling 'Jaozeetie', Tilburg 2018.
sla; veldsla, 'vèldslaoj' (Lactuca sativa) - 'molsla'

lange slungelbenen naar analogie van





sla-emmeren [?] - de etymologie is zeer onduidelijk
grote voeten
buitenkansje; slaatje
slaan slaon - sloeg - geslaon (geslaoge)
slaan als pijniging
in verband met paarden
in de weverij
zang van vogels
preken, slagen of slag'
slaap = oogvuil
slapen
slap
slecht
bijwoord: nauwelijks, ter nauwernood, moeilijk, kwalijk. Frederik Hendrik Kämmerer
sleden

slijk, modder
slijm stijfgeworden sap uit steenvruchten, gom, snòt
slepen, slijpen vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij slèpt
slijpen, in de betekenis slepen met een voetbal (in tegenstelling tot de bal afspelen aan een ander) - Cees Robben - Mar assie zôô blèèft slèèpe, zettie r van zn lèève ginne eene... (19810731)
iemand die 'sleept', dat wil zeggen: bij voetbal op z'n eentje met de bal opdringt, tegenstanders omspelend; ook 'pingelaar' te noemen
slijpplaat
slijten
in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij slèt
slak
slijkbord, spatbord
slakkenstroop; hoestdrankje Violiersiroop anno 2013

cilinder
slangetje
slijt, verslijt tegenwoordige tijd 2e + 3e pers. enk. van 'slèète' zelfstandig naamwoord
boordevol
sleuf in: 'in de sleuf staon', grondwerk verrichten
sluipen
ook: 'gluipen', 'rondloeren', 'struinen'
in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/ hij slöpt
sluis
sluiten slèùte - slôot - gesloote in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij slöt
sleutelbos
sluitspier

glijden op een ijsbaan


spelling slippere
glijden, afglijden
Uit: De Engelbewaarder, jrg. 35, 1919.
uit: (tus)s(e)licht èn donker, schemering

stolmachine
hakmesje
zacht gebakken ei mogelijk variant van sloeber(en), slurpen
waarschijnlijk van slurpen
scheef; slim; bijdehand; erg, bedenkelijk Et durke hangt er slim in. - Het deurtje hangt er scheef in. Audio-opname 1978 - èn dan moeste zien dèsse rèècht hong, dèsse zak zègge meej et durkappe, dèsse nie slim hong want aanders gingde himmòl slim! (Interview met dhr. Bertens; transcriptie Hans Hessels 2013)
diarree; onderdeel van een waterpomp
WW ôn de slingerschèèt
slinken
betekenis onduidelijk; groeien? hangen?
verkeerd
zelfstandig naamwoord nachthemd
glijden op een ijsbaan


spelling slippere
glijden, afglijden
Uit: De Engelbewaarder, jrg. 35, 1919.
latten waarop men slippert, slibbert = ski's Ik zè daor van t wenter is op zn zwitsers aon t waandele gewist mee zon paor van die lange slipperlatten aon mn voeten, en twee van die douwpieken in men haande... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
CiT (37) 'Wè zal de mister 'ne slodder beure'
sul, goeje klôot
slappe pantoffel
uitdr. öt zene slof schiete - opvliegen; plotseling met iets bijzonders voor den dag komen (zowel positief als negatief)
sloffe - slofte - gesloft geluk hebben (Hasselts?)
slokske Slokje
Beschrijving van het WBD: De hoeveelheid drank of vloeistof die men in één keer in de mond neemt en doorslikt. Waardering voor Tilburg door WBD: verspreid.
voorschoot
sloot verkleinwoord ook aangetroffen als slôojke(s) meervoud = slôoj
sloot verkleinwoord ook aangetroffen als slôojke(s) meervoud = slôoj
verleden tijd van 'slèùpe'
slopen, afbreken
vrouwelijke goedzak
Kees en Bart - Tilburgsche Post ca. 1935 - en goej sloor
Kil. sordida ancilla, serva vilis, ignava.
sloot verkleinwoord ook aangetroffen als slôojke(s) meervoud = slôoj
sloot verleden tijd van 'slèùte'
Ill.: Naumann - emberiza schoeniclus, rietgors, slôotmus

slaapkamer
sloopje
slaapt 2e + 3e pers. enk. van 'slaope', met vocaalkrimping
sluipt tegenwoordige tijd sing. 2e+ 5e pers. van 'slèùpe', met vocaalkrimping
slurf
slorpen, slurpen slörpe - slorpte - geslorpt
1. slot, afsluiting, einde
Het slot was een halssnoer, bestaande uit drie of vier snoeren bloedkoralen, die aan de beide uiteinden samenkwamen in een gouden versiering welke om de hals ineen gehaakt werd. (Lowie van Dorrus Misters; rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 1 Wijkbuurten in vroeger dagen; Nieuwe Tilburgsche Courant 8-11-1950)
sluit tegenwoordige tijd sing. 2e+ 3e pers. van 'slèùte', met vocaalkrimping
sloot verkleinwoord ook aangetroffen als slôojke(s) meervoud = slôoj
slootje verkleinwoord van 'slôot', met vocaalkrimping Bosch slotje - slootje
slotje verkleinwoord van 'slòt', met umlaut
veiligheidsspeld
Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) - slötspèld zelfstandig naamwoord - veiligheidsspeld
voorschootje
slokje
slokjesbaas, iemand die flink borrels drinkt
solution (merknaam)
Nieuwe Tilburgsche Courant 3-9-1918

1941 - Wij zien nog de drommen fabriekswerkers door Tilburgs straten snellen in bijna versnelden pas (...) Scherpe tabakswalm uit zwartgerookte steenen pijpjes, en sterke fafbrieksolie-lucht die in de vette kleeren zat, sloeg den voorbijganger tegen. (Anoniem; in Nieuwe Tilburgsche Courant 30-01-1941, Hoe was het in onze streken?")
smal
smaak
smaken vocaalkrimping ook in tegenwoordige tijd: smokt
smeken
vettige substantie; fig. bijdehandje
smeren, invetten, besmeren
weggaan, weglopen, er vandoor gaan
Uitdrukkingen
Aanvullende bronnen
b ijwoord 's morgens smèèreges ziedem noot nie. - 's Morgens zie je hem nooit.
smijten
WVD smelleken (Falco columbarius) - erg kleine valk, die aan de bovenkant blauwgrijs is en aan de onderkant licht roestkleurig.
smelten


In de tegenwoordige tijd soms 'smilt':
smeerlap vijg (vrucht van de vijgeboom), dadel (vrucht van de dadelpalm),

Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) - smèrlappe zelfstandig naamwoord - smeerlappen, dadels Hees smèrlap (I:21) Str. smerlap (l:77)
smeerlapperij Kees en Bart - Tilburgsche Post ca. 1935 - 'smèrlapperij' = troep, rotzooi Piet van Beers Waotersnood 1995: M'n vrouw zeej:Nou,dè is me daor/ ok 'n smèrlapperij. (Spoeje doemmeniemer; 2009)
Affiche in een mupi voor een zomerfestiviteit. Tilburg, Ringbaan Oost. Foto: CuBra
smerig, smeerbaar; vies; zacht Ons vrou zi "ziedde naa, daor heddet al, ik vèn ut ok smèrrig". (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) Giestere nog zo blaank en rein, hoe kunde vandaog toch zo smerrig zijn! (Piet Heerkens; Dooi, gepubliceerd in De Zaaier, bijlage van de Nieuwe Tilburgsche Courant, 1941) et Geld, dè zo fijn is, - wè-d-enkel mar schijn is, - maokt groot wie klein is enen smerrig wie rein is. (Piet Heerkens; uit De knaorrie, Geld, 1949)


smerig, smeerbaar; vies; zacht Ons vrou zi "ziedde naa, daor heddet al, ik vèn ut ok smèrrig". (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) Giestere nog zo blaank en rein, hoe kunde vandaog toch zo smerrig zijn! (Piet Heerkens; Dooi, gepubliceerd in De Zaaier, bijlage van de Nieuwe Tilburgsche Courant, 1941) et Geld, dè zo fijn is, - wè-d-enkel mar schijn is, - maokt groot wie klein is enen smerrig wie rein is. (Piet Heerkens; uit De knaorrie, Geld, 1949)


smart
merkteken op vaste afstand aan de rand van weefsel, ter aanduiding van de maat
smid
's middags
smeekt(e) tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'smeeke', met vocaalkrimping Willeke de smid (Goirle) aan het werk in zijn smidse - Archief Pierre van Beek


Piet Heerkens - Elooi viet et wijfken en staak et in 't vuur/ van z'n gloeiïge smis wel 'n hallef uur/ en trok aon den blaosbalg en stookte en pookte/ toe 't vuurke goed gloeide en 't schaawke smookte; (Piet Heerkens; uit Vertesselkes, Den eersten aop, 1944) Johann Hamza - De smid; 1900
smidse, smederij






Piet Heerkens - Elooi viet et wijfken en staak et in 't vuur/ van z'n gloeiïge smis wel 'n hallef uur/ en trok aon den blaosbalg en stookte en pookte/ toe 't vuurke goed gloeide en 't schaawke smookte; (Piet Heerkens; uit Vertesselkes, Den eersten aop, 1944) Johann Hamza - De smid; 1900
smidse, smederij




gerecht dat bereid wordt van het eerste 'slachtafval' bij de varkensslacht - volksgerecht voor fijnproevers

Informant Harrie de Rooij - Het woord smodderpotje werd bij ons thuis gebruikt voor de gebakken kaoikes (stukjes vet) en kleine stukjes vlees die direct na het slachten en nog vóór de komst van de officiële keurmeester, links en rechts van het varken werden gesneden en samen gebakken om op te smikkelen. Over de geur van dit, door de volwassenen zeer gewilde, braadpannetje kon je verschillend oordelen. (e-mail 2013)
mond, gezicht
Louis Leopold Boilly
smoelsmid = tandarts

smokkelaar
smaak
smaakt(e)
op maandag
smoor, kookpunt
geen vocaalkrimping 1. roken van tabak
1.1 roken in de zin van aan rook blootstellen
2. achterhouden van geld, stiekem geld sparen
Nieuwe Tilburgsche Courant, 23 juni 1893. 3. koorts hebben (cf. warmte van stoven?)
Toon, munne zoon, is smoorend ziek; Midden in de week, mèr 's morgens nie, 's Zondags gaot ie un borreltje drinken En 's Maondags ligt ie in 't bed te st..... 4. Andere betekenissen
smoorzakje

smoorpotje; heimelijk bij elkaar 'gesmoord', appeltje voor de dorst
smoutolie
smullen
Hup mèr Jaans, den beer ies los, Heddum nie hoore brulle? Snijd um z'n neus en oore aaf, Dan hedde nog wè te smulle. smulpaop smulpaap, schimpnaam, vooral voor katholieke prelaten en monniken die het er goed van namen [paap = rooms-katholiek]; meer algemeen: iemand die graag lekker eet, een culi.
tros-anjer (Dianthus barbatus)


Dianthus plumarius
Etymologie Dianthus caryophyllus
's nachts
snauwen
snaar
korte H. Mis (zonder preek); denk aam 'hap snap'
verstand
praatzieke vrouw, de mond van zo'n vrouw
praatzieke vrouw, de mond van zo'n vrouw
snede van een brood; snijkant van een mes; bilspleet
gezegde
lichaamsdeel
sneed, sneden verled en tijd van 'snije' Jeneverkruiken met merken, aangetroffen bij archeologisch onderzoek naar het Kasteel van de Hasselt. Ill. uit: Graven naar het kasteel van Tilburg , H. Stoepker 1986
sneed, sneden verled en tijd van 'snije' Jeneverkruiken met merken, aangetroffen bij archeologisch onderzoek naar het Kasteel van de Hasselt. Ill. uit: Graven naar het kasteel van Tilburg , H. Stoepker 1986
sneetje
jenever
Etiket van de oude jenever van de Tilburgse distilleerderij Knegtel Advertentie uit Nieuwe Tilburgsche Courant, circa 1920
snevelboer vergelijk groente- em visboer


zatlap, dronkaard, dronkenlap, zuiplap sneevel = jenever
liefhebber van jenever
snack
Ill.: Naumann (Scopolax)
snip (vogel) (Scolopax)

vlekje
veelprater
erwtensoep
snuit, snuitje
snuiten
snuiven snèùve - snôof - gesnoove
Tijs Dorenbosch - Vignet uit De Mus en D'n örgel Piet Heerkens (1939 & 1938)
sneeuw

ze wordt weer rein en fijn, de wereld wordt weer 'n wonder en kan nie schoonder zijn. (...) Nooit is er de wereld fijnder as onder de sneuw meschien wanneer we in al de kender weer nuuwe Sneuwitjes zien.
'et Sneuwt! 'et sneuwt! - Ik ha' 't verwocht! Naa worren alle waaie wit, want in de grijze locht daor zit nog sneuw genocht!
Toen ik 's mèèreges de deur ötging was 't bèùte spiegelglad ik laag in de sneuw op mene rug, vur dèkker èèrg in had.
Uitdrukkingen
sneeuwen et sneut - et snuwde - et heej gesnuwd (met vocaalkrimping)
snieten (tabaksindustrie)
snijboon Figuurlijk gebruikt benen
snijden, afzetten, bedonderen
castreren
versnijden
Schilderij (detail) van onbekende kunstenaar - snijder, kleermaker in atelier Schilderij van Quiringh Brekelenkam
snijder, diverse betekenissen 1 snijder; kleermaker



2 insect
► 'Snip-snap-snijer'3 spleet
libelle, waterjuffer (Odonata)
Lieve blauwe snipsnapsnijer, waoterjuffer, aon den daans boven 't spiegele van den vijver, louter blauw en goud van glaans.
Snip-snap-snijer m'n zusje hee 'ne vrijer, z'nen overall is blau, snip snap snauw.
vitterij
in plakjes snijden (van bijvoorbeeld kaas)
goedkoop broodbeleg, vlees- of koekresten die bij het afsnijden afvallen maar toch nog bewaard werden (door bakker of slager) om voor een lage prijs verkocht te worden.
Odonata
libelle, waterjuffer (Odonata)
Lieve blauwe snipsnapsnijer, waoterjuffer, aon den daans boven 't spiegele van den vijver, louter blauw en goud van glaans.
Snip-snap-snijer m'n zusje hee 'ne vrijer, z'nen overall is blau, snip snap snauw.
snauwen, 'snaawe' voor de etymologie zie ▲ snòb
'Snoepkes' van Van den Dries bij de Hasseltse kapel, mei 2017.

Afbeelding uit het 'Tilburgs Leesplèngske' dat in 1997 door de Stichting Tilburgse Taol werd samengesteld en uitgegeven. De illustraties zijn gemaakt door Jan van de Wiel. 'Snoffel' is hier blijkbaar bedoeld als uitgesproken met de doffe o-klank. Dianthus barbatus
snoof verleden tijd van


snor, snorretje
snurken, snorken
snaar
snaartje
snor, snorretje
neusvocht
andere betekenissen
bastaardvloek
snuit, snuitje
snuitje
snotjongen
snotneus
aardigheidjes
snotneus; klein, lastig kind
snotneus (ook figuurlijk)
jongere
snotteren
snotterig - namelijk nog te jong zijn, een snotneus zijn
snuif, salmiakpoeder
snuiven
ruk, schok, stoot, hort
scheldnaam voor een meisje
snuiten; betrappen; bedriegen in geldzaken
snoekje
Òn wèffer snuupkes zak men dubbeltje dees keer besteeje? Òn et grotste òf òn et lèkkerste? (Tillie B.: pseudoniem van Nicole van Wagenberg; uit een column van haar website Tilburgs Taolbuuroo, 2012)
snuit, snoet, gezicht


sneeuwbal
sneeuwde verleden tijd van 'sneuwe', met vocaalkrimping
sneeuwtje
sneeuwman, sneeuwpop
bastaardvloek "Sodemarèl, wè-d-is-ie goed zeg!" (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; feuilleton Bad Baozel, 8 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 31-12-1938 18-2-1939) Afbeelding: De Nederlandse Munt
2½-centstuk, zgn. halve stuiver

soep
lenig, buigzaam, flexibel
Ill.: Tijs Dorenbosch
ogen

mensen van lage komaf, bewoners van achterbuurten
iets goeds, echter altijd gebruikt in negatieve zin - niets goeds - en een licht voorbehoud, uitgedrukt door 'veul': niet veel soeps.
soepterrine
sok
zachte flatus
WTT 2012 - 'Sokkenloper' is - voor het Tilburgs - onbekend buiten deze vindplaats. Op het internet komt het woord echter voor op twee interessante plaatsen. 1) als aanduiding voor 'een geruisloos ontsnapt gas (een windje)' in het dialect van Giethoorn - (www.mijnwoordenboek); 2) als een van de vele vloeken en verwensingen uit het repertoire van kapitein Haddock in de avonturen van Kuifje. Verklaringen verwijzen dan nooit naar winderigheid: 'Sokkenlopers: Dit scheldwoord komt niet voor in Van Dale, maar naar alle waarschijnlijkheid houdt het verband met de uitdrukking 'held-op-sokken'. Haddock gebruikt de term echter als hij zich tot de woestijnbevolking richt. Het Franse origineel 'va-nu-pieds' verwijst dan ook naar het feit dat ze blootvoets liepen.' (De Standaard 27-10-2011) WTT 2013 - De bedoelde verwensing komt voor in het Kuifje-album 'De Krab met de gulden scharen', waarin Hergé Haddock introduceert. Eerste publicatie 1941; eerste Nederlandse vertaling 1947. WTT 2013 - Het - WBD kent dit woord niet maar vermeldt wel een groot aantal, over geheel Brabant verspreide uitdrukkingen met 'sokken':
Schuermans Algemeen Vlaamsch Idioticon (1865-1870) - FLOEZEN, o. gelijkvl. w., iets op zijne zokken of zachtjes laten vliegen (Werchter).
samenstelling uit sokken + rijder
2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'saoke', met vocaalkrimping 'saoke' is de verkorting van 'verzaken', met name tijdens het kaartspel als een speler zich niet aan de regel houdt dat 'bekennen' verplicht is, dat wil zeggen dat spelers, indien zij dezelfde 'kleur' onder hun kaarten hebben als die welke als eerste kaart wordt uitgespeeld, die kleur moeten bijspelen.
soldaat
soldaat
zwavelstokje, lucifer
WTT-2012: Een industriële nabewerking waarbij weefsel wordt gebleekt; volgens - WBD II:1057 gebeurde dit in Tilburgs in de solfsterkaomer, de solfsterkamer; het betreft het bleken van wol, en wel met 'solfer' = sulfer, zwaveldioxide.
zwavel, sulfer Flaneur (pseudoniem van Antoon Arts) - ... en dat ze dat vuurke" stookten met solfter" die ze bij de fabriek van Bogers" uit de sintels hadden gekrabt. (Uit: Zonder opschrift; Nieuwe Tilburgsche Courant zaterdag 16 april 1904)
b ijwoord
Stadsnieuws - Dè doek sommedêene wèl; daor hèk naa ginnen tèèd veur (250606) Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) - 'sommedêêne bw - zo meteen, aanstonds Bosch sommedinte - dadelijk; ook: zemedeene
Pierre van Beek - somtijds, soms (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: Levenswaandel, 1932): somminketej *) *) -noot van Sterneberg bij dit woord: somtijds, nu en dan....
somtijds, soms Kees en Bart - Tilburgsche Post ca. 1935 - 'sommegetijje' (passim) sommenketij hè'k moeten dweilen (Piet Heerkens; uit: Brabant, Brabantse potpourie, 1941)
sommige Sommegte waare bökzuut, ènnegte nie. - Sommige waren beurs, enkele niet. Kees en Bart - Tilburgsche Post ca. 1935 - sommigte Geschiedenis is n stom vak, zin sommigte klasgenoote nòdderhaand. (Jos Naaijkens; Middelbaoreschoolperiekelej; CuBra, ca 2005) Piet van Beers Et Amazonefist van 2009: Sommegte gaaste laojden der bord wèl drie keer vol. (Het zeventiende boekje, 2010)
Pierre van Beek - somtijds, soms (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: Levenswaandel, 1932): somminketej *) *) -noot van Sterneberg bij dit woord: somtijds, nu en dan....
b ijwoord soms
somtijds, soms Kees en Bart - Tilburgsche Post ca. 1935 - 'sommegetijje' (passim) sommenketij hè'k moeten dweilen (Piet Heerkens; uit: Brabant, Brabantse potpourie, 1941)
zondags
zondagse
bastaardvloek Tony Ansems - Agge ze ziet, praot van geluk/ Ze lijkt sodejen zo'n lekker stuk/ Ze laacht en zwaait en praot meej alleman/ In der korte rukskes en der leerzen aon. (uit Dere pluusen hoed, van de cd Gatvermiedenhoed, 2010)
bastaardvloek Lechim (Michel van de Ven) - Sodeju wè is 't toch hèèt/ Ik zit te baoie in m'n zwèèt/ Al stao m'n kaauw pilske gerèèd/ Sodeju wè is 't toch hèèt. (uit 't Is noot nie goed, ongedateerd knipsel uit De Tilburgse Koerier; ca. 1975)
Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) - soodejuu - bastaardvloek
bastaardvloek
bastaardvloek Jan Jaansen (Piet Heerkens) - "Sodemarèl, wè-d-is-ie goed zeg!" (uit Bad Baozel door A. Wibbelt, naoverteld deur P. Heerkens S.V.D.; 1941)
bastaardvloek Jan Jaansen (Piet Heerkens) - "Sodemekaatje, wat is me dát daar 'n kannibaals gedoe," zee Johan toen ze goed-en-wel buiten waren (Oome Teun en de Iemkers - door A. Wibbelt, naoverteld deur P. Heerkens S.V.D.; 1941)
vallen Audio-opname 1978 Dhr. Bertens En dan stonde ze wir vur en rèùt èn dan waarde bang dèsse dur die rèùt heene soodemieterde (Collectie Heemkundekring Tilborch; transcriptie: Hans Hessels)
's zomers
zoon
Met 'soons' wordt de buik bedoeld, cf. het kruisteken dat men maakt: In de naam van de vader, de zoon...
de Sociale Dienst zeer gangbaar in Tilburg
een bepaald soort droge worst om in afgesneden vorm brood te beleggen








Anonieme Italiaanse meester - 17de eeuw Etymologie - WTT 2013 - Ed Schilders Tilburgse woordenlijsten verklaren sesies als boerenmetworst of als snijworst, maar dat is wel erg dun afgesneden. Sesies is inderdaad afgeleid van het Franse saucisse , maar dat woord betekent tot op de dag van vandaag niet zozeer een bepaald soort worst, als wel iedere worst waarvan het gehakt gezouten is en vervolgens door de slager, meer bepaald de charcutier, is ingesloten in een darm. Saucisse is afgeleid van het Latijnse salsicia , gezouten. Het in het Frans eveneens gangbare saucisson is van saucisse afgeleid. Saucisson wordt gebruikt om de grotere, dikkere worstsoorten aan te duiden, en heeft betrekking op worst die men koud eet. (Alain Rey, Dictionnaire historique de la langue française, 1998) Cervelaatworst valt ook onder deze noemer maar heeft van oorsprong een duidelijk gedefinieerde receptuur. Het komt van het Franse cervelas , uit het Italiaanse cervellato , en dat was een Milanese charcuterie, soms op basis van varkensgehakt, soms rundvlees, maar altijd met varkenshersenen (de witte brokjes). Van oorsprong betekent cervelaat dus hersenworst. Onze (boeren)metworst heeft qua samenstelling niets te maken met varkenshersenen. Het woorddeel met is het Middelnederlandse woord voor gehakt varkensvlees. (WNT) De verklaring met snijworst biedt geen enkel houvast om te bepalen over welk soort worst het gaat als de Tilburger sesies bedoelde. Op zoek naar de echte Tilburgse Sesies - WTT 2013 - Ed Schilders Wat Tilburgse huisvrouwen honderd of vijftig jaar geleden precies bestelden als ze bij de slager om sesies vroegen (ook soosies, sosies en siesie ) is moeilijk te zeggen - áls het woord al op één enkele worstsoort betrekking heeft gehad. Duidelijk is wel dat sesies een van de rauwe worstsoorten is, zoals de slagers het noemen. Het was broodbeleg ( toelaog ), en het woord had zeker geen betrekking op wat wij nu wel braadworst noemen; die heette in het Tilburgs gewoon wòrst , liefst vòrse wòrst , en hoe vetter hoe liever . Voor zowel cervelaat als metworst zijn er in de slagerij en de charcuterie tientallen varianten in ingrediënten en bereidingswijzen - maar grofweg is het onderscheid als volgt:
In de volksmond is sesies in de vorige eeuw waarschijnlijk in gebruik geweest voor uiteenlopende droge worstsoorten. In ieder geval werd sesiesworst al in 1929 in een Tilburgse tekst gebruikt, en wel in een column van Kubke Kladder [zie hierboven). Met behulp van de on line krantenbank van de Koninklijke Bibliotheek heb ik advertenties geraadpleegd van Tilburgse slagers in de periode 1850-1950. Welke vleeswaren brachten zij onder de aandacht van het publiek? Het onderzoekje leerde dat slagers in een en dezelfde advertentie steeds onderscheid maken tussen drie soorten worst. Een kleine keuze uit tientallen advertenties (alle uit de Nieuwe Tilburgsche Courant .)
de 'Sociale Dienst' van de èèreme, van de soosjaale, van Finsènsjus èn, èn al èn zôo. Daor eete ze wir van, hè! [- Interview (audio) uit 1978 met het echtpaar Staps; transcriptie Hans Hessels, 2015]
...van 't zelfde sop overgoten... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; De nuuwe dokter; feuilleton in 4 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 27-1-1940 17-2-1940)
...van 't zelfde sop overgoten... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; De nuuwe dokter; feuilleton in 4 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 27-1-1940 17-2-1940)
Afbeelding uit: Rijke oogst van schrale grond , tentoonstellingscatalogus Noordbrabants Museum, 1991
Afbeelding uit: Rijke oogst van schrale grond , tentoonstellingscatalogus Noordbrabants Museum, 1991
dompelen, bijvoorbeeld in een pan met spekvet het brood - ook tijdens het zwemmen iemand onderduwen; in verbinding met 'zuinig': geld uitsparen

Soppe... Ak 'saoves ak' gegeete heb M'n taand' mee koffie spuul Dan krèg ik zo is aaventoe 'n Vrèmd en wee gevuul. Dès heimwee naor de plattebuis Waor ge gezellug zaat En brood mee uitgebakke spek Rondom de taoffel aat. Ge sopte ieder op z'n burt 'n Körsje in de pan Al droop 't vet ok langs oew kien Daor zee ging meens wè van. 't Gong gewoon rèchtoe rèchtaon Mar lekker... sodeju Al Mette «soppe» toendertèd Nie zo geleerd «fondue»
soort (in het Tilburgs onzijdig)
soortig
van Frans: assortiment ; de machine waarmee het eigenlijke spinnen begint; voorspinmachine; ook genoemd schrobbelmolen, kaardmachine - Cees Robben - Op t sôôrtemènt gemaolen/ gaot ie [de wol] naor de sallafak... (19560630) - Van Dale - SOORTEMENT volkstaal

een bepaald soort droge worst om in afgesneden vorm brood te beleggen








Anonieme Italiaanse meester - 17de eeuw Etymologie - WTT 2013 - Ed Schilders Tilburgse woordenlijsten verklaren sesies als boerenmetworst of als snijworst, maar dat is wel erg dun afgesneden. Sesies is inderdaad afgeleid van het Franse saucisse , maar dat woord betekent tot op de dag van vandaag niet zozeer een bepaald soort worst, als wel iedere worst waarvan het gehakt gezouten is en vervolgens door de slager, meer bepaald de charcutier, is ingesloten in een darm. Saucisse is afgeleid van het Latijnse salsicia , gezouten. Het in het Frans eveneens gangbare saucisson is van saucisse afgeleid. Saucisson wordt gebruikt om de grotere, dikkere worstsoorten aan te duiden, en heeft betrekking op worst die men koud eet. (Alain Rey, Dictionnaire historique de la langue française, 1998) Cervelaatworst valt ook onder deze noemer maar heeft van oorsprong een duidelijk gedefinieerde receptuur. Het komt van het Franse cervelas , uit het Italiaanse cervellato , en dat was een Milanese charcuterie, soms op basis van varkensgehakt, soms rundvlees, maar altijd met varkenshersenen (de witte brokjes). Van oorsprong betekent cervelaat dus hersenworst. Onze (boeren)metworst heeft qua samenstelling niets te maken met varkenshersenen. Het woorddeel met is het Middelnederlandse woord voor gehakt varkensvlees. (WNT) De verklaring met snijworst biedt geen enkel houvast om te bepalen over welk soort worst het gaat als de Tilburger sesies bedoelde. Op zoek naar de echte Tilburgse Sesies - WTT 2013 - Ed Schilders Wat Tilburgse huisvrouwen honderd of vijftig jaar geleden precies bestelden als ze bij de slager om sesies vroegen (ook soosies, sosies en siesie ) is moeilijk te zeggen - áls het woord al op één enkele worstsoort betrekking heeft gehad. Duidelijk is wel dat sesies een van de rauwe worstsoorten is, zoals de slagers het noemen. Het was broodbeleg ( toelaog ), en het woord had zeker geen betrekking op wat wij nu wel braadworst noemen; die heette in het Tilburgs gewoon wòrst , liefst vòrse wòrst , en hoe vetter hoe liever . Voor zowel cervelaat als metworst zijn er in de slagerij en de charcuterie tientallen varianten in ingrediënten en bereidingswijzen - maar grofweg is het onderscheid als volgt:
In de volksmond is sesies in de vorige eeuw waarschijnlijk in gebruik geweest voor uiteenlopende droge worstsoorten. In ieder geval werd sesiesworst al in 1929 in een Tilburgse tekst gebruikt, en wel in een column van Kubke Kladder [zie hierboven). Met behulp van de on line krantenbank van de Koninklijke Bibliotheek heb ik advertenties geraadpleegd van Tilburgse slagers in de periode 1850-1950. Welke vleeswaren brachten zij onder de aandacht van het publiek? Het onderzoekje leerde dat slagers in een en dezelfde advertentie steeds onderscheid maken tussen drie soorten worst. Een kleine keuze uit tientallen advertenties (alle uit de Nieuwe Tilburgsche Courant .)
een bepaald soort droge worst om in afgesneden vorm brood te beleggen








Anonieme Italiaanse meester - 17de eeuw Etymologie - WTT 2013 - Ed Schilders Tilburgse woordenlijsten verklaren sesies als boerenmetworst of als snijworst, maar dat is wel erg dun afgesneden. Sesies is inderdaad afgeleid van het Franse saucisse , maar dat woord betekent tot op de dag van vandaag niet zozeer een bepaald soort worst, als wel iedere worst waarvan het gehakt gezouten is en vervolgens door de slager, meer bepaald de charcutier, is ingesloten in een darm. Saucisse is afgeleid van het Latijnse salsicia , gezouten. Het in het Frans eveneens gangbare saucisson is van saucisse afgeleid. Saucisson wordt gebruikt om de grotere, dikkere worstsoorten aan te duiden, en heeft betrekking op worst die men koud eet. (Alain Rey, Dictionnaire historique de la langue française, 1998) Cervelaatworst valt ook onder deze noemer maar heeft van oorsprong een duidelijk gedefinieerde receptuur. Het komt van het Franse cervelas , uit het Italiaanse cervellato , en dat was een Milanese charcuterie, soms op basis van varkensgehakt, soms rundvlees, maar altijd met varkenshersenen (de witte brokjes). Van oorsprong betekent cervelaat dus hersenworst. Onze (boeren)metworst heeft qua samenstelling niets te maken met varkenshersenen. Het woorddeel met is het Middelnederlandse woord voor gehakt varkensvlees. (WNT) De verklaring met snijworst biedt geen enkel houvast om te bepalen over welk soort worst het gaat als de Tilburger sesies bedoelde. Op zoek naar de echte Tilburgse Sesies - WTT 2013 - Ed Schilders Wat Tilburgse huisvrouwen honderd of vijftig jaar geleden precies bestelden als ze bij de slager om sesies vroegen (ook soosies, sosies en siesie ) is moeilijk te zeggen - áls het woord al op één enkele worstsoort betrekking heeft gehad. Duidelijk is wel dat sesies een van de rauwe worstsoorten is, zoals de slagers het noemen. Het was broodbeleg ( toelaog ), en het woord had zeker geen betrekking op wat wij nu wel braadworst noemen; die heette in het Tilburgs gewoon wòrst , liefst vòrse wòrst , en hoe vetter hoe liever . Voor zowel cervelaat als metworst zijn er in de slagerij en de charcuterie tientallen varianten in ingrediënten en bereidingswijzen - maar grofweg is het onderscheid als volgt:
In de volksmond is sesies in de vorige eeuw waarschijnlijk in gebruik geweest voor uiteenlopende droge worstsoorten. In ieder geval werd sesiesworst al in 1929 in een Tilburgse tekst gebruikt, en wel in een column van Kubke Kladder [zie hierboven). Met behulp van de on line krantenbank van de Koninklijke Bibliotheek heb ik advertenties geraadpleegd van Tilburgse slagers in de periode 1850-1950. Welke vleeswaren brachten zij onder de aandacht van het publiek? Het onderzoekje leerde dat slagers in een en dezelfde advertentie steeds onderscheid maken tussen drie soorten worst. Een kleine keuze uit tientallen advertenties (alle uit de Nieuwe Tilburgsche Courant .)
saucijs
speld, dennennaald kussespèlleke = speldenkussentje
Hees toespel (V:37)
dennenaalden
WTT 2013 - Over dit verzamelen van dennennaalden - Pierre van Beek: Daar [op het politiebureau] verschenen regelmatig zulke typen als Jaona Verschuren, die voor negen cent een grote zak dennennaalden aan huis bezorgde, welke eerlijk in de bossen gevuld was. "Jaona's stuultje" was een vergroeide boomstam in 't bos van de familie Houben, waar zij uitrustte van 't naalden rapen en haar pijpke smoorde. (uit: Nieuwe Tilburgse Courant - 18 maart 1955: Tilburg als dorp: Verdwenen namen en typen)
w erkwoord, zwak
voor weinig geld, een habbekrats
w erkwoord, zwak
spuwen, overgeven, braken
kleinigheid de etymologie is onduidelijk
voor weinig geld, een habbekrats
waarschijnlijk met betrekking tot 'spalk', de roeispaan
span
spenderen, uitgeven
spannend worden
spannend
spade voor dubbele diepte
spaden, met de spade werken, spitten overdrachtelijk: snel eten met de spade werken
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt. het eten snel verorberen; de vork als een spade hanteren
spitter, iemand die bouwland omspit
spaak
spaan
sparen
spatie, ruimte ; uit Franse espace, ruimte - Cees Robben - Maokt is wè spaosie Peer... (19691010) - N. Daamen, Handschrift Tilburgs dialect 1916 - "er was niet veel spoasie (ruimte)"
ongewenste noten op je zang hebben
spaak, stok
spijker
Figuurlijk ter aanduiding van de straatlantaarn die op gas brandde
spijl, staaf, tralie
speenveulen
spijt
spijten spèète - spêet - gespeete - vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: et spèt
spek
speculaas
Taalgids I (1859):42 Buser: herkomst woord 'spéculacie'
Strak ammol in 't spries? Ik prakkezeer m'n ège suf 'k Wô dè'k mar iets wies. Bij ons is alles al getrouwd Wij seprieze niemir, Mar wè gaaf ik heur vruuger toch? Och jè, ik weet 't wir. 'n Speklaosie-vrijster was 't En daor schrèèf ik dan bij: Deez' pop is zuut en zacht gekruid En net zò raank' as gij. Jè, vruuger was't speklaosie-tèd Vural toen ik nog vree Mar 'k vèndè's Drieka naa vort meer Van 'n taai-taai-pop hee.
speculaaskoekje in de vorm van een mannetje/vrouwtje
speculaas
Taalgids I (1859):42 Buser: herkomst woord 'spéculacie'
speculaaskoekje in de vorm van een mannetje/vrouwtje
struif van spek Ik vein dè ge sommigte dingen in ons toltje toch zô lekker smeujig zeggen kunt; net of ge in 'nen spekstruif bèt en 't vet langs oe mondhoeken afdrent. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 1; 9-10-1929)
spektakel
Calliphora vicina

spekzwoerd
Stadsnieuws - As ge oew ziel insmèèrt meej spekzwoerd, schèùft ie bij den duuvel dur zen haande (080206)
spel; diarree
spijl, staaf, tralie
spijltje 'kooike meej vergulde speltjes' verkleinwoord van 'spèèl', met vocaalkrimping
spinazie (Spinacia oleracea) ook: spienòzzie, spienaozie

Piet van Beers IN SPINÒZZIE ZIT ÈÈZER...(zègge ze ) Spinòzzie hee 'n hèlder gruun blad èn 't wort gezaajd òp rije. 't Wort al hêel vruug ötgelee èn kaaw kan 't wèl lije. In 't vurjaor is 't schèèrpzaod dèsse daorveur gebrèùke. Èn òp 't list van 't zaajsezoen dan gaog't rond ontlèùke. Beebies die van de bòrst aaf zèn meuge dè gruun al eete. Degene die de luiers waast zal dè dus ok wèl weete. Ök grôote meense eete 't. Kèk mar òp de Tee Vee. Daor mòkt Poppaai de Seelerman der veul reklaome mee. Êen ding dè moet me van 't hart... Hoet ok is klòrgemokt.. 't Is lèkker, mar,...'n grôote kaans dègge òn "DE RAPPE" ròkt.
speler
spelen; muziek maken speule meej spulgoed.
Kees en Bart - Tilburgsche Post ca. 1935 - gespuld
1 de spelletjes van kinderen DAN- Dialectenquête 1887 Willems - meej de keegels wòrdt nie mir gespuld
4 - nòr binne speule schrokken In dè efkes dek aon dè waogeltje stint waren er kender, die in ettelukke minute vur drie kwartjes nor binne spulden. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg , 20 april 1945)
Bosch - speule - spelen, muziek maken
speler
spel; iets te spelen hebben Veul speuls han we nôot daor aon et Meulenend. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006)
spuit brandspèùt - brandspuit
spuiten
decolleté; punt (van bijvoorbeeld taart); wigvormige straathoek
Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) - spie zelfstandig naamwoord - driehoekig stuk grond, décolleté
decolleté; punt (van bijvoorbeeld taart); wigvormige straathoek
Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) - spie zelfstandig naamwoord - driehoekig stuk grond, décolleté
spade
spiritus
korte ie spuug, speeksel
M spierballen
spuwen spierse - spierste - gespierst - s teeds korte ie 1. spuwen, spugen
Ze spiersten geregeld in 't vuur van den heerd... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; t Spook; Nieuwe Tilburgsche Courant 3-1-1940) "Beloove zee niks! Daor spiers ik op! (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Oome Teun als opvoeder; feuilleton in 6 afl. in Nieuwe Tilburgsche Courant 2-3-1940 6-4-1940) De vurrige week waren 't de duivenmelkers, die íédere Zondag bij de aachtste stossie ston te hangen en hil de vloer vol bruine klodders spiersen; (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 5; 7 en 14-11-1929)
Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) - spierse - ww - spuwen 2. overgeven
DAN- Dialectenquête 1887 Willems - spierse (korte ie) - spuwen; spouwe - overgeven 3. Uitdrukking 'er niet in spugen' - niet vies zijn van een borrel
speculaas
Strak ammol in 't spries? Ik prakkezeer m'n ège suf 'k Wô dè'k mar iets wies. Bij ons is alles al getrouwd Wij seprieze niemir, Mar wè gaaf ik heur vruuger toch? Och jè, ik weet 't wir. 'n Speklaosie-vrijster was 't En daor schrèèf ik dan bij: Deez' pop is zuut en zacht gekruid En net zò raank' as gij. Jè, vruuger was't speklaosie-tèd Vural toen ik nog vree Mar 'k vèndè's Drieka naa vort meer Van 'n taai-taai-pop hee.
speculaas
Strak ammol in 't spries? Ik prakkezeer m'n ège suf 'k Wô dè'k mar iets wies. Bij ons is alles al getrouwd Wij seprieze niemir, Mar wè gaaf ik heur vruuger toch? Och jè, ik weet 't wir. 'n Speklaosie-vrijster was 't En daor schrèèf ik dan bij: Deez' pop is zuut en zacht gekruid En net zò raank' as gij. Jè, vruuger was't speklaosie-tèd Vural toen ik nog vree Mar 'k vèndè's Drieka naa vort meer Van 'n taai-taai-pop hee.
speculaaskoekje
spaak, stok


zet(te) vrucht tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'speene', met vocaalkrimping
toponiem Nieuwe Tilburgsche Courant 17-2-1923 Nieuwsblad van het Zuiden 6 augustus 1946 spinning Zelfstandig naamwoord Spinning, afgeleid van spinnen
15. Boeren in de winter: Maar waar komt dan de naam spinning vandaan? Die naam is afgeleid van spinnen en het is de naam van de avondbijeenkomst der meisjes en jongens uit een dorp of buurt, waar gesponnen werd. Het einde van die avonden werd gevierd met een feestelijk avondje voor de oudere jeugd uit de directe omgeving en intiemere kennissen.
zwierven.
spinmachine
Spinner in de 18de eeuw
spinnen

toponiem Nieuwe Tilburgsche Courant 17-2-1923 Nieuwsblad van het Zuiden 6 augustus 1946 spinning Zelfstandig naamwoord Spinning, afgeleid van spinnen
15. Boeren in de winter: Maar waar komt dan de naam spinning vandaan? Die naam is afgeleid van spinnen en het is de naam van de avondbijeenkomst der meisjes en jongens uit een dorp of buurt, waar gesponnen werd. Het einde van die avonden werd gevierd met een feestelijk avondje voor de oudere jeugd uit de directe omgeving en intiemere kennissen.
zwierven.


zet(te) vrucht tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'speene', met vocaalkrimping
spleet
diverse betekenissen; etymologie nog nietg opgehelderd
splijten
spleetje
verkleinwoord van 'spleet', met vocaalkrimping
haasten, spoeden Spoejt oe mar, dègge op tèèd zèèt. - Haast je maar, opdat je op tijd bent.
Bosch spoeie - spoeden, haasten, voortmaken
spoeler, iemand die spoelt ABD spoelder (II:991) - spoeler ook: spoelersjonge
spaak
zich lawaaierig gedragen (van kinderen); woelen in bed rondspòldere - wild spelen of rondspringen zich onhandig bewegen, spartelen
gehaast, onstuimig lopen
gehaast, onstuimig lopen
punch, puns, pons (voor de voorgevoegde s- zie - WNT - SPONS (II))
Spaans
spoken
spoor, spoorwegen
spoortreintje, speelgoedtreintje; mogelijk uit spoor en 'tuut' van toeterend geluid maken
spoot verleden tijd van 'spèùte'
spoorbaan
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
spaarpot

spuit , tegenwoordige tijd enkelvoud van 'spèùte' met vocaalkrimping
spuitje ( van de dokter) verkleinwoord van 'spèùt', met vocaalkrimping
spuugje; prikkie ▼ spouw
voor weinig geld, een habbekrats
w erkwoord, zwak
spuwen, overgeven, braken
spuugje; prikkie ▼ spouw
voor weinig geld, een habbekrats
sprei, dekkleed
overdrachtelijk gebruik
(Piet Heerkens; uit: De Mus, De jaorgetij, 1939)
andere betekenissen
spreiden
sprak verleden tijd van 'spreeke' Oudere verleden tijd - sprook
vurnaom en die zoo schon Latijn sprook dè de Paaus zee: U bent zeker een Ieteljaon? Neeë Heilige Vaoder, zet ie toen: Ietel nie, mar Jaon wel. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
stek; sprant een loot ontstaan uit een slapend oog
spraak, taal
spreken
b ijwoord opzettelijk, expres
spruit - brassica oleracea verkleinwoord: sprötje

sprèùte - sprôot - gesproote; vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: spröt (3e pers.) spruiten; uitlopers krijgen; loten vormen bij planten en bomen; 'ötschiete', 'ötlôope', 'ötbotte'
Ill.: Naumann - sturnus vulgaris - spreeuw - spreuw
spreeuw

surprise, in het bijzonder het cadeautje dat op 5 december - meestal met een rijmpje - wordt aangeboden
tegenwoordige tijd 2e + 3e persoon enkelvoud van 'spreeke' spreekt
springen springe - sprong - gespronge
klaar om te springen
geld
sprong
oude verleden tijd van spreken
spruitje verkleinwoord van 'sprèùt', met vocaalkrimping

bedrijvigheid, heibel (?), spel, spulletje
speler
speelgoed
speelkaart
speelkwartier (les-onderbreking van ca. 15 min.)
bedrijvigheid, heibel (?), spel, spulletje
1. spulletje, namelijk: iets bijzonders
2. speelgoed 'We heej Sintreklaos tòch veul',/ dènke ze bij der èège,/ èn zuuke al en spulleke èùt/ dèsse hôope te krèège. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Sintreklaos ôok) 3. geval, voorval
speelman, accordeonspeler
speelplaats
speels
extraatje in geld om leuke dingen mee te doen
vrouwelijk van 'speuler' (met vocaalkrimping)
w erkwoord, persoonsvorm speelt
speeltuin
spurrie (als veevoer gebruikte plant) - spergula arvensis

Pierre van Beek: spurrie We hebben er een paar voor u uit Tilburgse mond opgetekend. "Dat komt uit als spurrie mee 'n mikske", hoorden we eens een stadgenoot zeggen. Voor een niet-Brabander gaat deze uitdrukking beslist in nevelen gehuld. Daar hebben we op de eerste plaats "spurrie", een nagenoeg verdwenen akkerproduct, dat onze boeren eertijds voor veevoeder plachten te gebruiken. Men gebruikte het in de "baomistijd", in de tijd dat het vee in hoofdzaak op stal stond. Hoewel uitstekend veevoer kon men het maar een drie weken gebruiken, daarna rotte het weg, vertelde ons een boer. Zo heeft dit woord wel zijn beste tijd gehad. Het gaat ons hier echter méér om dat duister "mikske", een verkleinwoord van "mik". Nu weten ze in Tilburg nog heel goed het verschil tussen "brood en mik", waar een "Hollander" ook nog naar moet raden, doch in die zin wordt "mikske" niet in onze vergelijking gebruikt. Daarnaast horen we het woord "mik" in de betekenis van "gaffel", die op haar beurt weer een hooivork is. En hiermee beginnen we dan wel in de buurt van onze "mik" te komen. Een "mik" duidt de vorm aan van een Griekse ie, dus een Y. Men kan die vorm vinden in houtgewassen daar waar de takken of stammen zich in V-vorm splitsen. De eerste wichelroedelopers bedienden zich van zo'n mik (bij voorkeur van een hazelaarstruik) en de schooljongens hadden een "mik" nodig voor hun kattepult. Een eigenschap van spurrie is nu, dat hij - direct bij het UITKOMEN uit de grond zich in een "mik" splitst. Dit splitsen behoort dus eigenlijk tot de essentiële kenmerken van de spurrie. Zulke spurrie is échte spurrie. Het klopt dus prachtig en daarom gebruiken onze mensen de gegeven uitdrukking om aan te geven, dat iets is zoals het behoort te zijn... [Tilburgse Taalplastiek 5 mei 1964]
mesthoop met rottende spurrie ; mesthoop met uitwerpselen van dieren die spurrie gevoederd kregen
K. de Beer - Tilburgs Bijnamenboek (2000) - en spuul = plas water voor o. a. industr. doeleinden (blz. 133)
spoelen , wegspoelen, garen op spoelen doen in de weverij
korte ie
stak verleden tijd van 'steeke'
verleden tijd enkelvoud van 'steele'
gestampte aardappelen
stampen
stand
boterton
stank
Stadsnieuws - Hij krêeg staantepeej gedaon toen ie van zenen baos geschoept hò. - Hij werd op staande voet ontslagen toen hij van zijn baas gestolen had. (050510) s taantepeej = letterlijke vertaling van Lat. 'stante pede' (ablativus absolutus)
STOUWEN... in de Zuidelyke Nederlanden zegt men de koeijen staauweren een frequentatievum van STAAUWEN.
stouwen, stuwen doorlopen onder moeilijke omstandigheden, zeulen
snel doen voortlopen, eigenlijk van vee
Figuurlijk
1.1 Een grote bebouwde leefgemeenschap
DAN- Dialectenquête 1887 Willems - dè wòrdt naaw en hil nuuwe stad
1.2 Het bestuur van een stad
1.3 Het centrum, met name het winkelcentrum Ik waar list in de stad. Et waar druk in de Heuvelstraot. (Tillie B.: pseudoniem van Nicole van Wagenberg; uit een column van haar website Tilburgs Taolbuuroo, 2012)
stads stads meej haajkaants = ABN doorspekt met Tilburgse woorden
WTT-2012: En stadse - een deftig meisje, deftige vrouw
stal van het paard
samenstelling uit stal + benen
plaatsmaken, inschikken
Overdrachtelijk: vrouwenbenen
standbeeld Dè schilderij, dè moet potdoome/ ok al is et dan mar int klèèn/ en standbild van den noesten èèver/ vur de Tilburgse wèèvers zèèn. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Kèkt mar nie op en paor stèùver) DAN- Dialectenquête 1887 Willems - dè stambilt dè stao daor nie mir
stand
boterton
stang
standpunt
uit Latijn: stante pede - staandevoets, onmiddellijk ...ze waar zelf stantepee naor den dokter geloope. (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Den jongen dokter; feuilleton in 3 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 22-4-1939 8-5-1939)
persoonsvorm
staaf
steeg, onwillig, koppig, nukkig
onwillig, nukkig, koppig
Stadsnieuws - Doe tòch nie zo steeg; löstert naa ok nòr en aander. Ben toch niet zo koppig; luister ook eens naar wat een ander zegt. (291510)
uit 'stedig' door d-syncope en klankverlies suffix
persoonsvorm van 'staon' samengetrokken met 'het' staat het (met ge/gij/gullie, hij/zij/et als onderwerp) Het fonetisch hiaat dat ontstond tussen 'stao' en 'et' is opgevuld door inlassing van 'g'. (Zie Schuurmans: Encl. pron., blz. 22) (De Bont § 242)
stade, sta; in diverse varianten gebruikt om aan te geven dat men iets rustig, langzaam doet staoj
op staoj
op staoj aon
gestaoj
staken
staking
staal, ook metaal M stoal
staaldraad
stalen
stamelen
staan
staon - ston(d) - gestaon (in verleden tijd ook 'stin' ) Praesens: ik stao - gij staot - hij stao; imp.: stao (B: gij stao)
Oude verleden tijd - enkelvoud: stint
of daor stint al innen ambtenaar over den herd. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 20 april 1945) Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt. Oude verleden tijd - meervoud - stinte - den boer mee ennigte knechts stinte dr eige te berste te laache. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) - Die biste stinte naa vlak bij me te snuive (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
staandevoets
al staande
stapelen
stapelgek
staren
statie, station
staat; toestand
staart
staart, staartje
1. staart van een dier en daavan afgeleide gezegden 1.1 stèrt
1.2 stèèrt 1.3 stèrtje in de verkleinde vorm is de è-klank altijd kort
Hij zee: "Kom hier!" en viet et verken bij z'n stertje, en 't verken liep al aon gelijk 'n vurig perdje... "Ho-ho, een beetje kalm, ik wil u wat versieren, gij allerleelijkste en nuttigste der dieren, gij levend spekmasjien, zie daor, een fraaie krul, een lollige tirelatijn tot sieraad, goeie sul!"
1.4 start
2. andere betekenissen achterkant van een mens
voorkant van een man
zorgvuldig te werk gaan
uitschieters van aardappelen - Piet van Beers Nôot te oud om te lere: De errepel beginne wir/ stèrtjes te kryge./ k'Denk, dek ze te werm/ op heb geslaon. (With Love; 1982-1987) het eind
van een haardracht
tegengesteld aan een ander lichaamsdeel
van een vlieger
staartschroef; namelijk stuitbeen, onderrug
STOUWEN... in de Zuidelyke Nederlanden zegt men de koeijen staauweren een frequentatievum van STAAUWEN.
bekvechten, kibbelen
Koenen N.B. in Ned. = vals spelen (Koenen: ook wel 'steggelen')
plaats waar men woont, verkorting van woonstede gift mèn men steej mar trug Giesterenmèrge kwaam ik om half vijf bij de stee van Sjef Koolen. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 5; 7 en 14-11-1929)
stijf; ruim, iets meer dan
stijfkop
stijfte, stijfheid
persoonsvorm verleden tijd van stèège
steeg, onwillig, koppig, nukkig
onwillig, nukkig, koppig
Stadsnieuws - Doe tòch nie zo steeg; löstert naa ok nòr en aander. Ben toch niet zo koppig; luister ook eens naar wat een ander zegt. (291510)
uit 'stedig' door d-syncope en klankverlies suffix
stijgen
plaats waar men woont, verkorting van woonstede gift mèn men steej mar trug Giesterenmèrge kwaam ik om half vijf bij de stee van Sjef Koolen. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 5; 7 en 14-11-1929)
steden Kees en Bart - Tilburgsche Post ca. 1930 - 'stejen'
meervoud van 'stad' (= steden met gesyncopeerde d)
steek 1. niets Den Sik aat dieën middag geen steek. (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 25-2-1939 18-4-1939) 2. het steken
3. de wonde die veroorzaakt wordt door de slager als hij het varken de doodsteek toebrengt - dat deel van het varken dat als lekkernij gold
1. steken
M: staak Btk: staak
2. rooien van aardappelen In het najaar, wanneer de aardappelen moesten gestoken (gerooid) worden, hielpen de buurvrouwen elkaar totdat bij ieder van haar de aardappelen in de kelder lagen. (Lowie van Dorrus Misters; rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 1 Wijkbuurten in vroeger dagen; Nieuwe Tilburgsche Courant 8-11-1950)
stekeblind, geheel en al blind
Steekelbaors - gasterosteus aculeatus - Bron: Kraft, CE., D.M. Carlson, and M. Carlson. 2006. Inland Fishes of New York (Online) Version 4.0. Department of Natural Resources, Comell University, and the New York State Department of Environmental Conservation.
stekelbaars; gasterosteus aculeatus (driedoornig stekelbaarsje)

Taalkaart van Woordenboek van de Brabantse Dialecten III 4:2 (2002) - lemma stekelbaarsje
plaats waar men woont, verkorting van woonstede gift mèn men steej mar trug Giesterenmèrge kwaam ik om half vijf bij de stee van Sjef Koolen. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 5; 7 en 14-11-1929)
steel
N.B. Geen naglijder; de 'ee' is zachtlang; WNT: meervoud: stelen
bijwoord, bijvoeglijk naamwoord gerust, hardnekkig; vrijpostig; steil
stelen vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij stilt
M: staal
steiloor, koppig iemand
Archeologische steen, opgegraven in Tilburg. Onderdeel van de kermistentoonstelling 'Jaozeetie', Tilburg 2018.
steen; pit van een steenvrucht



DAN- Dialectenquête 1887 Willems - gimme tweej breej stêene
steen; pit van een steenvrucht



DAN- Dialectenquête 1887 Willems - gimme tweej breej stêene
Afb.: Naumann
sterk
Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - STERK stè:rək bn (-ər, -stə)
sterven stèèr(e)ve - stierf - gestörve

sterfhuis
sterfte
sterk
Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - STERK stè:rək bn (-ər, -stə)
sterk
Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - STERK stè:rək bn (-ər, -stə)
staart
staart, staartje
1. staart van een dier en daavan afgeleide gezegden 1.1 stèrt
1.2 stèèrt 1.3 stèrtje in de verkleinde vorm is de è-klank altijd kort
Hij zee: "Kom hier!" en viet et verken bij z'n stertje, en 't verken liep al aon gelijk 'n vurig perdje... "Ho-ho, een beetje kalm, ik wil u wat versieren, gij allerleelijkste en nuttigste der dieren, gij levend spekmasjien, zie daor, een fraaie krul, een lollige tirelatijn tot sieraad, goeie sul!"
1.4 start
2. andere betekenissen achterkant van een mens
voorkant van een man
zorgvuldig te werk gaan
uitschieters van aardappelen - Piet van Beers Nôot te oud om te lere: De errepel beginne wir/ stèrtjes te kryge./ k'Denk, dek ze te werm/ op heb geslaon. (With Love; 1982-1987) het eind
van een haardracht
tegengesteld aan een ander lichaamsdeel
van een vlieger
stijven
steeveg stevig
Waardering voor Tilburg door WBD: verspreid.
stijfheid
stijfte, stijfheid
stek, 'pôot'; afgesneden takje dat men in de grond zet om er een nieuwe plant uit te laten groeien.
brassica napobrassica - wikipedia

stek, 'pôot'; afgesneden takje dat men in de grond zet om er een nieuwe plant uit te laten groeien.
brassica napobrassica - wikipedia
de Textielstraat in Tilburg, wijk Hasselt


gesteld zijn stèlle - stèlde - gestèld Hoe stèlde et daor? - Hoe maak je het daar? uitdr. te stèlle hèbbe - moeite of drukte hebben uitdrukking - veul stèlles meej iets hèbbe - ergens veel moeite mee hebben
afgeleid van werkwoord te stellen hebben
steltlopen; kinderspel
ster 1. hemellichaam On de lucht zaten wel honderdduzend sterrekes geprikt, die effenveul scheurkes in den vloer van den hemel leken. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 8; 31-12-29) 2. plant - vogelmelk
sterrekijker

staart, staartje
1. staart van een dier en daavan afgeleide gezegden 1.1 stèrt
1.2 stèèrt 1.3 stèrtje in de verkleinde vorm is de è-klank altijd kort
Hij zee: "Kom hier!" en viet et verken bij z'n stertje, en 't verken liep al aon gelijk 'n vurig perdje... "Ho-ho, een beetje kalm, ik wil u wat versieren, gij allerleelijkste en nuttigste der dieren, gij levend spekmasjien, zie daor, een fraaie krul, een lollige tirelatijn tot sieraad, goeie sul!"
1.4 start
2. andere betekenissen achterkant van een mens
voorkant van een man
zorgvuldig te werk gaan
uitschieters van aardappelen - Piet van Beers Nôot te oud om te lere: De errepel beginne wir/ stèrtjes te kryge./ k'Denk, dek ze te werm/ op heb geslaon. (With Love; 1982-1987) het eind
van een haardracht
tegengesteld aan een ander lichaamsdeel
van een vlieger
staart, staartje
1. staart van een dier en daavan afgeleide gezegden 1.1 stèrt
1.2 stèèrt 1.3 stèrtje in de verkleinde vorm is de è-klank altijd kort
Hij zee: "Kom hier!" en viet et verken bij z'n stertje, en 't verken liep al aon gelijk 'n vurig perdje... "Ho-ho, een beetje kalm, ik wil u wat versieren, gij allerleelijkste en nuttigste der dieren, gij levend spekmasjien, zie daor, een fraaie krul, een lollige tirelatijn tot sieraad, goeie sul!"
1.4 start
2. andere betekenissen achterkant van een mens
voorkant van een man
zorgvuldig te werk gaan
uitschieters van aardappelen - Piet van Beers Nôot te oud om te lere: De errepel beginne wir/ stèrtjes te kryge./ k'Denk, dek ze te werm/ op heb geslaon. (With Love; 1982-1987) het eind
van een haardracht
tegengesteld aan een ander lichaamsdeel
van een vlieger
stuit(je)
stijfsel
cardamine pratensis - wikipedia

zanikerd, slomerik
zanikerd, slomerik
stuifmeel
stoken, opruien, onrust zaaien steuke - stukte - gestukt ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij stukt
stuiken
steunen
ook vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij stunt
van de spierziekte 'stuipen' ziekte
schelmenstreken
onbedaarlijk gelach uitdrukking: in en stèùp ligge
van de spierziekte 'stuipen' ziekte
schelmenstreken
onbedaarlijk gelach uitdrukking: in en stèùp ligge
storen
w erkwoord, sterk roemen, prat gaan op, opscheppen over
Aanvullende bronnen
stuiven stèùve - stoof - gestoove
1. letterlijk: het oude geldstuk stuiver
Hèdde ginne stèùver in de mars/ of zèède stinkend rèèk/ Agge in oe blôote bille staot/ bènde allemòl gelèèk. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Gin verschil)
2. figuurlijk: achterwerk
2.1 figuurlijk: in het bijzonder de anus, de aars, sluitspier Dun dokter noem ut unne fistel, mar ik zeg mar dek-ut aon munne stuiver heb... (Hein Quinten, Tilburgse spreuken; ca. 1990
stuiverblaadje, een tijdschrift of krant van vijf cent; een goedkope publikatie, ook qua inhoud
stikdonker
stijf korte ie
flink stappen korte ie
rechtstaand, staansvoets
stiek springe - met de voeten tegen elkaar ergens overheen of naartoe springen
waarschijnlijk: ergens op of overheen springen, zonder aanloop en ,et twee voeten tegelijk, zoals onder andere bij het kinderspel hinkelen. Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
rechtstaand, staansvoets
stiek springe - met de voeten tegen elkaar ergens overheen of naartoe springen
stijl, beroep
Jan Bedijs Tom - De stier; 19e eeuw
stier

lange ie
stuiven
totaal, finaal, compleet, geheel en al
stikken
stukadoor
korset
persoonsvorm stikt, steekt
stil, onopgemerkt, klandestien
Steelpan, aangetroffen bij archeologisch onderzoek naar het Kasteel van de Hasselt. Ill. uit: Graven naar het kasteel van Tilburg , H. Stoepker 1986
stilaan, beetje bij beetje, langzamerhand

steelpannetje
steel
N.B. Geen naglijder; de 'ee' is zachtlang; WNT: meervoud: stelen
steeltje; stiltjes - steeltjes, de jonge gesteelde bladeren v. d. kleine witte meiraap, ook genoemd 'kiltjes', 'keele'
w erkwoord, persoonsvorm, verleden tijd van 'staon'; de vorm stin is verouderd stonden, stond
persoonsvorm
verleden tijd van 'staon'
stinken
Bron: Wikipedia - afrikaantje
afrikaantje
stenigen
steenoven, oven van een steenfabriek
steenpuist
Piet van Beers De stinpöst: Ik hèb ene Stinpöst op m'n gat. (Spoeje doemmeniemer; 2009) Audio-opname 1978 Dhr. Bertens Mèn dòchter die ha hier zogezeej zonne stinpöst staonèn en uur nòdderaand koste zôo de slierte öt trèkke, de völleghèd dieter ötkwaam! (Collectie Heemkundekring Tilborch; transcriptie: Hans Hessels
steen; pit van een steenvrucht



DAN- Dialectenquête 1887 Willems - gimme tweej breej stêene
steentje verkleinwoord van 'steen', met vocaalkrimping
steentjes ketsen (kinderspel) 1 Een kiezelsteen op het wateroppervlak gooien zodat de steen afketst op het water, liefst meerder keren achter elkaar 2 Kinderspel met muntstukken
kinderspel de spelregels zijn niet opgehelderd
stinwèg steenweg, verharde weg
gezegde; kaartterm
stof
stof doen opwaaien
Jan Naaijkens - Dès - Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - 'stobbere' ww - opstuiven Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
stofnest

stoep
de etymologie is niet opgehelderd - Gerard van Leijborgh - Stoepen: tijdelijk bij iemand werken. (Historische sprokkelingen, Nieuwe Tilburgsche Courant, 25-8-1933)
tabaksstuifsel dat gebruikt wordt om sigaren te matteren.
stofbodem
stuiven, stof maken, afstoffen 'stòbbere'
staaf
staafje
verkleinwoord van 'staok'
stokje
...'n aaw versleten menneke mee n stökske... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Naor oome Teun; Nieuwe Tilburgsche Courant 24-2-1940)
persoonsvorm staakt 2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'staoke', met vocaalkrimping
persoonsvorm stookt 2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'stooke', met vocaalkrimping De o wordt niet uitgesproken, als in stok, maar als in dof.
struikelen
stolp ; glazen omhulsel (klok genoemd) om voorwerpen te beschermen en stofvrij te houden

1 Meestal voor heiligenbeelden of katholieke huisvlijt Op de kaast stonde nog twee heilige ieder onder enne glaoze stölp. (Lodewijk van den Bredevoort pseudoniem van Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007) Èn op de schaaw ston en bild van Sintantooniejes onder ene stölp. (Ed Schilders; Wè zeetie?; Website Brabants Dagblad Tilburg Plus; 2009
2 Om voedsel vers te houden, met name kaas
3. Figuurlijk
als een stolp ergens overheen plaatsen Hij stölpte z'nen bolhoed op z'nen kop... (Jan Jaansen; pseudoniem van Piet Heerkens svd; Den Sik van Baozel; feuilleton in 8 afl. in de Nieuwe Tilburgsche Courant 25-2-1939 18-4-1939)
MP. - Informant Toine Raaijmakers - gezegde - Der zal gin maand oover gestölpt zèèn = dat zou me niets verwonderen stölpe - stölpte - gestölpt
Pierre van Beek - paard dat de neiging heeft het hoofd naar de grond te buigen
struikelen
staal, ook metaal M stoal
staaltje, monster
stom; dom
stompe stompen
w erkwoord, persoonsvorm, verleden tijd van 'staon'; de vorm stin is verouderd stonden, stond
persoonsvorm
verleden tijd van 'staon'
staan
staon - ston(d) - gestaon (in verleden tijd ook 'stin' ) Praesens: ik stao - gij staot - hij stao; imp.: stao (B: gij stao)
Oude verleden tijd - enkelvoud: stint
of daor stint al innen ambtenaar over den herd. (Karel en Sjarel, dialoog in Groot Tilburg, 20 april 1945) Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt. Oude verleden tijd - meervoud - stinte - den boer mee ennigte knechts stinte dr eige te berste te laache. (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra) - Die biste stinte naa vlak bij me te snuive (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
persoonsvorm staan
tegenwoordige tijd meervoud (naast 'staon')
stante pede, op staande voet, onverwijld = staantepeej
Stòndebêens en botteramke/ want vur kooke is gin tèèd. (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Vurjaors-trubbel)
staander
staand Om den goeien afloop te vieren zè'k regelrecht nor de Looiersbeurs gestapt en daor hè'k m'n eige getracteerd op drie aawe klaores, die 'k zoo mar stondeweg on 't buffet heb opgenomen. (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 1; 9-10-1929)
stoof verleden tijd van stèùve
verleden tijd van 'steeke'
brandstof
stoken
stookolie
verleden tijd enkelvoud van 'steele'
stal verleden tijd van steele
stoomfiets, voorloper van de bromfiets

dampen, stomen
stoomtafel
storen
roemde verleden tijd van stèùte; ook stotte
stoten stôote - stotte - gestôote vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij stot
Brief van A.C. Hoogendoorn aan Pierre van Beek - 1965 - Bron: Archief erven Pierre van Beek
Nieuwe Tilburgsche Courant 5-2-1893
stootkar, hand kar




stootband, band ter versterking van een onderzoom
stopje
verkleinwoord van 'stòp', met umlaut
stopnaald, grote naald om (kousen) te stoppen K. de Beer - Tilburgs Bijnamenboek (2000) - de stòpnòld = F. Mutsaerts (blz. 57)
stoppen stòppe - stòpte - gestòpt
storm
stortplaats voor afval eigenlijk mannelijk, soms onzijdig gebruikt
statie; met name een statie in de kruisweg De vurrige week waren 't de duivenmelkers, die íédere Zondag bij de aachtste stossie ston te hangen en hil de vloer vol bruine klodders spiersen; (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit t klokhuis van Brabant 5; 7 en 14-11-1929)
persoonsvorm stoot
tegenwoordige tijd 2e + 3e pers. enk. van 'stôote'
persoonsvorm roemt, gaat prat op Hij stöt meer dan et lije kan. - Hij pocht meer dan verantwoord is.
2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'stèùte', met vocaalkrimping
stootkar, hand kar




persoonsvorm stiet, stootte
verleden tijd van stôote
persoonsvorm roemde verleden tijd van stèùte; ook stôot
strand
vrijpostig, astrant astrant; brutaal, vrijpostig; uit Vlaamse astrant, mogelijk van Franse assurant, maar in het Frans niet in deze betekenissen gebruikt - Cees Robben - Zô vroeg ik straand... (19590912) - Cees Robben - Hij trok de straante schoenen aon (19590530) gezegde - Ene straante meens kómt de halve wèèreld toe. - Een brutale mens heeft de halve wereld.
gezegde - Pierre van Beek - Zo astraant as et houtje van de galg. (Tilburgse Taalplastiek 136)
S.G. blz. 86, 111, 113, 210, 293, 325, 329, 335, 338 (aant. Witters) Hees astrant (1:39) Bosch strant - brutaal
straks, van 'strak' met adverbiale s zowel gebruikt om een recente dan wel een komende gebeurtenis aan te duiden
toekomst
verleden
andere betekenissen streng
weersgesteldheid
straks, van 'strak' met adverbiale s zowel gebruikt om een recente dan wel een komende gebeurtenis aan te duiden
toekomst
verleden
andere betekenissen streng
weersgesteldheid
straks, van 'strak' met adverbiale s zowel gebruikt om een recente dan wel een komende gebeurtenis aan te duiden
toekomst
verleden
andere betekenissen streng
weersgesteldheid
straal
stralen straole - stròlde - gestròld ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij stròlt
straat òp straot, bij òns in de straot, assie mar van de straot is
WTT - Daarentegen 'van de straot af moete': omdat een vrouw zwanger is maarnog niet gehuwd. gezegde - Henk van Rijen, Mèn Tilbörgs Wôordeboek, 1988 - de kaaj èn de straot hèbbe nie zoveul geleejen as hij.
LvG uitgaanstype
WTT 2016 - Woordspeling: Strotfox (de dans) = straatfoks = straathond (foxterriër).
Straatvegers- 19e eeuw
(overheidsdienaar) die de straat veegt

strijd
streed, vocht, bekvechtte verleden tijd van 'strije' streek Voorzetsel Omstreeks, tegen, rond
streek verleden tijd van strèèke Kunstenaar ons niet bekend.
strijken

Et strèèke van men boezzeroene... (Lechim; pseudoniem van Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Moederdag)
Henry Robert Morland
strijkijzer; grote voeten

Efkes naoderhaand vloge zn schoen van zn strèkijzers aaf en gonk ie aon t paase... (Naarus; pseudoniem van Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra)
strijkgaren
strijkplank
streng, gewonden en veelal ineengedraaide bundel garen
Bosch streen - streng garen; iem. die niet recht door zee is; kwezel
streep
w erkwoord, zwak [?]
strijksel
persoonsvorm
Derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strèèke: hij strèkt
(ge)strengheid
Schilderij - Jan van Bijlert -17de eeuw


1. pannekoek, pannenkoekenbeslag ... plat as 'ne struif of dik en rond glek 'n stertjes-knol (Kubke Kladder; pseudoniem van Pierre van Beek; Nieuwe Tilburgsche Courant; Uit 't klokhuis van Brabant 3; 23-10-1929)
Pierre van Beek - spèkstrèùf - spekpannekoek Informant Ad Vinken - aajerstrèùf
Stadsnieuws - We eete taovend spèkstrèùf meej stroop (130607)
2. achterwerk Pierre van Beek - figuurlijk: achterwerk
3. gezegde - mogelijk in verband met 2 Pierre van Beek - Hij heeter zene strèùf tòch mar lèkker ingedraajd. - Die jongeman heeft zich op een gunstig adres een meisje verworven. (Tilburgse Taalplastiek 154)
WTT 2013 - Denk aan modern Nederlands: ergens zijn kont indraaien 4. Inspanning
5. Sul Schilderij van de Tilburgse schilder Adriaan de Lelie - Vrouw bakt pannenkoeken.
struik strèùke - struikgewas, 'strèùkgewaas'


struikgewas
strèùne - strönde - geströnd
1. schare, groot aantal, vooral van kinderen
streup kender, (Piet Heerkens; uit: Dn örgel, aaw Tilburg, 1938)
2. veel, een grote hoeveelheid van het vervolgens genoemde of bedoelde woord
stropen

strêûpe - strupte - gestrupt, met vocaalkrimping - In tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij strupt
Piet van Beers Ötverkôop: Ze strupt dan (saome meej der zuster)/ in de stad...de winkels aaf. (Spoeje doemmeniemer; 2009)
stroper
strêûplèèrze
kloek of zwaargebouwd
onbezielde wezens.
strijden, vechten, bekvechten strije - streej - gestreeje
strikje
streep
streepje
urineren
de etymolgie is niet duidelijk
s troef stroef gevoel
struik strèùke - struikgewas, 'strèùkgewaas'


struikje
persoonsvorm straalt, straalde
tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'straole', met vocaalkrimping
persoonsvorm straalt, straalde
tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'straole', met vocaalkrimping
straal
straaltje verkleinwoord van 'straol', met vocaalkrimping
stront, uitwerpselen
In teksten meestal aangetroffen in uitdrukkingen of gezegden
strontjongen(s), kwajongen(s)
strontkar, gierkar
strontkever

strontkever Ill. Naumann - galerida cristata
straatmus die paardepoep pikt - Frans Verbunt - Tilburgs vur tonpraoters, zeuvende perbeersel, 1996 leeuwerik

169 strontpikker - kwikstaart
strontwagen
stomdronken
Schilderij: Jan de Bray - 17de eeuw
stro


strooien
stro
stro
strooisel
met stro gevulde zak, o.a. dienend als matras
de strôom is ötgevalle; we zitte zonder stroom
stromen
stroopkwast
flemer, strooplikker [nog geen geschreven bewijsplaatsen gevonden]
stroopmop
stuk snoepgoed van gestolde stroop
stroppen, stropen in de betekenis 'afstropen'
strooisel
strooisel deponeren
strooisel deponeren
straatje
stroppen, vastlopen, blijven steken struffe - strufte - gestruft
lap stof
stukje
uitdrukking
portie
reepje (van spek)
stookt op, hitst op 2e + 3e pers. enk. tegenwoordige tijd van 'opsteuke', met vocaalkrimping
nors persoon
stompje, laatste stuk van een potlood
w erkwoordsvorm steunt, steunde tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'steune', met vocaalkrimping
w erkwoordsvorm steunt, steunde tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van 'steune', met vocaalkrimping
stoeltje
geld dat betaald wordt voor het plaatshebben op een stoeltje in de kerk
korte uu flink, fors, onvervaard fors van omvang
inspannend
luidruchtig
meteen
mooi, aantrekkelijk
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
w erkwoord, zwak een zetje omhoog geven, helpen

Den engel die stuupert oe zuutjes veuruit dan heurde van ver 'n bekende wijs, ge neuriet al mee mee dè zuute geluid en ge stapt al in 't Paradijs!
met enige aandrang iemand zijn plaats wijzen
Menne goeien Engel, hellep dezen bengel, hellep deze vlerk, stuuper dezen deugeniet geregeld naor de kerk!
Den engel die stuupert oe zuutjes veuruit dan heurde van ver 'n bekende wijs, ge neuriet al mee mee dè zuute geluid en ge stapt al in 't Paradijs!
iemand die helpt, bijdraagt
kinderwandelwagen [geen schriftelijke bewijsplaatsen gevonden]
stoep
smal trottoir
Centsprent - 19de eeuw
schommel lange uu
schommelen, sturen steeds lange uu
uit Frans: suffisant, voldoende
sukkel, beklagenswaardig schepsel, stumperd
sommetje [geen schriftelijke bewijsplaatsen gevonden]
b ijwoord zo meteen, aanstonds
zo meteen, aanstonds
sommetje [geen schriftelijke bewijsplaatsen gevonden]
zo meteen, aanstonds; van 'somtijds'
Afbeelding uit het 'Nuuw Tilburgs Leesplèngske' dat in 2020 door de Stichting Tilburgse Taol werd samengesteld en uitgegeven in samenwerking met Stadsmuseum Tilburg en Bibliotheek Midden-Brabant en Erfgoed Tilburg. De illustraties werden verzorgd door Ruben de Bruijn


jammer
relativerend gebruik
eeuwige zonde
'et sund' het jammerlijke, dat wat betreurd wordt
sint Nicolaas
sinterklaaspaard


jammer
relativerend gebruik
eeuwige zonde
'et sund' het jammerlijke, dat wat betreurd wordt
surfen
bewustzijn uitdr. van oewe sus gaon - bewusteloos raken
bewustzijn
suust uit het Franse 'just'; juist, echt, zeker
door de weeks, des weeks
swijlens
terwijl - Cees Robben - Mar swels dè den Sjarel zun nuske uit-snoot... (19560526) - Cees Robben - Swels det ik efkes wochte moes (19590912) - Cees Robben - Swels dn ölleger spulde/ stölperdenie over den dölleper van de Kölleverse kerk.. (19651015) - Cees Robben - Swels gij zwabbert zal ik zeume... (19780519) - Cees Robben - Swels gij dieje zak zeumt (19830923) - Cees Robben - Swels dettie Dientje kuste... (19590815)
sinds
ondertussen
terwijl dat
doordeweeks; voor op een werkdag
Foto: Regionaal Historisch Centrum / Stadsmuseum Tilburg
suisse, ordebewaarder in de kerk uit Frans Suisse; letterlijk Zwitser; naar de Zwitserse garde van het Vaticaan; wachter in uniform die de orde bewaart in de kerk - Cees Robben - Ze was bij den swies wiste waasse... (19610505)

(gevolg), opschepperij, bluf
air, hooghartigheid, bluf, lef, opschepperij
zwietslaon
wekelijks; des weeks, doordeweeks
Uit het weekblad Groot Tilburg, dat tussen 1939 en 1946 verscheen. De tekening van Frans Mandos van een professor voor een schoolbord dateert uit 1939 en was het vaste kader van de rubriek 'Cursus in Tilburgs'. Lezers konden korte Tilburgse zinnetjes insturen, die op het schoolbord werden afgedrukt.
b ijwoord aan beide zijden, aan weerszijden
